Wát een autootje.
28 februari 2025 - Iquique, Chili
"Vul je ziel met de natuur"
Dit bordje zag ik hangen tijdens een boswandeling in La Campana. Het hing onder een rieten afdakje met daaronder een omgevallen boom als bankje. Even niks. Dat we later deze maand, een paar weken ff niks hebben, weten we dan nog niet. Hier zijn we stil op ons bankje.
In Santiago stad hebben we behalve de onderhoudsbeurt voor onze bus niet veel gedaan. Geen van tweeën zin om de drukte op te zoeken. We hebben niets nodig en laten het zo. Het enige wat we bezocht hebben is een tempel aan de rand van de stad; de Baha’i. Een magnifiek gebouw, gebouwd op een heuvel met rondom een mooi aangelegde park achtige tuin. We melden ons beneden bij een groot hek en rijden de heuvel op tot aan de parkeerplaats op ¾ van de oprijlaan. Het is nog vroeg in de ochtend en er zijn nauwelijks andere bezoekers. We lopen verder naar boven door zo’n tuin waar je stil van wordt als je er door heen gaat. We zijn nog niet bij de tempel maar de serene rust is al voelbaar. De drukte van de stad is te zien vanaf de heuvel, door de smog heen, maar het geluid draagt niet zo ver.
De tempel heeft een aparte vorm. Als een bloemknop. De aparte panelen komen bovenaan samen en in het rondje dat het plafond vormt staat in het Arabisch geschreven God is Gloria. De tempel zelf is aardbeving bestendig gebouwd tot 10 op de schaal van Richter. Aardbevingen komen hier regelmatig voor. De panelen zijn aan de binnenkant opgebouwd uit allemaal losse stukken marmer (uit Italië afkomstig, vertrouwde de gids ons toe) en aan de buitenkant in dezelfde structuur en kleur van kunststof. Door de “losse opbouw” is het geheel niet statisch en blijft de zaak heel bij een beving. De ramen zijn van perspex en kunnen zowel de heftige kou als de hitte die hier voorkomen verdragen. Opvallend is ook dat alle vormen rond zijn. Binnen en buiten. Ik ken dat wel uit bijvoorbeeld de Antroposofie. In de wereld zijn 9 Baha’i tempels. Ieder continent is vertegenwoordigd. Zuid Amerika, Noord- en Midden Amerika, Europa (Frankfurt), Azië, Australië, Afrika en Oceanië. Wereld omvattend. Allemaal prachtige, rijke en indrukwekkende tempels. Ik heb niet gevraagd wie er donateur is….Ik had nog nooit van Baha’í gehoord. Deze stroming is in Iran ontstaan en men streeft naar eenheid in de wereld. De wereld zou in ontwikkeling zijn naar dit ultieme doel. Men heeft het standpunt dat er nu veel verschillende geloven zijn en dat er nog veel nieuwe geloven bij zullen komen en er ook af zullen vallen. Het is in ontwikkeling. Maar uiteindelijk zal er 1 geloof zijn in 1 God. Die eenheid op zich sprak mij wel aan. Dan zal een hoop wereldse ellende tenminste een voedingsbodem missen. Het getal 9 is kenmerkend en doet dan een beetje bijgelovig aan maar zal bindend bedoeld zijn. 9 is onder andere te zien in de tempel zelf met 9 ingangen en 9 ‘bloemblad’panelen. Er zijn ook 9 spreuken die staan in het boekje met gebeden dat we kregen. Daarin worden ook de 9 Principes (leidraad) van de Baha’u’llah genoemd, die ook in de tempel gegraveerd zijn. Nou ja al met al, erg nieuw en fascinerend. Vooral het gebouw zelf was overweldigend maar ik laat het toch maar dit ene bezoek.
Na de tempel nog even bij een paardenbedrijf in de buurt langs geweest. We zouden graag een rit van 2 daagjes willen maken. Cabalgatas heet dat hier. Maar helaas een ritje “rond de kerk” van hooguit 2 uur was de enige mogelijkheid. Dus kijken we alleen even rond en we gaan weer. Naar een overnachtingsplek op een heuvel even buiten de stad. In vogelvlucht slechts 10 kilometer van Santiago maar aan de ander kant van de heuvels. Het is een soort camping waarvan de campingbaas, Gerd, van Duitse origine is (zijn vader is Duits) en zelf praat hij vloeiend Duits. Als je eenmaal op de kale heuvel aankomt, is er niet veel dat aan een camping doet denken. Er staat er een proper klein wc / douchegebouw en her en der wat picknick tafels. Slechts een enkele boom op deze kale puist die wij toe eigenen want het is warm. Gerd woont berg afwaarts en we moeten hem appen als we willen overnachten dan komt hij een keer langs. Of niet en dan kan het geld in een kistje bij de aanrecht. Op de camping staat ook een Zwitsers stel van begin 70. Toni en Nelly, lijken direct van de alpenwei afkomstig maar rijden al meer dan 10 jaar rond in hun Iveco. Ze onderbreken ieder jaar hun reis om een paar maanden naar huis te gaan. Het is altijd leuk om in gesprek te gaan met andere overlanders; iedereen doet het op zijn manier, heeft zijn eigen favoriete voertuig met persoonlijke inrichting en reist snel of langzaam over de wereld. We hadden elkaar al eens aan de kust gezien, zij gaan ook noordelijk dus wie weet kruisen onze wegen elkaar nog ‘s. Meteen vanaf de camping zijn we een wandeling gaan maken van zo’n 10 kilometer. Eerst over een onverharde weg de volgende heuvel op. Daar was een uitzichtpunt over de stad, jeetje wat een uitzicht! Met wederom de smog die blijft hangen in deze kom tussen de Andes en het kustgebergte waarin Santiago is gebouwd. Na het uitzicht laten we ons leiden door een paadje dat langs een smal aquaduct loopt. Lekker weer de benen strekken en heerlijk om dat hier te doen. Het is warm en dorstig weer. Dat betekent bij thuiskomst koude douche en idem biertje!
Wat dat betreft ligt Santiago prachtig, je komt meteen buiten de stad in de natuur terecht met eindeloze heuvels, beschermde natuurgebieden en imposant gebergte Op maandagen zijn de Nationale Parken meestal gesloten. Dus staan we dinsdag voor de poort van Parque Nacional La Campana. Het park kent verrassend genoeg weinig bezoekers. Het laat zich omschrijven als een idyllisch natuurgebied met indrukwekkende palmenbossen. Genoeg om ons te verleiden! Dit gebied is gelegen tussen Valparaiso en Santiago en behoort tot het kustgebergte ook wel Precordillera genoemd. Het opvallendste bostype hier is het bos van de Chileense palmen. De boom kan tot 30 meter hoog worden met een stamomtrek van 1,1 meter. La Campana is een van de twee plekken in Chili waar deze palm nog groeit. Ook Darwin zou het gebied hebben bezocht. Maar hij was niet onder de indruk van de palmen die hij de lelijkste noemde die hij ooit gezien had…. Met hun dikbuikige cilindrisch gevormde stam oogt de palm misschien plomp en minder rank dan de meeste palmen maar ik denk zelf dat Darwin het maar bij zijn beestjes moet houden.
Om het Park te kunnen bezoeken moet je via internet op hun site een kaartje kopen, maar het menu bleef hangen bij december…. Geen mogelijkheid om een entreebewijs voor morgen, een dag in FEBRUARI te boeken. Dus bij de entree met behulp van de Ranger nogmaals geprobeerd om digitale kaartjes te kopen want cash betalen was niet mogelijk. Het lukte niet en toen mochten we zo naar binnen. Met excuses en nogmaals excuses…..(had niet gehoeven!). La Campana was, zoals een Nationaal park telkens is, uniek in haar soort. Het pad voerde omhoog door de dichte droogte minnende vegetatie tot aan de boomgrens op 1000 meter (waar het vochtiger is). We ploeteren dan voort tussen rotsblokken en cactussen. Enkele reis 7 km. Wederom warm 30*. Een paar dagen geleden was het Park zelfs gesloten vanwege de warmte. Wij hebben mazzel. Genieten. En eenmaal boven gaan er een paar welverdiende boterhammen en een fles water snel doorheen. En weer terug. Berg afwaarts en opnieuw tussen de majestueuze palmen door (Darwin is gek) terug naar onze bus.
Het wordt de hoogste tijd om noordwaarts te gaan en auto-kilometers te gaan maken. We gaan veelal over onverharde wegen en slingeren ons een weg door het prachtige langgerekte land. Chili is bijna nergens saai. De bergen zijn grotesk, waarin wij nietige 2 beners zijn en de valleien overweldigend groen. Er groeit op dit moment in de zomer van alles: perziken, pruimen, nectarines, granaatappels, walnoten en druiven. Heel veel druiven. We zijn in de vruchtbare Valle Elqui in de Vicuña streek. In dit gebied zijn ook verschillende observatoria gevestigd vanwege de super heldere lucht hier. De hemel is hier 300 nachten per jaar helder wat Chili tot de wereldhoofdstad van de astronomie heeft gemaakt. Als het mogelijk zou zijn om ergens op de planeet de sterren aan te raken, zou dat ongetwijfeld in deze regio zijn.
We volgen Ruta de las Estrellas (route van de sterren) en zien hier en daar op de heuveltoppen een observatorium staan met hun kenmerkende koepeldak. Het grootste observatorium ‘La Silla’ ligt nog zo’n 150 km noordelijk. Dat hadden we het graag willen bezoeken. Maar er is alleen op zaterdagen een rondleiding en helaas de komende 2 weken uitverkocht. Dit Observatorium is een Europees onderzoekscentrum en in Nederland ook wel ‘s in het nieuws. Samen met de sterrenwacht van de VS ‘Las Campanas’ in hetzelfde gebied gelegen. Beide behoren tot de grootste van de wereld.
Tweede keus is een bezoek aan het observatorium van Andacollo, ligt ongeveer op onze route. Deze stad is fameus en rijk geworden door haar legendarische goud-, zilver – en kopermijnen uit de Spaanse koloniale periode. Bekender is het plaatsje vanwege haar bedevaartsoord met haar grote basiliek.
Op het plein staat niet alleen de Basiliek, een nationaal monument sinds mei 1984 maar ook de kerk van “Onze Vrouwe del Rosario de Andacollo”. De Basiliek zie je al van verre staan, ze torent hoog boven het dorp uit. Helaas is het gebouw van dichtbij minder indrukwekkend met ‘nep’ pilaren, leeg van binnen en nogal onderkomen. Terwijl het kerkgebouw van de Heilige Maagd vol pracht en praal is met het originele reusachtige beeld van “Virgen de Andacollo” achter het altaar.
Voordat we de religieuze publiekstrekker (het lijkt wel een Lourdes light) gaan bekijken, gaan we naar het derde hoogtepunt van het stadje: het Observatorium Collowara. We zien de koepel van het witte Sterrenwacht gebouw al van verre op de cerro El Churqui schitteren in de zon. Eenmaal boven op de heuvel is het gebouw een gebouwtje en niet helemaal strak meer in de verf. Twee dames die er de wacht houden vertellen ons dat we vanavond om half 10 kunnen deelnemen aan de rondleiding. Ja en we kunnen op de parking blijven overnachten “naast de camion blanco” geeft mevrouw aan. We parkeren naast de van oorsprong Nederlandse bus (stickers bij de dakramen: verboden uit te klimmen) en kijken of er nog een relikwie te scoren valt. Nee, velen zijn ons voor geweest er is niet veel van over: een geraamte met de banken overhoop.
De Sterrentour is in het Spaans (oei) maar gelukkig begint het programma, wat zo’n 2 1/2 uur duurt en waar nog 40 mensen op af zijn gekomen, met een Engels ondertitelde introductie film. Er wordt uitgelegd waarom deze vallei zo geschikt is om sterren te zien, hoe sterren ontstaan en nog wat over het heelal. Daarna wordt de groep opgedeeld in 3 kleine groepjes. Ons groepje gaat naar de telescoop die buiten staat. Zittend op een muurtje in het donker rondom de telescoop vertelt de Spaanstalige gids een hoop over de maan…. Nogal wat info gaat langs ons heen. Om beurten mogen we door de telescoop naar de bijna volle maan kijken. Mooi zeg. Uitleg over het Zuiderkruis en de 3 Maria’s komt redelijk binnen maar dan haken we weer af. Als laatst gaan we naar binnen de koepel in, het dak is voor een gedeelte opengeschoven en we kijken naar Jupiter. Ook door de telescoop. Als de koepel gaat draaien, zodat de opening veranderd, lijken we wel in een aardbeving te zitten zo’n oorverdovend gedonder. Gelukkig verstonden we de waarschuwing die vooraf werd gegeven (haha). Chilenen praten snel en slikken hele lettergrepen in dus we kunnen niet alles bijbenen in het half duister waardoor ook ondersteunende mimiek wegvalt. Geen excuus ons Spaans is nog lang niet goed genoeg. Al met al was het evengoed een leuke ervaring. Geen van beiden hebben we ooit eerder door zulke grote telescopen gekeken. Maar wat we uiteindelijk konden zien was niet zo bijzonder. Geen actie, vliegende kometen noch sterrenregens. Ook geen mooie kleuren in het heelal gezien terwijl er toch ook blauwe en rode sterren zijn…. Goed genoeg voor een eerste kennismaking met een observatorium. Wie weet waar we nog ’s terechtkomen. De volgende dag opstaan en ontbijten met een prachtig uitzicht vanaf ‘onze’ heuvel. Daarna berg af en de Ruta de las Estrellas weer op. Verder door de Valle Elqui naar de volgende rondleiding. Zo heb je niks en zo een al toeristische highlights…Daarna is het weer even afgelopen met de tourtjes. Zoals ik al schreef groeien er veel druiven in deze vallei. Verschillende soorten die eind februari, begin maart plukrijp zijn. Hier niet voor de wijn (voor de wijndruiven moet je vooral in de Maipo vallei zijn bij Santiago) maar druiven speciaal voor de Pisco. De nationale volksdrank van Chili. In het plaatsje Viruña gaan we de Capel distilleerderij bezoeken. Juist die moeten we hebben. We drinken sinds we de eerste keer Chili bezochten de Capel Pisco. We stonden destijds bij een slijter en ik vroeg of hij Pisco had. De slijter wees breed glimlachend naar de wand achter de toonbank: allemaal Pisco’s… Hij zag de verwarring en adviseerde ons de Capel en dat is het gebleven. Dus naar de basis van dit lekkere borreltje in de Elqui vallei waar de pisco druiven groeien. We sluiten aan bij een Engelstalige rondleiding samen met een Australisch koppel. Het geheim van Pisco is dat het druivensap in koperen ketels wordt opgevangen daar 2 weken in blijft om vervolgens gedistilleerd te worden.
Het brouwsel gaat eiken vaten in of stalen silo’s en moet minimaal 2 maanden blijven liggen maar minimaal een jaar wordt aanbevolen. Natuurlijk hoe ouder hoe lekkerder en duurder (is dat niet met veel dingen zo!!). Pisco van tientallen jaren oud wordt voor veel geld geëxporteerd. Pisco is sterk spul van 40 % alcohol en wordt puur gedronken (nooit met ijs!!) of gemixt. Erg populair is de pisco sour. Een mix van 3 delen pisco, 2 delen suikerwater, 1 deel citroensap gemengd met geklopt eiwit, mmmm. Aan het eind mogen we natuurlijk ook proeven, 2 varianten met een gratis glaasje voor thuis.
We zoeken een camping vlakbij en komen terecht buiten het stadje tussen de druivenstokken. Een erg leuke plek met veel groen en een gezellige binnentuin waar we oude bekenden treffen! Saskia en Dominique, het Duitse stel troffen we in november op de boot van de Antarctica trip (zij was net als ik zo’n zeezieke en dat schept een band). ’s Avonds trakteerden ze ons op een heerlijke pisco sour in de binnentuin. Samen met een (goed Engels sprekend) Chileens stel uit Valparaiso werd het een erg leuke avond. Lekker kletsen in goed gezelschap, drankje erbij, zwoel temperatuurtje, mooie omgeving, wie doet ons wat. De Chilenen Paula en Hermann beiden journalist en breed georiënteerd zodat het gesprek alle kanten op ging. Van de kwaliteit van het onderwijs (sinds Pinochet is de financiering overgeheveld naar de gemeentes en daardoor erg wisselend van kwaliteit. Rijke gemeentes hebben goede scholen en gemeentes met minder geld dus slechtere. Die laatste zijn vaak scholen in rurale gebieden. Zodat privé scholen in dat gat zijn gesprongen voor mensen met geld en voilà de tweedeling is compleet)) tot de verrechtsing in de wereld politiek. Leuk om te bespreken was ook de situatie in Europa gezien door een Chileense bril: Open minded, planmatig, tolerant, ondernemend …
Even verderop de grens over via de pas Agua Negra naar Argentinië. Een spectaculaire route. Eerst geasfalteerd en dan gravel. Met heel veel haarspelden naar ruim 4000 meter. Een erg avontuurlijke route ook, dat die auto (met chauffeur hèhè) dat kan! Afdalen, stijl! met minstens zoveel haarspelbochten. Ik draai in mijn bed nog. Ijspieken naast de weg (in de winter/ voorjaar is deze pas gesloten) en een uitzicht, zo enorm dat tart iedere beschrijving. Dus een paar plaatjes die er wat op lijken. Wat zijn we toch een speldenprikjes die in een luciferdoosje tegen de helling geplakt lijken in dit groteske wonderschone landschap. De grenspost met douane formaliteiten is na de pas zo’n 60 km verderop, na de indrukwekkende pas rijden we de pampa op. Lekker zuinig, ik geloof 1 op 40, als we na de haarspelden over het asfalt verder naar beneden zoeven.
Aan de grens staat, de andere kant op een hele rij Argentijnen die naar Chili willen. De grens het land uit, lijkt wel gesloten te zijn?? Mensen zitten op stoeltjes of op een kleed naast hun auto, portieren staan open. Dit lijkt al een aantal uren zo te staan. Wij rijden Argentinië in, rustig deze kant op en de formaliteiten zijn snel gepiept. Sinds de nieuwe president Milei met zijn politiek om de inflatie een halt toe te roepen (lijkt hem te lukken hoewel zijn botte bijl methodiek niet populair is) hebben we al eerder gehoord dat er files Argentijnen staan bij de grenzen. Nog even uitzoeken waarom…. Misschien om boodschappen te doen in Chili? Wij rijden over Argentinië omdat de weg door Chili verder noordwaarts op deze hoogte weinig andere keus biedt dan de 5, de Panamerican highway. Dat vinden we saai. En we kregen de tip van onze Belgische “brothers in crime” dat het gebied Puna in noord Argentinië wonderschoon is. De pas van Chili naar Argentinië was al fenomenaal dus we hebben er nu al geen spijt van. Ook moeten onze Argentijnse pesos op en ik zou nog wel een flesje Malbec willen drinken. De meest directe weg om in de Puna te komen is via routa 34. We zagen in de app i Overlander dat het een avontuurlijke ‘weg’ is, bestaande uit los zand, keien, stijgende en dalende stukken, stugge begroeiing en rivierpassages. Oké…. Maar vooralsnog volgen we de onverharde 34, de kaart laat zien dat we er dan ook komen. Campo de Piedra Pomez is ons doel (we weten dan nog niet dat dat geen dorp is, huhhh). De 34 loopt door enkele kleine dorpen heen, net woestijndorpen met lage huizen, gepleisterd en met weinig of hele kleine ramen. Alles dicht. Overal zand.
Prachtig liggen de dorpen in de groene vallei. Wat een contrast die kleuren van dor naar helder groen. We genieten en na het derde dorp gaat de weg verder omhoog en wordt steniger. Er staan weinig bandensporen en de weg wordt steeds smaller…. Ai. De weg loopt de heuvel op en we zien voor ons nog slechts een pad. Wellicht dat een goeie off the road motorrijder verder kan komen, wij niet. Een stuk of 5 keer steken en we zijn gekeerd. Terug op onze schreden naar de afslag die aangegeven staat. Via Las Papas naar Piedra Pomez. We zien 3 kilometer voor die afslag nog een mogelijkheid. FF proberen of dat gaat werken. We rijden door een zeer droge zanderige rivierbedding met veel scherpe struiken aan weerszijden en een wat hobbelige (eufemisme) ondergrond. Na een aantal kilometer door het losse zand met de 4x4 erop kunnen we toch niet verder… Er is een gat en nog meer los zand en weinig escape vanwege die struiken. Dat gaat niet lukken zonder vast te komen zitten. Weer terug naar de hoofdweg en nu slaan we rechts af waar de richtingaanwijzer staat: Las Papas. Mooie route. Hier komen niet veel mensen… het is amper een weg te noemen. We zoeken het spoor en zitten goed. Soms is er een “afstapje” . Het pad duikt dan even omlaag en weer omhoog , bijvoorbeeld doordat water het pad heeft uitgesleten/ vernield. Dan moet ik eruit. Bert stuurt eerst de voorwielen het gat in en ik moet oppassen dat de kont de grond niet raakt. Als dat gebeurt, of eigenlijk voordat dat gebeurt natuurlijk moeten er stenen voor het achterwiel zodat de auto niet zo stijl naar beneden ploft maar een soort bruggetje krijgt. Zodoende blijft ie ver genoeg van de grond en raakt de kont de grond niet. Zie je het voor je? Eigenlijk heel logisch. Door onze lengte kunnen we niet het gat in en uit. Zo koersen we verder met de bergen om ons heen en de zon op de bol. Er komt ons een pick up tegemoet met wegwerkers die zijn afgewerkt. Zij beweren dat we straks bij de rivier niet verder kunnen. Bert vertelt dat onze auto een 4x4 is. Er rijden hier veel Mercedes busjes rond maar nooit met een 4x4, die versie kennen ze hier niet. Ze vinden de auto mooi maar zijn overtuigd. We moeten die rivier volgen en vaak oversteken. Ze adviseren ons te wachten tot morgen, want vannacht gaat het regenen en kunnen we zelf gaan kijken. Het is ondertussen ook de hoogste tijd om te stoppen. We vinden een prachtige plek bij een tanig boompje in dit niemandsland omgeven door bergen en niks. s’ Nachts gaat het regenen met bliksem en donder. Gelukkig waren de worstjes op ons vuurtje net voor de bui klaar. Gauw naar binnen en smullen. Morgen zien we verder. We volgen de volgende dag de weg en nemen de haarspelden naar boven. Soms een paar keer steken maar de auto trekt als een zonnetje. We volgen de weg/pad door dit prachtige landschap en dalen af naar de rivier….. dus daar moeten we doorheen. We weten niet precies van waar naar waar de route loopt en zien de bodem niet door het vele zand dat de snelstromende rivier met zich meeneemt en troebel maakt. Er liggen veel keien en zo te zien moeten we ergens aan de overkant over zacht of hard zand?? weer de rivier in. Bandensporen van voorgangers zijn er niet meer vanwege de regen afgelopen nacht. Omdat niet is in te schatten hoe de bodem van de rivier eruit ziet en waar het spoor loopt en wat we verder nog kunnen verwachten, kiezen we ervoor om deze exercitie niet aan te gaan. Hemelsbreed is het nog maar 25 km maar teveel is onzeker. We gaan terug en besluiten om te rijden tot we 100 km verderop de 43 weer kunnen oppikken en aan de oostkant La Puna kunnen inrijden.
La Puna ligt zo’n 3800 meter boven zeeniveau en is na Tibet het hoogste plateau op aarde. Deze hoge Andestoendra is in zijn geheel 9300.000 hectare groot (NL 4,2 miljoen ha) en bestrijkt Noord Argentinië, West Bolivia, Noord Chili en Centraal- Zuid Peru. Het plateau is bezaaid met zoutvlaktes en ondiepe brakke lagunes waar veel vogels waaronder 3 soorten flamingo’s zich verzamelen. Veel vulkanen en een typisch strograsland (stipa ichu). Op de hellingen en in ravijnen, gebieden met een hoge luchtvochtigheid groeit de enige boom in Puno, de quenoa. Dit gebied is zoooo de moeite waard. Het is fabelachtig. Indrukwekkend. Als eerste rijden we naar Piedra Pomez, heel in de verte ziet het eruit als een stadje; huizenblokken verspreid over een witachtige ondergrond. We zien zandduinen en rotsen en ploeteren door zacht duinzand maar raken niet vast! Wat een autootje. Dichterbij zijn die oudroze blokken geen huizen maar enorme blokken puimsteen. Over een gebied zo groot als het oog rijkt (75000 hectare) een zee van witte versteende golven. De kleuren variëren afhankelijk van het tijdstip van de dag. Surrealistisch. De puimsteen rotsen zijn het gevolg van vulkanische activiteit Talloze vulkanen maar vooral de Cerro Blanco (of Robledo vulkaan) levert puimsteen. Door millennia van erosieprocessen is dit wonderschone landschap ontstaan. Dit is de Piedra (=steen) Pomez. Goedemorgen!
Officieel mogen we hier niet overnachten dus rijden 15 kilometer verder en parkeren naast zo’n nogablok. Het is 1 dag na volle maan en buiten is het sprookjesachtig. Of we op de maan zijn. De volgende dag komt er nog meer moois op ons pad. Woorden schieten te kort, de foto’s trouwens ook! Het is echt; de kleuren van het pikzwarte lava, met de rode bergen op de achtergrond en het witte zout en de pastelkleurige rotsen en de laguna met de flamingo’s in de verte. Ja dat allemaal en dan ook nog op een ruig 4x4 pad waarvan ik denk ‘kan zo’n afdaling eigenlijk wel? Kiepen we niet of glijden we niet weg?’. Nee het autootje trekt ons er beheerst doorheen met lichte hulpen van de chauffeur (jaja, niks gaat vanzelf natuurlijk). We zijn het er over eens dat de Puna een van de mooiste gebieden is dat we ooit gezien hebben. Een fascinerend, ruig landschap dat vele (ver)gezichten kent en daar rijden wij gewoon doorheen. Begrippen als illusionaire vervalsing, fata morgana, hallucinatie of “zie ik dat nou echt” doen ons op het puntje van de stoel zitten. Als laatste gaan we bij de kloof Quebrada Seca kijken.
We zitten de hele tijd al op hoogte tussen de 3700 en dik 4000 meter. Dus een paar kilometer door de engte heen wandelen om in te schatten of wij erdoor heen passen, maakt je al buiten adem. Een paar passen omhoog en het hart maakt een paar sprongetjes extra. De wanden van de canyon worden gevormd door grillige rode rotsen, de droge rivier slingert met een lengte van een paar kilometer tussen deze hoge wanden door. De ondergrond is zanderig met keien en kleine hoogte verschillen. Helaas kunnen we er niet door heen. We zijn te lang om de nauwe bochten te kunnen halen en de bus kan teveel naar een kant hellen door de ongelijkmatige ondergrond tussen de rotsmuren die niet meegeven. We hebben het gezien en onze ervaring hier kon toch al niet kapot! We zien nog een viscacha op de rots (een soort konijnachtige) en er lopen hier vossen en vicuña’s. We zoeken een overnachtingsplek vlakbij de canyon in dit betoverende landschap en hebben zoete dromen van al dit moois. Volgende dag besluiten we via Antofagasta de la Sierra de Puna weer uit te rijden. Dat is 3 dagen wasbord geworden…. Pff mooi hier maar wel genoeg geschud zo. Ook het voortdurende lawaai dat het oplevert, is vermoeiend. De glaasjes die normaal in een houder staan boven de koelkast ruimen we op. Teveel gerammel en we willen niet dat ze op een gegeven moment kapot gaan. De grote bierglazen , ook van glas ja!, hangen stevig aan de kleine hoefijzertjes met een elastiek eromheen als extra beveiliging. Tot nu toe is alles heel gebleven. Al glijdend door de blubber komen we na uren weer aan de harde weg.
We gaan de grens met Chili weer opzoeken en verlaten Argentinië voor de laatste keer. Deze keer geen wachtende Argentijnen of anderen om de grens over te gaan dus kunnen we niets vragen over de wachtrij bij Agua Negra. Feit is wel dat deze grens kilometers ver verwijderd is van een eerste dorp. Dus voor goedkoop boodschappen doen hoef je deze grens niet te nemen. Alles gaat vlot en we bereiken San Pedro de Atacama. In een uur tijd zijn we 2500 meter gedaald. We zijn er vorig jaar ook geweest. Een oase te midden van de grote zand- met stenenbak, een toeristisch oord omdat de omgeving prachtig is. Vorig jaar zijn we op verkenning in de omgeving geweest, nu overnachten we, doen een paar boodschappen en tanken water. We halen eerst water bij de brandweer. We krijgen maar 20 liter. Tegenover de brandweer staan campers geparkeerd. Een Spaans koppel, Brazilianen, Fransen en wie komt er aanrijden als het net donker is: Saskia en Dominique. Voor de derde keer! We blijven vannacht hier staan en tanken onze watertank vol op een privé adres. De mijnheer verdient op deze manier een centje bij (hoewel van 5 euro voor 50 liter word je niet rijk). Erg aardige man. Chilenen zijn sowieso aardige mensen en geïnteresseerd in anderen nadat het ijs gebroken is. Op vallend is ook dat het hier allemaal zo keurig is. Iedereen veegt zijn stoep en de straat. De Plaza’s die ieder dorp hoe klein ook rijk is, zijn keurig netjes. Schoon en aangeharkt.
De weg naar Calama is saai, we rijden door woestijn waar veel mijnbouw activiteiten zijn. Het betreft grootschalige koper winning (de grootste mijn van Chili ligt 15 km ten zuiden van Calama). Alles draait hier om de mijnen (dagbouw en ondergronds). De eerste ertsgroeve werd in 1915 geopend en leverde jaarlijks ½ miljoen ton erts op. In 2019 is de mijn uitgebreid met ondergrondse schachten en een jaar later werd op deze manier 6 miljoen ton erts gewonnen waaruit 400.000 ton koper gehaald. Er werken 4000 mensen. Dus grote vrachtauto’s en andere machines op de weg en stof veel stof in deze zandbak van de bezigheden. Calama gelegen in de Atacama woestijn is de regenarmste plaats ter wereld. In 1974 viel er voor het eerst in 400 jaar neerslag. En uitgerekend hier laten wij de auto wassen. (Drink) water is een uitdaging hier, de mijnen vragen veel en de inwoners van deze almaar groeiende stad hebben natuurlijk water nodig. Er zijn diverse projecten om water de winnen, bijvoorbeeld uit de dikke ochtendmist of om via aquaducten aanvoer vanuit de bergen 200 km verderop te organiseren. Wij hebben geen watergebrek gezien. De auto werd met hoge druk en zeep vertroeteld zodat ie weer kan stralen. We weten dan nog niet dat mogelijk een druppel water binnengedrongen op een plek waar geen water mag komen, nog grote gevolgen kan hebben.
De auto was vies en we zijn nogal wat zoutvelden gepasseerd waar we soms doorheen moesten. Dus ons autootje had het verdiend. Na de wasbeurt rijden we glanzend de stad uit. 25 kilometer verder gaat er op het dashboard een lampje branden. Een bekend lampje van de ABS. Was ooit eerder ook een gevalletje dat uiteindelijk weer vanzelf is overgegaan. We hebben nu geen 4x4 meer, geen ABS, geen EPS en geen cruise control. Verder geen probleem. Dan gaat het lampje weer uit. Later weer aan. Uit.
We besluiten door te rijden. En gaan van de hoofdweg af om een “B-weg” langs de grens met Bolivia te volgen in almaar noordelijke richting. Prachtige weg, slingerend door uitgestrekte kaalheid met massieve bergen op de achtergrond en hier en daar weer ’s een vulkaan of een zoutmeer. De volgende dag komen we uit bij wegwerkzaamheden.
Er zit een diepe sleuf in de weg waar een pijp moet komen te liggen. In de breedte. We wachten en lunchen maar meteen. De 20 minuten die het zou duren worden anderhalf uur . De werkers (de hoogste rang met een witte helm) geven aan dat de gravelweg verder goed is, alleen de droge rivier oversteken is moeilijk maar mogelijk. Er zijn ongeveer 5 mensen per dag die deze weg gebruiken. Ook bedoeld als toegangsweg naar de verderop gelegen nitraatmijn. Fluitend vervolgen wij onze weg. Het lampje brandt weer. We komen bij de brede, zo’n 500 meter, rivier die inderdaad geen water bevat maar wel tal van diepe geulen. In de lengte. Je kunt er niet gewoon doorheen denderen daarvoor zijn de geulen te breed en te diep. Het is het makkelijkste om een spoor van een ander te volgen. Hoewel….. er lopen meerdere sporen en sommige auto’s (de pick ups) kunnen een kleinere geul wel overbruggen maar wij niet. Wij hebben meer oppervlakte nodig, die gelukkig hard is. Soms moeten we even terug, even kijken en weer even oriënteren; waar rijden we naar toe, waar is de weg. Al slaommend bereiken we de overkant en komen weer op doorgaande weg. We passeren op grote afstand de mijn en zien de berg die afgegraven wordt. De weg loopt op grote afstand want van pottenkijkers bij mijnen daar houdt men niet. De weg wordt hier “camino Chileno” genoemd (er staan zelfs bordjes) en behoort tot het lange afstandspad voor wandelaars die Chili willen doorkruisen van noord naar zuid. Een soort Pieterpad maar dan anders. De camino lijkt ondertussen maar op een rivierbedding met verspreid liggen keien en aan weerszijden hogere kanten . We zien een veel betere weg evenwijdig aan die van ons, maar daar kunnen we van hieruit niet op. Even in de gaten houden en dan zien we waarom we geen toegang tot die weg hadden gezien zonet, net na de kruising. De weg eindigt in een soort ravijn. In ieder geval valt ie de diepte in. Wij hotsen knotsen verder, kijk maar naar het filmpje en komen amper met 5 km per uur vooruit. Dit mag geen weg heten maar is het wel, er staat zelfs af en toe een richting aanwijzer: Iquique rechtdoor. Niet dat je een andere kant op kunt maar handig om te weten dat je op de goede weg zit…..
Poeh, we hebben het overleefd (met brandend lampje) en kamperen weer op een grandioze plek aan Laguna Huasco. Uitzicht over het zoutmeer met talloze flamingo’s en de bergen van Bolivia als achtergrond. De kleuren bij een ondergaande zon hoef ik niet te beschrijven! We zitten hoog, 4300 meter dus koud ’s nachts. De volgende ochtend zitten we boven de wolken in de mist wat het schouwspel buiten sprookjesachtig maakt. Als we gaan dalen komen we vanzelf weer in de zon.
Het lampje brandt nog steeds. Dat wordt toch een beetje ongemakkelijk want we rijden de bewoonde wereld alleen maar verder uit en over een dag of 2 Peru in. We besluiten de kortste weg te nemen naar de garage, in de stad Iquique. Voor mij bekend van de Parijs Dakar Ralley. Dus daar zullen ze wel verstand van auto’s hebben. De naam Iquique komt trouwens uit het Aymara: ‘iki iki ‘= plaats van dromen of plaats van rust. Later blijkt dat het in ieder geval een plaats van rust voor ons gaat worden! De dromen komen even on hold. De toegangsweg naar de havenstad Iquique loopt vanaf het kustgebergte in een paar hele grote haarspeldbochten vrij steil naar beneden. Het geeft een prachtig uitzicht en we zien de stad die op een smalle strook is ingeklemd tussen de Grote oceaan en grote zandduinen. De stad kan alleen uitbreiden naar noord of zuid en zal in de loop der tijd wel langer geworden zijn. Het is een van de grootste steden in het noorden van Chili in de regio Tarapaca en telt 232.000 inwoners. Wellicht zijn het er ondertussen meer want veel vluchtelingen uit Venezuela strijken hier neer.
In de koloniale tijd groeide de kleine havenstad in rap tempo toen in het achterland rijke nitraatvoorraden werden ontdekt en ontgonnen. Er werd een spoorlijn naar Iquique aangelegd en binnen enkele decennia groeide de stad met enkele tienduizenden inwoners. En kreeg allure. Wij zien de statige, helaas niet altijd goed onderhouden, koloniale herenhuizen in neoklassieke Victoriaanse stijl met zuilen en balkons. De huizen zijn van hout en geschilderd in verschillende kleuren. Het indrukwekkende licht blauwe gebouw aan de Plaza Prat, is het Municipal Theater.
Helaas vanwege renovatie gesloten en omgeven door een grijze schutting. Op de plaza staat ook een in prachtig in Moorse stijl gebouwde Spaanse club (1890), tegenwoordig een terras/restaurant “Casino Espagnol” waar ik stiekem naar de wc ben geweest. Onder het mom van even binnenkijken… Prachtig met alle tegeltjes en bogen en een knipoog naar Spanje met de beelden van Don Quichot en zijn schildknaap Sancho Panza. Prominent op het Plaza Prat, dat is het einde van de Baquedano staat de klokkentoren, Torre del Reloj. Deze toren werd gebouwd in 1878 toen dit nog Peruaans grondgebied was. Met een uit Engeland geïmporteerd uurwerk. Vroeger sloeg de klok ieder kwartier maar nu staat ie stil. Al lang denk ik. Opvallend zijn de vele zwervers op straat van mensen in een tentje tot psychisch zieke en erg deplorabele mensen en alles daartussen in. Een welvarende stad werkt als een magneet op de minder bedeelden. Er is bijna geen straat in de binnenstad waar geen zwerver zit of soms uitgeteld breeduit op straat ligt. De stad staat hierdoor niet als super veilig bekend maar wij merken hier gelukkig weinig van. Misschien omdat wij er intussen ook wel een beetje verlopen uitzien…Maar eerst rijden we natuurlijk naar de Mercedes garage.
Net voor de middag komen we er binnenrollen op een woensdag. Royaal voor het weekeind. We worden vrijwel meteen geholpen en de auto wordt naar de werkplaats gereden. Het oogt hier professioneel en het is druk met de voertuigen van de mijnen. Dat schept vertrouwen. Tegen 18 uur is men er nog niet uit, behalve dat het euvel zich bevindt in het “communcatiesysteem” van de auto. Ik leer dat de hoofdcomputer niet communiceert met de diverse onderdelen. Het lijkt een neurologische aandoening waarbij de hersenpan de prikkels niet verwerkt. De signalen komen in ieder geval niet door, dus daarom doet de ABS, de ESP enzo het niet. We mogen blijven overnachten op het Mercedesterrein en morgen kijken ze verder. De volgende dag blijkt dat het onderdeel dat de signalen moet verwerken (ik noem het maar een stekkerdoos) besteld zal moeten worden. Men gaat aan het werk. Bert houdt contact met onze man Javier en wij gaan op hotel in de stad. We trekken in bij Las Palmares.
Eenvoudig, met eigen badkamer en ontbijt (daar selecteren wij op). In het centrum en een paar honderd meter vanaf zee. We zitten om de hoek van de wandelpromenade de Baquedano. Daar liep vroeger de spoorlijn en stonden aan een met palmen omzoomde hoofdstraat de rijke herenhuizen. De spoorlijn ligt er nog en bij het Plaza Prat was het station. Arturo Prat was een oorlogsheld en kapitein op het oorlogsschip de Esmeralda. Tijdens de zeeslag van 21 mei 1879 (Salpeteroorlog van Chili tegen Peru en Bolivia ) sneuvelde hij met meer dan 100 Chileense soldaten en de Esmeralda belandt op de zeebodem van Iquique. Prat en zijn zeelieden zijn geworden tot een voorbeeld van moed en dapperheid die ondanks hun duidelijke achterstand de posities van de Chileense vloot met hun leven verdedigden. De oorlog wordt de Salpeter oorlog genoemd omdat er gestreden wordt om de rechten op het winnen van zout en koper in het kustgebied. De Chileense marine besliste de strijd en de export van salpeter bleef tot in de eerste wereldoorlog Chili’s belangrijkste bron van inkomsten. Het is een belangrijk historisch figuur, die señor Prat hier in Iquique. Een replica van de Esmeralda ligt in de haven. Leuk om te weten en het is zeker de moeite waard om een paar dagen in deze stad te zijn. Een aparte stad vanwege zijn ligging tussen het zand en de zee.
Een gezellig oud centrum met zowel een vismarkt als een gewone markt om rond te kijken en waar we heerlijk hebben gegeten. We zaten in zo’n klein restaurantje met houten bankjes, zeil op tafel, spiegels en kunstbloemen. Een menuutje van de dag voor 5 piek pp. Vissoep en voor Bert kip met salade Chileno en voor mij picante marisco (schelpdieren maar niet zo pikant). Allemaal heerlijk . Omdat de kleine ‘volks’ restaurants om een uur of 18 dicht gaan, eten wij om 15 uur. Bevalt eigenlijk nog goed ook. Twee keer op een dag goed eten en ’s avonds nog een koffie. Javier appte Bert dat het onderdeel voor de communicatie, de ‘stekkerdoos’ besteld moet worden in Duitsland. Dat kan tot 45 dagen duren…. Ze kunnen het probleem niet verhelpen met een alternatieve oplossing. We gaan er niet op wachten. We gaan rijden zonder 4x4, cruise control en abs. Dat is best te doen. Wellicht kunnen we zelf het onderdeel meenemen als we toch in Nederland zijn van de zomer? Het is prima hier in Iquique en we waren toe aan even “niks” want we hadden veel gereden en ook veel gezien. Ons hoofd zat vol en de rest van het lijf moest ook even in z’n ‘vrij’.
Terug bij de Mercedes garage, nog even wachten (dat kun je hier goed oefenen..) en dan gaan we weer op weg. De stad uit. Dat was op de heen weg ook al opgevallen dat de weg enkele hele lange zig zag wegen kent om de duin/ berg over te komen. Met een prachtig uitzicht natuurlijk maar geen plek om te stoppen, dat is pas helemaal boven. Voordat we boven zijn komen we er achter dat de auto niet overschakelt, ook handmatig lukt schakelen niet hij blijft in de D (drive) staan. Berg op gaat steeds trager en de auto maakt hoge toeren. Dus….. terug…. Bij Mercedes en onze man Javier gaan weer meteen aan de slag. Gelukkig is het geen probleem met de automaatbak zelf maar voert ook dit terug op de (kapotte)schakeldoos. De auto “denkt” dat ie in de 4x4 staat en dan kun je niet schakelen. Eigenlijk hebben ze het zelf erger gemaakt dan het was want dit euvel had de auto niet toen we aankwamen. Dat wordt beaamd en dus 100% aan de slag.
Wij enigszins gerustgesteld. Wachten. Omdat het onderdeel niet voorhanden is willen ze proberen het creatief of wel ‘op de Mexicaanse manier’ op te lossen. We blijven op de garage, er wordt met man en macht aan de auto gewerkt en krijgen pizza aangeboden en een fles cola (volksdrank nr. 1). We blijven weer slapen op het garage terrein. De monteurs willen de klus klaren maar moeten naar huis omdat in Chili de stroom is uitgevallen en de noodtoestand is afgekondigd. Dat betekent dat iedereen binnen moet zijn tussen 22 en 6 uur. Er schijnt een ontploffing te zijn geweest in een elektriciteitspunt in La Serena. Later wordt gesproken van een breuk in een hoogspanningskabel.
Het zou de grootste stroomstoring zijn in 15 jaar en 8 miljoen huishoudens zijn getroffen. Het Chileense netwerk is van hoge kwaliteit dus dat 98% van het land nu in het donker zit komt zelden voor en zorgt vooral in de grote steden voor chaos en verwarring. Het staat zelfs in de Nederlandse krant en we krijgen een mail van het Ministerie van Buitenlandse zaken over de situatie. Dus het wordt donker. Ik zie wel ‘grappige’ overeenkomsten met de stroomstoringen (onze auto en het land), de stilstaande klok van Torre del Reloj en met de naam van deze woestijnstad Iquique; Plaats van rust…..
Volgende dag is alles weer als vanouds. Wij wachten, maken een wandelingetje en de monteurs buigen zich over de auto. Op hoop van zegen. Wat een autootje, al die tijd zonder morren doen wat er van hem gevraagd wordt en mechanisch tiptop, is het de computer die hem dwars zit. Onze auto heeft wel 30 computertjes in zich om alle signalen te verwerken en systemen te laten samen werken en het worden er steeds meer in de modernere voertuigen. Het wachten zonder te weten hoe lang is niet leuk en maakt ons landerig, maar het is lekker weer, de mensen zijn reuze vriendelijk, zelfs de grote baas alhier bekommerde zich gisterenavond om ons en we moeten er maar het beste van maken. Dat doen we en later zal het een mooie anekdote zijn. Er zijn beroerdere plekken om te stranden. En stranden, dat doen we hier….op de plaats rust in Iquique want het gaat 30 dagen duren voordat het noodzakelijke onderdeel binnen is vanuit Duitsland. Er is geen andere oplossing om ‘de Sprinter’ zoals Javier hem liefkozend noemt weer oké te krijgen. Dus er is geen keus. We maken een plannetje: eerst een paar dagen (lees weken) naar de camping en dan wellicht nog een paar dagen naar de stad in een hotelletje met zeezicht. De camping ligt 20 km buiten de stad tegen een zandduin. Er is hier geen groen we zitten in de woestijn. De camping is vooral een opslag van auto’s en andere spulletjes en de werkplaats van de eigenaar Mark. Een groot liefhebber van auto’s. We krijgen na een appje een route beschrijving en we moeten bellen met de grote gele bel en dan komt hij vanzelf. Er zijn ook 5 honden. Geen probleem natuurlijk voor ons. We rijden erheen, na flink boodschappen te hebben gedaan. In de nabijheid van de camping is vooral niks… We zien de grote gele bel, ik klingel en even later doet een superaardige Catweazle -achtige figuur de poort open en springen 5 grote honden ons tegemoet.
De maand februari is om. Een maand met prachtige routes en wonderschoon landschap. Het was dubbel en dwars genieten. Ons autootje bolderde overal over en doorheen. Nu op de plaats rust terwijl onze dromen vrij baan krijgen.
Bert roept dat de lunch klaar is en dat laat ik me geen twee keer zeggen.














































Blijf sterk gaan! Lieve groet van ons xxx
Weer een heel boeiend verhaal, waarbij je bijna de warme lucht voelt en de mooie kleuren echt kan zien.
Soms lijkt het of jullie nog niet zo héél lang weg zijn, maar als je door de verhalen scrolt
weet je beter.
Ga verder genieten en ik hoop jullie van de zomer in goede gezondheid te zien.
Dikke knuffel van ons.
Wat een geweldig verhaal weer. Het lijkt voor ons wel een eeuwigheid geleden dat we afscheid van jullie hebben genomen in Argentinie. Fantastisch om jullie februari verhaal te lezen. Maar ook die geweldige foto's en avontuurlijjke ritten. Het maakt ons wel jaloers. Wij zijn inmiddels onze reispplannen voor dit jaar aan het uitwerken. We zien jullie in Nederland. geniet, geniet en blijf schrijven.
Ron En Monique.
Liefs Anja