Driemaal Veracruz
30 januari 2026 - El Sauz, Mexico
We zijn precies 2 weken in Belize geweest. Als je de grens overgaat moet er, zoals in veel landen, een verzekering voor de auto gekocht worden. Een verzekering van 1 week, 2 weken, een maand of langer. Wij kopen er eentje voor 2 weken. Op weg naar Belize vroegen we weleens aan anderen hoe leuk is Belize? Een vreemde eend in de bijt tussen de andere Centraal Amerikaanse landen qua taal, afmeting en koloniale geschiedenis. Engels de voertaal in plaats van Spaans. Het kleine land, kleiner dan Nederland (met 19 inwoners per km2) ligt in een hoekje tussen Mexico, Guatamala en de Caribische zee. De vorige keer, 3 jaar geleden, toen we hier in de buurt waren hebben we het land letterlijk links laten liggen op onze route naar het zuiden. Nu maken we het blokje om wel, ondanks dat mensen zeggen dat er niet veel aan is. "Hou je van snorkelen of duiken?". Uhhh neu, niet echt antwoord ik dan. "Dan is er niks te doen". Tien dagen, ook volgens websites over reizen in Belize, maximaal 2 weken is voldoende om dit land te bezoeken. Vandaar dus die verzekering van 2 weken. Achteraf, da's leker makkelijk, te weinig want we hadden nog best wat langer willen blijven. Het beviel ons supergoed. Zo zie je maar weer; zoveel mensen, zoveel verhalen, zoveel interesses en zoveel favorieten. Iedereen kijkt met zijn eigen bril.
In Belize zijn we nog wel aan de beroemde kust geweest, aan het einde van de 2 weken in het dorp Hopkins.
Daar woont een Garifuna gemeenschap. De mensen zijn zwart, Caribisch en spreken Garifuna. In het 'Belize's First Magazine' is Hopkins uitgeroepen tot het vriendelijkste dorp van het land! Nu was dat niet de aanleiding voor ons bezoek. Maar wel dat dit een Garifuna dorp is. Deze levendige cultuur doet Afrikaans aan of zoals je wil Caribisch. Deze sfeer trekt ons. De Garifuna (volk) zijn een etnische groep in het Caribisch gebied, afstammend van een vermenging van Indianen en Afrikanen. Totaal leven er zo'n 200.000 Garifuna in Centraal Amerika. Afstammelingen van Afrikaanse slaven die destijds naar Amerika werden verscheept. Het schip leed echter schipbreuk en de overlevenden vestigden zich op het eiland St. Vincent. De Engelsen die het eiland in bezit hadden verscheepten de Afrikanen vervolgens naar een eiland voor de kust van Honduras. De mensen vertrokken naar het vasteland en verspreidden zich langs de Caribische kust van Centraal Amerika. Wat een gesleep met mensen. Als handelswaar. Deze geschiedenis van de slavenhandel duikt telkens weer op, waar we ook zijn. Het slavenverleden is groter dan groot. Hopkins ligt aantrekkelijk aan de azuurblauwe Caribische zee met wuivende palmen aan een wit strand. Hoe ydillisch wil je het hebben! Het wordt nog leuker als we bezoek krijgen. Terwijl we ons installeren op de kampeerplek komt er een app binnen van Barbara en Robert. Het Duitse koppel dat al jaren onderweg is op de motorfiets, zijn we eerder tegengekomen. We passeerden elkaar en stopten voor een praatje. En 'aan de praat gebeleven'. Samen met hen en met de oostenrijkers Peter en Elizabeth, hebben we een paar dagen later in San Ignacio Oud en Nieuw gevierd. Dat was een bere gezellige oudjaarsavond. Met oliebollen, kokostaart, heerlijk eten, om 12 uur bruiswijn in fijn gezelschap.
2026 Is goed begonnen en bij het wakker worden op 1 januari boffen we met 2 soorten toekans in de boom waaronder Barbara, Robert en wij 2 zitten te ontbijten. De foto's zijn van Barbara, samen hebben we de kleinere soort gevolgd toen t'ie opvloog totdat t'ie voor onze neus in een struik neerstreek. Prachtig. De toekan is niet voor niks de nationale vogel.
De mountain tapir is het nationale dier. Die zou ik erg graag willen zien maar het is bij een verkeersbord 'pas op overstekende tapir' gebleven. Maar goed, verder met Hopkins. Barbara appt dat ze eraan komen, kunnen we nog een avondje met ons 4 bijkletsen. We hebben een leuke klik, alsof we elkaar al veel langer kennen. Goed idee. We praten verder waar we gebleven waren, eten samen en delen de rum uit de motortas. De volgende dag nemen we weer afscheid en wellicht tot....
Hopkins is een klein dorp er leven 1000 mensen die werkzaam zijn in de visserij en het toerisme. Toerisme is booming hier wat te zien is aan de vele restaurantjes en de aanbieders van tours. Nu, buiten het seizoen is het rustig.
Wij parkeren zo goed als Op het strand, zover als de mulheid van het zand dat toelaat. Deze camping wordt uitgebaat door een ouder echtpaar dat ook kokosolie produceert. Handwerk. Kokosnoten 'killen' (met een kapmes de buitenste schil ervan af), kokosmelk opvangen, de noot kraken en het vruchtvlees eruit snijden om dat vervolgens met een hand-machientje te malen. Het verkregen 'zaagsel' wordt gekookt, water verdampt en olie blijft over. En dat hele proces voeren zij samen uit buiten achter op de plaats. Een fotootje maken mag.
De trekpleister van Belize is het beroemde koraalrif. Het Belize Barrier reef. 's Werelds 2e grootste rif na het Australische Great Barrier reef. Het rif meet hier 256 km. en strekt zich uit langs de hele kustlijn van Belize. Is sinds 1996 UNESCO werelderfgoed. Er leven 350 soorten vissen, de opmerkelijkste zijn de zusterhaaien, roggen, dolfijnen, walvissen en ook schildpadden. Een andere reden om te gaan snorkelen of duiken is natuurlijk het koraal en "the Great Blue Hole". Jacques Cousteau noemde dit natuurverschijnsel een van de meest bijzondere plekken op aarde (foto Wiki).
Aan de zee oppervlakte is een cirkel te zien met een doorsnede van 330 meter. Het indrukwekkende blauwe gat is 130 meter diep en zou een onvergetelijke duikervaring bieden tussen stalactieten en stalagmieten. Dat lees ik allemaal op Wikipedia, wij gaan niet voor het kostbare onderwater uitstapje. Daar maak je mij niet blij mee ondanks dat het prachtig klinkt.
Ik blijf liever op het droge, tot dat ik in een riviertje uitglij, maar daarover straks meer en we gaan onze benen strekken in het Mayflower Bocawina National Park. Een regenwoud park waar we ook kunnen overnachten en waar het stikt van de watervallen. Het gebied maakt deel uit van de zogenoemde Maya jungle; een corridor die bossen verbindt tussen Belize, Guatamala en Mexico. Het meest uitgestrekte aaneengesloten stuk jungle van Centraal Amerika en een van 's werelds laatste echt grote bosgebied met een thuis voor jaguars en andere bedreigde diersoorten. Tja waar een klein land groot in kan zijn! We hebber er schitterend gewandeld.
Het pad is modderig. Regen!!!woud. De watervallen zijn imposant en er is niemand. We lopen echt in de jungle over paadjes die soms moeilijk te vinden zijn, tussen luchtwortels en over boomwortels, voortdurend in de schaduw vanwege de overvloedige begroeiing. Vochtig en warm is het hier en alle luie vliegt eruit. We moeten een paar keer een snelstromend riviertje oversteken en gaan hink stap sprong over de keien totdat ik even niet oplet en midden in de stroom van de steen afschiet. Hup, languit het water in en beentjes in de lucht. Bert is net te laat voor deze actiefoto.
Vlakbij de waterval "tears of the jaguar" zie ik in de modder verse voetsporen van de jaguar (of in ieder geval een grote katachtige). Dat alleen al is mooi. Dat het dier er zit wordt bevestigd door de guard die 's avonds een praatje komt maken en beelden van de cameraval laat zien. Een jaguar en een mountain lion (een kleine soort leeuw), vlakbij gespot. Dus vannacht maar even uitkijken als we moeten plassen.
De centraal in het land gelegen hoofdstad van Belize is Belmopan. Een van de kleinste hoofdsteden ter wereld met ongeveer 15.000 inwoners. In 1970 kreeg Belmopan de functie van regeringszetel overgedragen van de toenmalige hoofdstad Belize-City. Deze stad werd in 1961 verwoest door orkaan Hattie. De Engelse regering besloot de hoofdstad te verplaatsen van de kwetsbare kust naar een veiliger plek landinwaarts. De nog steeds aanwezige connectie met Groot Brittannië roept vragen op. Even de geschiedenis induikend, levert het volgende op: Belize als kolonie van Groot Brittannië heet tot 1973 British Honduras en is op 21 september 1981 officieel onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk. Tegenwoordig is het land een parlementaire monarchie en lid van het Britse Gemenebest (een kroonkolonie) met de Britse koning als ceremonieel staatshoofd. Ik hoor weinig betrokkenheid van de mensen hier met Groot Brittannië "King Charles is hier nog nooit geweest..." Met the Queen hadden ze meer op. Ander Brits erfgoed dan de taal is eigenlijk niet te noemen. Belize City als ex hoofdstad is nog altijd de grootste stad van het land met een grote etnische variëteit aan inwoners van over de hele wereld. We maken een rondje door de stad en het voelt als een echte hoofdstad. Het bruist van de bedrijvigheid, is kleurrijk, levendig en druk. Dit in tegenstelling tot de nieuwe (administratieve) hoofdstad Belmopan die kaal en sfeerloos is met zijn hele brede straten en ruime rotondes met wat laagbouw een echte 'diplomatenstad' met weinig leven op straat.
Van te voren vroegen we ons nog af of dat ze hier misschien ook links rijden? Nee dat niet, maar Engels als voertaal op een continent vol Spaanstalige landen (behalve Brazilië) is apart. En makkelijk. Hoewel Engels de officiële taal is, is het Spaans vooral in gebieden dicht bij de grenzen ook wijdverbreid. Een groot deel van de bevolking spreekt op het Engels gebaseerd Beliziaans Creools (Belizean Kriol) wat in veel huishoudens de meest voorkomende moedertaal is. Daarnaast zijn er 'kleine gesproken talen' zoals het Maya (in diverse varianten door inheemsen) en Garifuna (door de Garifuna bevolking van Afrikaanse of Caribische afstamming) maar ook Mandarijn en Duits. Mandarijn door de Chinezen die hier evenals in Suriname en Guyana de supermarkten uitbaten. Die supermarkten zijn amper als zodanig te herkennen; grijze loodsen met een roldeur, nauwelijks reclame, soms met de naam op de gevel. Het Duits of Hoog Diets wordt door de Mennonieten gesproken. Zij zijn de boeren (veeteelt en akkerbouw) en worden door natuurliefhebbers verantwoordelijk gehouden voor de vernietiging van de jungle. Akkers i.p.v. bos. De naast elkaar levende bevolkingsgroepen doen weer aan Suriname denken, waar men ook in een relatief klein land naast elkaar leeft, niet met elkaar maar men respecteert elkaar en gebruikt elkaars diensten.
Nog even wat betreft taal, voor ons vallen de soms rare, in Nederland ondenkbare plaatsnamen op: Blackman Eddy is een dorp evenals Billy White of Teakettle, Spanish Lookout, Placencia, La Democracia, Orange Walk Town, Duck Run I, II en III en More Tomorrow om maar 's wat te noemen. Grappig. Ze weerspiegelen de koloniale- en de Maya erfenis met geografische kenmerken. Zo is bijvoorbeeld Belize afgeleid van van het Maya woord 'belix' voor modderig water. Een treffende beschrijving van de bruine Belize rivier en als je hier rond rijdt, zie je veel moerasachtige gebieden, vele kreken en rivieren. Het is hier een subtropisch klimaat met max. 35 graden. En vrij nat. September is de natste maand en het regenseizoen duurt van juni tot november en dan kan het dagen achter elkaar regenen. Nu is het blijkbaar natter dan normaal; af en toe een korte hevige bui op ons dak. Dat gelukkig waterdicht is. En uhhh, de DHL story is nog niet ten einde. Bijna 3 maanden en 76 mails verder. Het raam zou nu, volgens de laatste mail dd. 8 januari, bij de douane in Mexico zijn??
We verlaten 'het Paradijs' zoals veel Belizeanen hun land omschrijven, op de laatste dag van onze verzekering en rijden Mexico weer in. Onze band blijkt lek. Dat is nog niet vaak voorgekomen (de 2e keer in 120.000 km.) en we rijden naar een Llanteria. Je herkent zo,n "bandenreparatiebedrijf" aan de bergen oude autobanden die aan de kant van de weg liggen.Er zit een spijkertje in. Wie weet hoe lang al. Hij liep heel langzaam leeg. Deze bandenplakkers zijn er veel. Gewoon de nering aan de rand van de weg soms gedeeltelijk overkapt met een zeil. Voor 5 euro plakken ze de band, da's 'niks'. Geen investeringen of vaste lasten. Bandenafneem apparaten kennen ze hier niet. De band wordt van de velg genomen zoals wij dat bij een fiets doen. Met bandenlichters en handkracht.
De gaten in de weg en vooral de ongelooflijke hoeveelheid topes (verkeers Drempels met een grote D waar je U tegen zegt) zijn hier vast ook debet aan. Ik ben telkens van plan om het aantal topes op een dag eens te tellen, maar het is er nog niet van gekomen. Aan het begin van het dorp en aan het einde ervan kun je er zeker van zijn. Met daartussen nog minstens 5. Allemaal van verschillende hoogte en makelij. Als er tussendoor een school is, begraafplaats, straatverkoop of een zijweg: Tope!
Terwijl ik bovenstaande schrijf staan we in de tuin bij een 'garage' voor een grote beurt aan de auto. Bert heeft net afgerekend en betaald 35 euro arbeidsloon.... We hadden dan wel onze eigen filters en olie bij ons. We mogen hier vannacht blijven staan. De eigenaar vertelt ons over de klimaatverandering hier, met zeer hete periodes, vorige zomer is zelfs de 50 graden aangetikt. En de hevige regenval die alles hier blank zet. Hij wijst met brede armgebaren hoe serieus het waterprobleem dan is. Nu is het hier behaaglijk warm, droog met alleen veel steekvliegjes. Die zijn er de laatste tijd sowieso veel. Ook in het waterrijke Belize. Dus we hebben de spuitbus om ons in te sprayen maar vooral de spiraaltjes die je aansteekt werken heel goed. Liever niet binnen want die rook zal ook voor ons niet zo gezond zijn. En natuurlijk de aangestoken eierdoos die langzaam brandt en waarvan de rook de k mugjes op afstand houdt.
De weg vanuit het schiereiland Yucatán naar de provincie Veracruz is redelijk saai en vlak. We besluiten gewoon kilometers te maken. Er is niet veel te zien hier. Suikerrietplantage na suikerrietplantage, veeteelt afgewisseld met enkele grote dorpen. Onderweg kamperen we op een soort kleine landtong aan een groot meer (kan overal zijn, eigenlijk) met op het eilandje verderop brulapen. Uhhh kan toch niet overal zijn. Aan het einde van de middag horen we ze brullen. Vogels en verder niks te zien.
Rond 7 uur 's avonds is het donker. We zitten buiten aan de koffie met een kaarsje en het muggenspul als er een auto aankomt met felle schijnwerpers zodat we niks meer zien. Ze stoppen op de smalle landtong pal voor onze auto. Er stappen 3 zwaar bewapende mannen in camouflagepakken van de militaire politie uit. Eentje komt naar ons toe en de andere 2 staan aan weerszijden met de geweren in de aanslag klaar om..... weet ik wat. De politie vraagt wat we doen, maakt een vriendelijk praatje en waarschuwt ons dan dat er krokodillen in het meer zitten. Daarover heeft niemand het gehad die we eerder spraken en eerlijk gezegd twijfelen we aan die info. Toch besluit ik de rest van de avond, het is stikdonker, binnen te blijven; held op sokken.
De zee is weer in zicht. Ik lees iets over een camping pal aan zee "Palapa Jazmín". Een palapa is een overkapping van palmbladeren die op een houten geraamte liggen. Populair op stranden en op picknickplaatsen tegen de zon. We rijden vlak langs de zee waar het zand hard is en volgens de coördinaten die we hebben ingegeven zijn we aangekomen bij de camping. Niks te zien, uitgestorven met alleen kapotgewaaide palapa's. We wachten even "wat zullen we doen" tot een man op een brommer ons aanspreekt. Ja hoor we zijn gearriveerd bij de camping en hij zal Jazmín even bellen die woont 200 meter verderop van het strand af. Het is geen toeristen- of zomer seizoen alle houten kietjes zijn afgesloten, stoelen en tafels opgestapeld en zonnebedden opgeruimd. Het ziet er eigenlijk niet uit met overal die kapotte zooi en afgewaaide palmbladeren. De toilet op "de camping" is zo'n houten kietje, herkenbaar aan het woord 'baño' dat er op is geschilderd, het valt bijna uit elkaar. Even van dichtbij kijken: er staat een toiletpot tussen 3 houten wandjes en er is een soort van deur. Dat is alles. Geen water. Voor een paar cent blijven we staan want het is toch wel een aparte plek en we zijn hier nu toch.
Morgen willen we naar het dorp, 6 km verderop lopen om onze was te laten doen en verder is het uitzicht fraai. Januari en februari zijn de maanden dat 'el Norte' waait. Een koude Noorderlijke wind die regelmatig ontaardt in een storm. Deze el Norte heeft o.a. de palapa's uit elkaar doen waaien. Gisteren zagen we hier ook hoge golven, bruin van het meegevoerde zand.
Onze zonnepanelen lijken het al een tijdje minder goed te doen. Het laden gaat langzaam en we moeten toch regelmatig ergens naar een stekker om onze accu vol te houden en de koelkast aan. In Veracruz zit een zaak die in zonnepanelen doet, ook voor motorhomes en daar gaan we de panelen eens laten doormeten. Het klopt. De grote is kapot en de kleine alleen levert te weinig energie. In overleg worden er 2 nieuwe besteld. Goed plan, we zijn toch aan het "wachten" op ons raam. Dat verhaal neemt echter een onverwachte wending. Na wat concrete vragen van Bert aan de dienstdoende DHL medewerker, er staat de laatste tijd iedere keer een andere afzender onderaan de mail, blijkt ons raam nog in Ecuador! Lekker van die tegenstrijdige berichten, niks Mexico. Ondertussen wordt deze 'never-ending story' steeds meer realiteit.
De zonnepanelen zijn besteld en begin volgende week worden we terug op het bedrijf verwacht voor installatie. We rijden voor de 2e keer Veracruz uit, het achterland in, naar de bergen en bossen. De provincie heeft dezelfde naam en is erg veelzijdig en we vervelen ons nog lang niet. Daar, landinwaarts ligt de Pico de Orizaba. Die wilden we eerder al bezoeken maar toen was het weer te slecht. Dat lijkt nu beter. De Pico de Orizaba ook bekend als Citlaltépetl is de hoogste vulkaan van Noord Amerika met haar 5636 meter. De krater is bedekt met sneeuw. Het is een slapende vulkaan en al eeuwen niet meer actief. De weg cirkelt omhoog in een prachtige omgeving en soms passeren we een klein dorp. Er wordt veel ge- en verbouwd en een enkele keer passeren we een zwaar zwoegende vrachtauto met bouwmaterialen. Dan houdt de verharding op en wordt de ondergrond modderig, met flinke kuilen en keien. We hebben de four-wheel drive en de lage gearing nodig om de steile modderige hellingen op te komen. Er zet een flink mist op en we zien eigenlijk niet waar we zijn. De omgeving is totaal aan het zicht onttrokken. We rijden door, we zijn al zover en willen die vulkaan zien. Stapvoets verder. Stijgend tot boven de 3000 meter. Even kort overleg of we door gaan of hier ergens (waar?) overnachten in verband met hoogteziekte. We moeten nog maar een paar kilometer en besluiten de gok te wagen. Uiteindelijk belanden we op 3400 meter bij de "camping". We zien door de mist de paar gebouwtjes opdoemen als we er bijna voor staan. Alles dicht, verlaten. De oprit is met een ketting afgesloten. Nodeloos want het pad is niet begaanbaar vanwege de blub waar je tot de oren inzakt. We volgen ons pad en rijden eigenlijk om het terrein heen en vinden een redelijk vlak stuk. Daar gaan we staan. We nemen nog even poolshoogte bij de gebouwtjes maar niks. Aan het einde van de middag verschijnen uit de mist een stuk of wat mannen te paard. Ze rijden langs. Het lijkt wel film. Nauwelijks groetende mannen, op eentje na, verweerd uiterlijk, hangsnor en mexicaanse hoed, op zo'n klein taai paardje of muilezel. De volgende dag gaan ze in omgekeerde richting. Even nors als gisteren. Ze kijken amper op. Kapmes en touwen hangen aan het zadel maar wat ze precies voor bezigheden hebben?
Aangekomen in de mist zien we niks van een imposante berg of wat dan ook eigenlijk. 's Nachts klaart het al op, de sterren zijn ontelbaar en schitteren veelbelovend. Het is KOUD. Ons dekbed ligt al weken keurig opgerold opgeruimd. We slapen onder het laken en soms met een dunne deken erbij. Nu hebben we alle dekens, jassen en truien verzameld om ons in te stoppen. Maar de volgende dag.... surprise! Daar doe je dit allemaal voor.
De Pico in volle glorie onder een onbewolkte blauwe hemel. Genieten van dit prachtige indrukwekkende aanzicht. De vulkaan, sinds 1937 beschermd natuurgebied, beklimming naar de top is alleen mogelijk voor geoefende bergbeklimmers, met uitrusting en gids. De flanken van de berg zijn ruig en vol sparren. Het is een oyamel sparrenbos dat groeit tussen de 3200 en 3600 meter hoogte, deze boom staat bekend als primaire overwinteringsplaats voor de monarchvlinder en is cruciaal voor het ecosysteem van de Mexicaanse bossen. Deze overwinterende Monarchvlinders hebben we eerder hier in Mexico gezien, dat was erg indrukwekkend die trossen vlinders. Het had ons wel wat geleken een eind de berg op te gaan, tussen die sparren door, spottend naar vlinders. Deze woeste omgeving met haar majestueuze bergen is erg uitnodigend voor een hike. We doen het niet omdat we onze auto niet onbeheerd willen achterlaten. Dat voelt hier niet goed en dan doen we het niet. Dus na wat prachtige fotootjes, het diep opsnuiven van dit moois en nog 's omhoog blikken, dalen we weer af. Dat wil zeggen we bolderen over de stenen en door de gaten in een soms stapvoets tempo. De omgeving blijkt, nu de mist is opgetrokken, zo prachtig. Maar de mensen die we hier en daar zien blijven van een stuurs soort. Het zal ook wel bikkelen zijn om hier te leven. Primitief in een straf klimaat. Bert stuurt de auto terug de bewoonde wereld in, terug naar het asfalt. De auto zit tot op de zonneluifel onder de modderspatten. Hij (auto) heeft het ook goed gedaan, in zijn 4x4 trok t'ie ons overal door. Er is niks kapot gerammeld en we zijn niets verloren in het geweld van de weg. We kijken nog een paar keer om naar de Pico en zijn blij dat we deze trip hebben gemaakt.
Al afdalend stijgt gelukkig de temperatuur. We rijden naar Xico, een Pueblo Mágico. Dat Mágico heeft het Ministerie van Toerisme bedacht om toeristen te trekken naar karakteristieke plaatsen en 'een magische ervaring' te geven. Om de status van "Magisch Dorp" te krijgen, zijn er een aantal strikte criteria opgesteld. Bijvoorbeeld een rijke historie, goed bewaarde architectuur, unieke tradities en een bijzondere natuurlijke omgeving. Totaal zijn er 177 pueblos die deze status hebben, verdeeld over de 31 Mexicaanse staten. We komen ze dus nogal 's tegen.
De camping waar we gaan staan "Rancho el Abuelo" is in ieder geval top. Fijn om hier een paar dagen te bivakkeren. Zelfs met warme douche! Een warme, da's ff geleden. En uitzicht over de vallei. Met 's morgens bij helder weer, jawel zien we de Pico de Orizaba overal bovenuit steken (45 km hemelsbreed verderop). 's Middags naar het dorp, op loopafstand. Jammer dat het bewolkt is geraakt. Bedrijvigheid alom, kleurrijke huizen, typische lekkernijen, cobblestone wegen, kortom 'Mágico'. We koekeloeren wat, bekijken de kerk, doen boodschappen en dan valt me op dat er veel mensen met honden aan de riem, allemaal dezelfde kant op wandelen. "Kom we gaan kijken wat er te doen is". We lopen met de meute mee. Voor de kapel, die de klokken laat tingelen verzamelt mens en dier zich. Er wordt net een versierde draagbaar met een heilige naar buiten gedragen en dan valt bij mij het kwartje. Gisteren heb ik op internet gelezen dat heel januari in Mexico een speciale (feest) maand is. De kerstversiering blijft nog hangen, kindeke Jezus in zijn kribbe wordt vervangen door een iets ouder kindeke zittend op een stoeltje met witte jurk in dezelfde Kerststal. Ook de ontelbare kapelletjes met de beschermheilige van Mexico, de Maagd Guadalupe krijgen nieuwe slingers en bloemen. Januari is de maand met extra aandacht voor wat was (de echo uit het verleden), met speciale aandacht voor de doden met verse bloemen en versierselen op de kerkhoven. En januari is de maand van de viering van het nieuwe begin, een nieuw jaar. Veel feesten. Vandaag, 17 januari is het het feest van de huisdieren en vee. Vandaag kan er gezegend worden. Vandaag loopt men met zijn dierbare viervoeter, hond, geit, paard, kat of met zijn vogel, eend, kip, schildpad of vis in processie achter San Antonius Abad aan. Evenals Franciscus van Assisi, een beschermheilige van de dieren. De liefde voor het dier spat ervan af. Volgens de overlevering bracht San Antonius Abad lange tijd door met het observeren van dieren en communiceerde hij zelfs met ze. Er gaan verhalen over wonderen met dieren die verband houden met hun bescherming en genezing. Het verhaal gaat, bijvoorbeeld dat hij blind geboren zwijntjes het zicht terug gaf, met levenslange trouw van moederzwijn als dank. Op basis van dit soort verhalen begonnen veehouders hem te beschouwen als de beschermer van hun dieren. Na verloop van tijd ontstond hieruit de gewoonte om elk jaar op 17 januari dieren te zegenen ter ere van hem. We vallen dus met de kont in de boter. Ik heb niet veel met Heiligen maar wel met dieren en met tradities. Prachtige happening. Zie ook 't filmpje met de muziek, de mariahchi (trompetten, violen, gitaren en zang) die achter de draagbaar aanloopt.
Een enorme kleurrijke optocht waarbij we aansluiten. Op weg naar de kerk. Zouden die dieren ook naar binnengaan, vragen wij ons af? Hier is alles mogelijk. Normaal loopt er ook wel een zwerfhond binnen of vliegen vogels in en uit. Maar nee, zo gek wordt het niet. Iedereen stelt zich op in een lange haag en meneer pastoor houdt op het bordes een korte preek. Daarna daalt hij de trappen af, loopt door de haag tot het einde en zegent alle dieren royaal met wijwater. Altijd weer een leuke verrassing om in zo'n plaatselijk gebruik te vallen. Ik hoorde dat de dieren ook vaak versierd worden met bloemen en strikken. Dat was hier niet het geval, veel hadden wel een rood lint om en zagen er glanzend uit. Fris gewassen en mooi gekamd wat deze feestelijke gebeurtenis eer aandeed.
Thuis aangekomen ging ons feestje door met heerlijke pizza uit eigen keuken. Het deeg was inmiddels voldoende gerezen en ik kon aan de slag. Wijntje erbij en herinneringen ophalen aan onze eigen dieren van weleer.
Volgende ochtend eerst administratietijd. Bert begint met de verschillende Jaaropgaves en met maar weer eens een berichtje aan DHL. Kunnen ze dat meteen op maandagmorgen lezen. We hebben inmiddels Marijke, een nieuwe contact persoon. Na wat heen en weer gepraat en tegenstrijdigheden benoemd, komt uiteindelijk het concrete bericht: "Het pakket ligt nog in Ecuador. Er is bij de Aduana achterstallig werk en het kan nog 30 a 45 wérkdagen duren voordat het wordt vrijgegeven en in handen komt van DHL". O juist ja. Tegen die tijd kunnen ze het doorsturen naar de VS waar we dan wel zullen zijn, bedenken wij. De wonderen zijn de wereld niet uit. Ondertussen doen wij ons ding, houden contact en zien wel.
De omgeving van Xico is, zoals dat hoort bij een "Pueblo Magico" prachtig met bergen, nevelwoud, watervallen en het vele groen in alle tinten soms met prachtige bloemen. We wandelen anderhalve kilometer naar een, voor hier, bekende waterval "Cascade de Texelo".
Indrukwekkend gelegen in een smalle kloof. Lekker om weer te lopen en we besluiten de berg San Marcos eraan vast te knopen. Dat wordt een mooi rondje over een, afwisselend keien pad en glibberig modderpaadje, met beperkt uitzicht vanwege de lage wolken. Het smaakt naar meer en maken een plannetje om morgen te vertrekken naar de Cofre de Perote (4282 m). Miguel de campingbaas geeft met trots aan dat het de 2e hoogste berg na de Pico is, allebei gelegen in deze regio. Deze heeft minder indrukwekkende looks maar met het voordeel dat ie beter te bewandelen is. Gaan we doen, naar de top. Hopelijk is het helder.
Het weer is sowieso wat minder. Frisser, bewolkt, soms regen. El Norte is ook een eind landinwaarts te voelen. Eerst naar de overnachtingsplek aan de basis van de Perote. Dat is meteen het begin van de wandeling en bestaat uit een groot glooiend terrein met kampeermogelijkheid en cabañas om te huren. Ook hier alles gesloten maar even later komt de bewaker en kunnen we er staan. De zon schijnt, het is helder dus vannacht zal de temperatuur wel weer flink dalen hier op 3400 meter. Eerst even het dekbed terug in de hoes. Mooi uitzicht vanaf deze plek maar de top is niet echt goed zien door de bomen die ervoor staan. Het is nu 15 uur, morgen ochtend omhoog. Zo'n zeven en een halve kilometer enkele reis. Alweer zo'n fijne wandeling, afwisselend en met een perfect weertje. Daar boffen we mee. Het gaat zoetjesaan steeds hoger en hoger. De lucht wordt ijler en ijler. Het laatste stuk ga ik bijna voetje voor voetje, zo langzaam werk ik me naar het eindpunt. Tot we op 4151 meter boven zijn. Eenmaal daar zijn we allebei wat bleekjes. Wel fijn dat we beiden na een minuutje of wat weer op adem zijn. De echte top is gereserveerd voor allerlei zendmasten. Niet het fraaiste gezicht liever kijken we over de rand naar beneden. Aan een kant zitten we boven de wolken, ziet er sprookjesachtig uit met aan de andere kant zicht op het het dorp Perote.
We dalen weer af en zoeken een mooi plekje in de zon en uit de wind. Mmmmm broodje bal, restje van de 'oud Hollandse' maaltijd van gisteren. Daarna schuin de berg af, op zoek naar het pad. Dat leidt ons over een bergrichel. Elektriciteitsdraden zijn gebruikt als leuning langs de steile afgrond. Eenmaal beneden schijnt de zon nog steeds maar we besluiten toch om te vertrekken. Ietsje lager = ietsje warmer! Dat hadden we beter niet kunnen doen. We belanden in de wolken die we vanboven al zagen en zien niet veel meer.
Op naar Veracruz. Het voelt al vertrouwd daar.
We slapen een nachtje aan zee, bezoeken Het Aquarium van de stad, slapen een nachtje in het park en dan is het vrijdag; de nieuwe zonnepanelen worden geplaatst. Ze werken als een tierelier. Zelfs bij bewolkt weer laden ze nu. De elektriciteitskabel zullen we niet veel meer nodig hebben. Dat was de laatste tijd een beetje storend: heb je zonnepanelen en moet je nog regelmatig aan de stekker.
Voordat we tevreden wegrijden uit de stad parkeren we de bus op de Malecón, de boulevard om te ontbijten met zeezicht. Komen er 2 mensen voorbij. De man vraagt in het Engels waar we vandaan komen. Blijkt hij uit Roggel te komen en zijn vrouw (ze woont al 13 jaar in Nederland en twijfelt of ze naar hier terug zou willen) is afkomstig uit Veracruz. Da's leuk! Dan vertelt zij over de aanwezigheid van de verschillende misdaadclans in de stad. Dat er veel panden leegstaan omdat de uitbaters van de winkels en bewoners zijn vertrokken vanwege afpersing. De verpauperde huizen/winkels in meer of mindere staat van verval verspreid door de stad hadden we wel gezien maar liepen er aan voorbij. Zonder oorzaak te kennen. Als toerist merk je er niks van dat er maffia aanwezig is, dat er middenstanders en bewoners worden bedreigd en uitgebuit. Maar als inwoner van de stad voel je je niet langer veilig en verlaat de stad. We kijken hiervan op. Wij ervaren Veracruz juist als een relaxte, gezellige en veilige stad. Voor ons als Europeanen moeilijk te bevatten, we weten amper waar we op moeten letten om het te zien, als je het al kunt zien. Maar de criminele clans hebben het niet op de toerist voorzien. Zij zijn het die de dure hotels en toeristencentra uitbaten. Zij zijn het die de vliegtuigmaatschappijen in handen hebben. Dan laat je de toerist met rust.
Een verrassende ontmoeting met Erik en Sofie. Dat is ook Veracruz.
We doen boodschappen en gaan nu echt verder. Een eindje uit de stad, doemen er vanaf zeeniveau enorme rotsformaties op. Een robuuste vertikale rots steekt als een monoliet erboven uit, hier net onder ligt Quiahuiztlan (watte? zeg nog 's..). Moeilijke lange plaatsnamen met veel klinkers en/of medeklinkers achter elkaar komen meer voor in Mexico maar dit is wel de mooiste. Op deze strategische plek werd de Mesoamerikaanse stad rond 800 opgericht. Nu een archeologische site met 78 stenen graftomben van de Totonacs. Het lijken wel miniatuur tempels. Oorspronkelijk bevatten ze menselijke skeletresten en aardewerk potten. Op deze site, gebouwd op terrassen zijn ook ruïnes van 2 Pyramides, een sportveld, beschermende muren e.d. te zien en het biedt een prachtig uitzicht over de Golf van Mexico.
De Totonacs zijn een inheems volk voornamelijk wonend in deze streek bekend om hun pre-Spaanse cultuur. Deze landbouwers waren tot halverwege de 19e eeuw de belangrijkste producent van vanille. Vandaag de dag leven er nog ongeveer 400.000 Tonaken en zij worden beschouwd als een van de hoekstenen van de Mexicaanse identiteit in de regio Veracruz.
Hierna een laatste overnachting aan zee op een prachtplek aan de Golf van Mexico en dan rijden we definitief landinwaarts.
De laatste tijd hebben we soms mazzel met het weer maar El Norte laat zich regelmatig voelen. Voelt een beetje Nederlands. Guur, grijs en geen blote benen weer.
El Tajín (genoemd naar de Totonac God van de regen) is een grote unieke archeologische vindplaats van de Totonacs.
Deze mooi geconserveerde site is een prachtig voorbeeld van de grandeur en het belang van de pre-Hispanic culturen in Mexico waaraan we niet voorbij willen gaan. De stad el Tajín (floreerde tussen 600-1200 na Chr.) was een politiek en religieus centrum van de Totonac beschaving, strategisch gelegen tussen de Golf van Mexico en de centrale regio van het land. Het terrein beslaat 1 km2. We lopen over het uitgestrekte terrein, er is bijna niemand. Het weer is niet geweldig (koude wind en miezer). Jammer voor de foto's maar door die grauwheid hebben wij het rijk alleen. Dat geeft een speciaal gevoel tussen die immense bouwwerken met zijn eeuwenoude geschiedenis.
Het behoeft geen verbeelding tegen de jungle achtergrond om je voor te stellen dat de hele stad overwoekerd was en uit zicht geraakt. Tijdens de Spaanse overheersing, stuitte een Spaanse inspecteur in 1785 bij toeval op de verscholen pyramides toen hij op zoek was naar illegale tabaksplantages. In de hoogtijdagen van de stad waren daar vele tempels, pyramides, speelvelden etc. gebouwd. Speciaal is de 'Piramide de los Nichos' (de Pyramide van de "Nissen").
Deze pyramide heeft 365 nissen die de dagen van het jaar representeren. Iedere nis zou een offering hebben bevat en was de ingang naar een spirituele wereld. Indrukwekkend. Bovenop heeft een tempel gestaan. We slenteren rond, zien tekeningen, trappen, een poort en versieringen en laten ons meenemen in de tijd.
Het bijbehorende museum is al 5 jaar gesloten... Om meer te weten te komen van de Totanacs en hun strijd met Azteken moet ik de informatie van internet afplukken.
Verder landinwaarts, na nog meer mist en weinig zicht (het is vast een mooie omgeving met bergen en een meer dat op de kaart te zien is). Krijgen we nog een koud nachtje en de volgende dag rijden we over een hoogvlakte en zitten plots onder een strak blauwe hemel. Zover landinwaarts (200 km) is het gedaan met de invloed van el Norte. Op weg naar een Nationaal Park rijden we door het stadje Mineral del Monte. We vermijden altijd de snel- en/ of tolweg, de Cuota, rijden rustig en zien veel meer van de omgeving. Hier op de binnenwegen hebben we het gevoel weer echt in Mexico te zijn. Heuvels, dorpje hier en daar, bergen op de achtergrond, heel veul cactussen en droog. De doorgaande weg door het centrum van het stadje is opgebroken, we kunnen niet verder. Er zijn geen alternatieven aangegeven. Andere auto's zijn al eerder rechts of links afgeslagen. Met de navigatie lijkt het erop dat we links af kunnen om uiteindelijk een eindje verder weer op onze doorgaande weg uit te komen. Dat loopt anders. We gaan links, de weg stijgt, scherpe bocht, omlaag. Waar gaat dit naartoe? De straatjes worden nauwer, de bochten ook. Op een gegeven moment kan er geen vloeitje tussen, stapvoets ontwijkt Bert geveltjes, trappetjes en laat de bus heel. Geen schrammetje en het was ZÓ smal. En terug hadden we trouwens ook niet gekund.
Uiteindelijk komen we na dit millimeterwerk weer in het verkeer en rijden met de meute mee. Soms ook smal met zoveel verkeer dat zich nu van 2 kanten door de nauwe straten perst. Maar dit is weer 'gewoon'. Niemand raakt in de drukte opgewonden of heeft haast (kan ook niet) en men laat elkaar passeren en geeft ruimte als die er is.
Zonder kleerscheuren rijden we het Nationaal Park el Chico in. We gaan hier lekker wandelen en genieten van de zon op onze kop, het naaldbossenwoud met zicht op flinke rotspartijen. We komen uit op een uitzicht punt en overzien de omgeving. Wat een uitgestrektheid. 's Avonds kamperen we op een geweldige overnachtingsplek.
Grasmatje, ruige begroeiing, dennen, rotsen, uitzicht, stilte dat zal straks weer heerlijk slapen worden. Ondertussen is de maand januari aan haar staartje bezig en gaan we een deze dagen een WIFI camping zoeken zodat de blog de lucht in kan.
Nu naar bed onder een stapel dekens, het kwik zal dalen tot 1 graad. De groeten allemaal en welterusten ook van Bert die al onder de wol ligt . xxxMarianne









































Altijd mooi om zo mee te kunnen genieten.
Stay safe
Mooi vervolg lieve mensen, groet Irene
Blijf sterk gaan!
Lieve groet en knuffels van ons 🤠😘
Geniet verder van de reis en wij met jullie.
Willen jullie even contact opnemen met mij via e-mail?
Het gaat over nieuws m.b.t. Ad.
groetje Jolanda
Liefs van ons Fre en Gerrie
Groeten vanuit bijna Rio de Janeiro
Hartelijke groet van Yvonne vanuit de trein
Hopelijk niet bij jullie….