Ruta del Desierto

30 april 2025 - Paracas, Peru

Ruta del desierto

Begin april staan we in de wachtstand tot de onderdelen voor de bus arriveren. We staan gelukkig niet letterlijk stil maar verkennen de woestijn met haar oases ten oosten van Iquique en verblijven af en toe aan de kust. Eind maart rijden we door een prachtige groene vallei zoals te lezen was in het vorige verhaal. Die weg loopt, de rivierbedding volgend vanaf Tarapaca, de provinciale hoofdstad in koloniale tijd, door verschillende kleinere dorpen die er opvallend verlaten uitzien.

Rijdend door oasedorp

De deuren zijn goed gesloten terwijl de huizen en straten wel goed verzorgd zijn. Enkele mensen zijn op het land aan het werk. De akkers zijn klein en omgeven door een aarden wal ivm de broodnodige irrigatie. Waar is iedereen?
We maken de lus door de vallei, Circuito de Las Quebradas en klimmen al slingerend via haarspeldbochten die zo kort zijn dat we ze soms niet in één keer kunnen halen, langzaam weer naar boven. Ergens halverwege overnachten we met een mooi uitzicht (natuurlijk!) over de vallei. We hadden geen bereik in de quebrada zelf, ook niet in de dorpen en we zitten te vlassen op een berichtje van Javier, onze man bij 'Mercedes Iquique'. De volgende dag zijn we de kloof uit met uiteindelijk bereik maar geen bericht. Dan gaan we gewoon door met "wachten". Gelukkig is onze wachtkamer groot, veelzijdig en uitdagend. We besluiten naar Lirima te rijden.

Op weg naar Lirima

Ik lees daar over: 'Voorbij Tarapaca is een afslag naar de afgelegen op 4000 meter hoogte  gelegen hoogvlakte van Lirima aan de grens met Bolivia. Het dorp, gelegen aan de voet van besneeuwde vulkanen op de Altiplano, is een bijzonder Aymara dorp. Deze kleine herdersgemeenschap is sinds 1973 met o.a. Nederlandse steun een aantal projecten begonnen om de alpacateelt en de weverij te verbeteren'. Er staat verder dat de Aymara's (oorspronkelijke inwoners) uit de stad terugkeerden naar hun geboortegrond en dat Limira tegenwoordig beroemd is om haar prachtig handgeweven kleden. Ha! Dat is een trigger voor mij: geweven kleden bij de bron. Handwerk van de mensen die ze maken en de alpaca's ter plekke die de wol leveren. Zo'n kleedje kan vast nog wel mee ..... Maken we wel een plekkie voor. Dat droomde ik tenminste. De route was weer onbeschrijflijk. De bergen gigantisch en de uitzichten magisch. Hoewel de 'weg' steeds avontuurlijker werd: van smal asfalt in de kloof, naar breed zandpad op de hoogvlakte tot smal en bultig in het hoge berglandschap met diepe ravijnen en uitdagende stukken  waar rivieren het pad hebben weggeslagen. Beetje oppassen want we hebben nu geen 4x4. We zijn ondertussen op dik 4000 meter hoogte en vlak voor Lirima ligt een warmwaterbron en -bad.

Warm water bad

Op deze hoogte even poedelen zien we wel zitten. Lekker om je in het warme water onder te dompelen. Stof afspoelen en stress afspoelen (geen echte stress maar wat irritatie van het wachten en niet weten waar we aan toe zijn). Helaas niemand te zien en een ketting voor de oprit. We genieten van de prachtige weidse omgeving en rijden door naar het dorp. Het is niet ons ding om te overnachten op zo'n kale open vlakte waar je wegwaait. Liever zoeken we een plekje in de luwte, we houden van een boom. Iets van beschutting, een rots of een ander holletje. We komen uit bij het voetbalveld, herkenbaar aan de 2 doelpalen en veel lama- keutels (er lijkt lang niet gevoetbald). Aan één kant afgescheiden met een muur van gestapelde keien. Dat is prima. De enige die we zien, is een traditioneel geklede mevrouw (dikke broek met een plooirok eroverheen met dik kleurrijk vest en hoedje). Met dikke lange vlechten op de rug. Zij vindt het prima dat we daar willen overnachten. Als we gesetteld zijn kijken we uit op de besneeuwde Andes.

Uitzicht vanaf het voetbalveld  in LirimaLama's gemerkt met gekleurde  wolAltiplano

Ook zijn er aan de randen van het dorp, op afstand een paar schuren te zien en zijn er lama's, alpaca's en schapen. Voor de eigenaar herkenbaar aan de kleuren wol die ze om de hals dragen of in de oren. Maar geen weverijen te zien, laat staan kleden of andere producten. Zelfs geen andere mens dan die ene vrouw. We hadden duidelijk andere verwachtingen van dit dorp met zo'n 25 huizen en een kleine kerk. Ik ben nieuwsgierig hoe dat zit met al die opvallend uitgestorven dorpen en neem een piepklein duikje in de Aymara cultuur.
De huidige Aymara bevolking vormt nog steeds een grote gemeenschap in het Grande Norte in Chili. Zij stammen af van volken die volgens archeologen 6000 jaar geleden uit het westelijke Amazonegebied oostwaarts trokken. De volken verspreidden zich uiteindelijk tot aan de westelijke Altiplanorand, waar wij nu zijn, in het huidige Chili op de grens met Bolivia. De Aymara samenleving is van oudsher gebaseerd op de 'ayllu' een huizengroep waarin familieleden gemeenschappelijke grond bewerken. De mensen hebben zich met succes weten te handhaven op de hoogvlakte (ijle lucht, kou) en hebben een groter hart en meer rode bloedlichaampjes. Hun cultuur, zij beschikken over een grondige kennis van de natuur, is ingepast in de ecologie van de Altiplano. Zo leiden zij een nomadisch bestaan en volgen de seizoenen. In de zomer weiden de herders hun kuddes lama's en alpaca's voor wol en vlees rondom de hooggelegen dorpen (3500 meter). In de winter dalen mensen en vee af naar de lager gelegen oases en kloofdalen die smeltwater van de Andes ontvangen. Daar worden, zoals wij gezien hebben gewassen als mais, uien, bonen, aardappelen, gerst en quinoa verbouwd en fruit gekweekt. Zo is de vraag 'waar is iedereen' beantwoord. De mensen zijn nog in de oases. Helaas is ook de uitbuiting door de Spanjaarden (tewerkstelling in de mijnen) en de Chileense politiek van modernisering en 'nationale integratie' debet aan vervreemding van de eigen cultuur, ontvolking en trek naar de stad. Tegenwoordig leven er veel Aymara's in de steden Iquique en Arica aan de rafelranden van de stad. Aymara- organisaties komen echter op voor hun rechten en behoud van cultuur. De wet op de inheemse volken heeft de Aymara's nieuwe hoop gegeven en er zijn inspanningen om de cirkel van armoede te doorbreken. Lirima wordt genoemd als voorbeeld waar zo'n 25 jaar geleden oude tradities en cultuur nieuw leven werd ingeblazen. 
Er leven ongeveer 20.000 Aymara's hier in het Grote Noorden en zij maken deel uit van de anderhalf miljoen Hooglandindianen van Chili, Peru en Bolivia. De bloeitijd van de Aymaracultuur (1200-1532) was in de periode van het Incarijk.
Rijdend door dit gebied, akkers, dorpen en mensen zien, maakt nieuwsgierig. Hoe zit dat hier? Voorgaande tilt een tipje van de sluier op waardoor je letterlijk meer ziet en kunt plaatsen.

Ook hier in deze afgelegen hoek geen gsm bereik dus terug naar de bewoonde wereld. We verlaten dit wonderschone landschap. Da's toch een voordeeltje van het auto-onderdelen-gedoe. We cirkelen hier intensief rond en genieten met volle teugen van wat op ons pad komt tijdens "het wachten". Telkens komen we op de hoofdweg richting Iquique en de 100 km verderop gelegen Boliviaanse grens terecht en nemen dan één van zijwegen dieper het land in. Het lijkt een redelijk vlak landschap van zand en stenen met in de verte de bergen van de Andes. Schijn bedriegt want zodra je een afslag neemt, weg van deze hoofdweg en een Ruta del Desierto inslaat, rij je een kloof in en gaat er een wereld voor je open... Al die zijwegen hebben een bord met plaatsnamen en de aanduiding "Ruta del Desierto". Met onderaan vaak de toevoeging "Circuito de Las Quebradas" ofwel, weg van de canyons. Het zijn mooie borden, uitnodigend. Zijn ze bedoeld om de dorpen op de kaart te zetten? Bedoeld voor de toeristen? Die zien we hier niet. Een enkele verdwaalde Chileense toerist of 1 Argentijnse camper in de afgelopen weken. En wij. Het blijft de Atacama, dus telkens zitten we op een nieuwe Ruta del Desierto, lekker crea, wat wil je anders in een woestijn....

Ruta aanduiding

Het Grote Noorden van Chili is een aaneenschakeling van desolate woestijngebieden, zoutmeren en de uitgestrekte Altiplano of Andeshoogvlakte. Op ons maakt het landschap diepe indruk door haar leegte, kleuren en het onmetelijke gevoel van ruimte met daarbovenop een sterrenhemel die je bijna kunt aanraken. Chili, ruim 4000 km lang en amper 200 km breed, is onderverdeeld van noord naar zuid in 13 ambtelijke regios I t/m XIII (een XIV e is er later bijgekomen door opsplitsing van regio X). Wij zijn sinds half februari in regio I: Norte Grande. In de provincie Tarapaca, want de regio's zijn weer onderverdeeld in provincies. Als je ergens maar lang genoeg blijft, wil je steeds meer te weten.

1 april. We zijn weer terug in Pica en stoppen even op het uitzichtspunt boven aan het duin. Genieten van de oase die aan onze voeten ligt en het is hier tegelijk een mooie lunchplek. We hebben bereik en een app! Javier meldt ons dat de onderdelen door de douane zijn en dat we donderdag of vrijdag verwacht worden in Iquique. Vandaag is het maandag. Goede reden om terug te gaan naar de camping van René. We vinden het leuk daar en een fijne plek om die paar dagen te overbruggen. Wasje doen, dorp inwandelen, beetje koekeloeren, een boek lezen; de tijd vliegt. De was doen is iets tijdrovender geworden dan gedacht... De stroom is uitgevallen in Pica dus ik keer onverrichterzake terug van de Lavanderia in het dorp. 's Middags is er weer stroom en ik mag gebruik maken van de halfautomaat op de camping. Half automaat wil zeggen dat ik, nadat wasgoed en wasmiddel in de trommel zitten er water bij doe met de slang. Klep dicht, stekker erin en het apparaat draait zo'n 20 minuten. Dan wordt het handwerk: was eruit vissen, uitwringen en in de ton met schoon water spoelen, uitwringen en op de draad ermee.

Halfautomatische was

De wasmachine staat buiten naast de waslijn, reuze efficient! Binnen de 2 uur is alles droog en kan ik het bed alweer opmaken. De was is schoon, met koud water en zo kort draaien. Dat deed ik thuis toch anders met mijn volautomaat die een heel programma van anderhalf uur ofzo op 40 graden draaide. Ook schoon.

Terwijl ik in de weer ben zal Javier ons nog een bevestiging sturen rond de klok van 16 uur. 
Het is erg leuk om weer in Pica te zijn, op bekend terrein en we begroeten met een zoen de verbaasde René.  Om 16 uur geen app. Was dit een 1 april grap?? De volgende dag stuurt Bert een berichtje naar Mercedes om nieuws te krijgen. Het is toch iets genuanceerder... Er is 1 onderdeel van de twee gearriveerd en dat willen ze er alvast donderdag inzetten. Het 2e onderdeel horen we later, zat in dezelfde doos. De douane heeft beide stukken eruit gehaald maar slechts 1 onderdeel weer terug in de doos gedaan. De stekkerdoos (regletta) was toen zoek. Dus zoeken.
Na een hele donderdag bij de garage krijgen we het nieuws dat de regletta terecht is. Wordt opgestuurd vanuit Santiago en eind volgende week arriveert het. Wordt ons verteld. 
Het goede nieuws is dat het eerste onderdeel, de ABS/ESP pomp erin zit en nadat er nog een kabelbreuk geconstateerd en gerepareerd wordt, rijden we eindelijk tegen 20.00 uur weg bij Mercedes. Met een autootje dat weer rijdt als een zonnetje! Alle alarmlichtjes zijn uit op het dashboard! We gaan naar ons vaste plekje aan zee. Zo'n 15 km buiten de stad op het strand. Stil met alleen het geluid van de golven. In de ochtend komen er vaak mensen uit de buurt langs om het zeewier/ algen op te halen die een paar dagen hebben liggen drogen. Ook is er altijd wel een visserman zijn geluk aan het beproeven. We zien niet vaak dat er iemand beet heeft. Behalve vandaag; liep er een gozer met 3 net gevangen inktvissen. Die prikt hij met een soort harpoentje van een kleine meter lang uit het water. Of we ze willen kopen.  Nee, mucho gracias, we eten vanavond al wat anders.


Omdat we een aantal dagen de tijd hebben tot 10 april als het 2e onderdeel er is, besluiten we om weer naar een oase te gaan. Sloegen we eerder rechts af op de ruta 15 richting de oases en de Altiplano nu gaan we links. Het bord met Ruta del Desierto richting Huasquina hadden we al eerder zien staan omdat de weg adembenemend naar beneden slingert van het plateau af de diepte in. Daarna een bultje over en totaal ruim 1000 meter naar beneden zigzaggend. En alweer zo'n landschap met vergezichten waar je stil van wordt. Wachten is niet het leukste wat er is maar onze tijd op deze manier invullen is dan toch weer een cadeau van moeder natuur. We komen na zo'n 25 kilometer aan haarspelden (hemelsbreed misschien 7 km) aan bij het dorp Huasquina en er staan 2 grote pilonnen op de weg. Stop. De weg houdt hier op. Er komt een verbaasde mijnheer aangelopen "wat komen jullie HIER nu doen?, waarom zijn jullie HIER?". Uhhh wij volgen de Ruta del Desierto naar deze vallei naar dit dorp. We worden hartelijk welkom geheten, mevrouw komt ook nog even kijken, maar we kunnen niet verder met de auto. Te voet kunnen we het dorp in. 20 huizen en een kerk met buiten het dorp een (plastic) bloemrijke begraafplaats.

BegraafplaatsKerkje in Huasquina

Mijnheer legt ons uit dat achter de begraafplaats een pad loopt naar de geogliefen, er is een mirador en een natuurlijk zwembad. Een toeristische hotspot zonder toeristen! Hij vergeet te benoemen dat je hier ook kunt paardrijden: cabalgattas. Maar dat hadden we al gezien. 
We overnachten buiten het dorp, tussen de bergen met uitzicht op de kloof. Het is zoooo stil hier. Geen enkel mechanisch geluid, geen vogel, geen mens, geen wind. Niks. Oorverdovend stil is deze uitgestrektheid van steen en zand. Hoe mooi wil je het hebben. Ondergaande zon en later de wassende  maan die 's nachts de pracht verlicht. Wat komt er een hoop licht van zo'n half maantje die de lichtgekleurde bergen een sprookjesachtig aanzien geeft. Zonde om terug naar bed te gaan.
De volgende dag een fijne wandeling gemaakt door de oase, langs enkele kleine akkers, een heuvel met keien opgelopen en de geogliefen bekeken.

Rotstekeningen 

De afbeeldingen zijn op enkele vlakke stukken in de rotswand gekrast. Geen bordje of verwijzing: gewoon uit je doppen kijken hier. Deze geogliefen zijn rotsschilderingen van een andere soort dan de geoglyf "el Gigante" die bestaat uit een tekening door stenen in een patroon neer te leggen. Er zouden 3 soorten 'steencultuur' bestaan:  geoglyfen, petroglyfen en rotsschilderingen. Deze meer dan duizend jaar oude 'steencultuur' kon zich vooral hier in het noorden goed ontwikkelen dankzij een gevarieerde omgeving met woestijnen, rotsen en kloven. De tekeningen zijn uitingen met motieven uit de natuur, mythologie en legenden. Zij markeerden vaak waterbronnen in het uitgestrekte dorre landschap en het waren plaatsen waar men samenkwam om te handelen in b.v. dieren of huiden. Hier wordt alles met de term geoglyfos aangeduid en de veelheid ervan zou duiden op een rijke culturele geschiedenis (5000 v Chr). 
Boeiend hoor die rotstekeningen die er 'over de hele wereld' ongeveer hetzelfde lijken uit te zien. Na erheen geklommen te zijn, geen hekje oid/niet beschermd en de verschillende afbeeldingen te hebben bekeken, zagen we een paar meter verder om een hoek nog meer tekeningen. Hoe zou dat er in lang vervlogen tijden hier aan toe zijn gegaan? Wat deden de mensen juist op deze plek? Wat zeggen de tekeningen? Lekker fantaseren en verder wandelen om uiteindelijk naar beneden te klauteren de rivierbedding in. Die is enorm uitgesleten door overvloedig smeltwater. De kans genomen om te lunchen onder een boom. Die zijn er niet veel hier. Dan terug naar het dorp want om 3 uur worden we verwacht bij de paarden. We klimmen er maar weer eens een keertje op. 
We ontmoeten Heidi, een Finse vrouw van halverwege de 50. Zij is leerkracht Frans en heeft een sabbatical om in Latijns Amerika de taal te leren en vrijwillgerswerk te doen. Ze is 10 dagen in Huasquina en gaat ook mee paardrijden. Cristian en Wendy zijn de uitbaters. Er zijn 10 taaie paarden die afwisselend in de paddock lopen en in de lager gelegen vallei scharrelen bij de rivier.  De paarden hebben last van muggen, knutjes noemen wij die in Nederland. Kleine jeukende krengen. Dat is te zien aan kale plekken bij de staartwortel door het schuren en aan de kort geschuurde manen. Zowel paarden als zadels zijn in goede conditie. De paarden worden gezadeld. Poetsen doen ze hier niet en we vertrekken met z'n vijven. Meteen de berg op. Recht omhoog. Los zand en stenig. Steeds hoger (Bert heeft kans gezien een leuk filmpje te maken. Staat in de galerij). Over een smalle richel en nog hoger. Niet te geloven. We hebben een fenomenaal uitzicht! Even stoppen zodat de paarden op adem kunnen komen. Kijken, genieten en door. Wat is dit mooi, wat doen die paarden het goed en wat is het geweldig! Even knijpen: DIT is écht. Ondertussen rijden we boven over de rug van zo'n grindberg en overzien de omgeving met een heerlijk verkoelend windje in de rug. Vanaf deze hoogte ligt de wereld aan onze voeten, perfecto en dat op een geliefde viervoeter. Dit kan ik nog uren volhouden, genieten met een driedubbel grote G.

Te paard berg opLaatste stukje van de rit

We dalen weer af. De paarden zoeken hun eigen, meest ideale spoor. De zadels zijn prima en liggen als een huis met 2 singels en een bontje. Onze beugels zijn van die houten halve klompen die je in Chili overal ziet. Heel comfortabel. Beneden rijden we een stukje horizontaal, nog een laatste klimmetje en we zijn weer terug bij de finca. Een toprit. Heel bijzonder; paardrijden in de Atacama.
We drinken met de Finse Heidi (nog nooit iemand uit Finland ontmoet), een erg leuke vrouw, nog een biertje bij de bus, ff kletsen en dan zoeken we zeer voldaan ons overnachtingsplekje buiten het dorp weer op.
We worden nog niet in Iquique verwacht dus we rijden de volgende dag nog maar weer 's een stukje richting Bolivia naar een volgende Ruta del Desierto. Eerst de prachtige route met haar vele haarspelden naar boven, naar de ruta 15. De weg loopt over de Altiplano oostwaarts en stijgt gestaag. Het wordt groener, meer grassen altijd het gele borstelgras, struiken en kandelaarscactussen. Hoe hoger, vanaf ongeveer 2000 meter, we zien het duidelijk, dat de kale rotsen vervangen worden door groene vergezichten. Vanaf die hoogte is het minder heet en 's nachts zelfs een heel stuk stuk koeler (rond de +3* brr) waardoor er minder water verdampt. En er is dauw. De kandelaarscactussen kunnen tot max 8 meter groot worden en kunnen vele eeuwen oud worden. Ze groeien extreem langzaam met slechts 20 centimeter in 50 jaar! Veel leven komt er in deze onherbergzame natuur niet voor. Op de hoogvlakte leeft natuurlijk de poema, vossen en een soort bergkonijn met lange staart: de vizcacha, de gedomesticeerde lama-families en de wilde variant vicuna. In de oases leven enkele vogelsoorten en in de zandwoestijn een meeuw.... Het hart van de Atacama bestaat uit een gebied van 2000 km2 zonder enige begroeiing. De zand- en steen woestijn strekt zich verder uit dan het oog reikt. Deze levenloze centrale delen van de Atacama worden benut door 1 bepaalde meeuwensoort die tot 100 km uit de kust midden in de woestijn haar eieren legt en uitbroedt. Ver weg van bedreigende roofdieren zodat de meeuwen probleemloos hun eieren/ jongen kunnen achterlaten in dit lege gebied om vis te gaan vangen boven zee.
Op de Altiplano slaan we maar weer's een nieuwe Ruta del Destierto in. Een mooie asfaltweg afgewisseld met een goede onverharde weg slingert door een groene weidsheid naar beneden. Dat ziet er wel weer heel anders uit na dagen/ weken van zand en steen. Enkele dorpen liggen in de diepte die we gaan passeren.

dorp in de vallei

In het derde dorp waar we doorheen rijden en waar ook bijna niemand thuis lijkt te zijn, wordt de doorgaande weg wel erg smal. En eenmaal uit de bebouwing nog smaller met een groenstrook in het midden en struiken links en rechts van de auto. We slingeren nog even verder tot een stuk weg is weggeslagen door het water. Een bypass is te krap voor ons en rotsen en grote stenen belemmeren een alternatief. Deze "weg" is volgens de kaart nog minstens 80 km lang... Helaas we zullen moeten terugkeren op onze schreden. Hier de auto keren gaat niet passen. Het wordt nog een hele exercitie op dit smalle pad vol grote keien en kuilen, in z'n achteruit te gaan! Ik loop achter de auto om te grote stenen of te grote kuilen aan te wijzen en doe het weer 's bijna in de broek als we al slippend op 3 wielen 'zweven'. Dan komt er ruimte om te manoevreren en gaat de neus weer vooruit.

Bushcamp

We zoeken een mooie overnachtingsplek op een berg vlakbij een zendmast want we willen graag bereik hebben. Onze verdere plannen hangen af van een appje van Javier.
Dat appje komt er. Vandaag is het de 8e en volgens planning wordt inderdaad het onderdeel nu opgestuurd naar Iquique. Dan komt het de 10e aan. We slapen vannacht hier tussen de groene bergen op bijna 4000 meter hoogte en gaan morgen, de 9e retour naar Iquique. Boodschappen doen en naar ons vaste plekje op het strand zodat we een dag later, op de 10e op tijd present kunnen zijn. Uiteindelijk wordt het 11 april want het onderdeel komt de 10e pas einde middag binnen. Nou ja die dag kan er wel bij. Pak ik die dag om mijn blog up to date te maken, met zicht op het verlaten strand met een ruisend achtergrondgeluid. Nu snap je waar mijn inspiratie vandaan komt! Op deze plek is het trouwens voor het eerst sinds lange tijd dat we dichte bewolking hebben. De zon kan er nog niet doorheen komen. Ook de golven zijn sinds gisteren, toen we hier aankwamen veel hoger en wilder dan voorheen met veel opstuivende nevel. Heel ander weer dan de stabiele onbewolkte lucht met veel zon, een briesje en rond de 25 graden. De klok is ook hier verzet. Sinds 5 april is het een uur vroeger donker. Het is nu dus herfst. Al doet het me daar, terwijl ik in korte broek en hemd zit te typen niet echt aan denken. Verrassend eigenlijk dat er zomer/ wintertijd bestaat, zo net boven de Steenbokskeerkring in dit droge woestijngebied.
11 april is de dag van de waarheid. De begroeting bij de garage bestaat uit een kleine omhelzing en een kus op de wang. Ik zie me dat bij  Cortenbach in Neer nog niet zo gauw doen...
Allemaal vriendelijke mensen hier. Of het nu is op het strand of onderweg, op een plein of waar dan ook, als er oogcontact is of je hebt het initiatief genomen, vragen mensen altijd hoe het met je gaat, waar je vandaan komt, of je het naar je zin hebt en wat je van Chili vindt. "Muy lindo" (heel mooi).

Iquique

De auto is klaar! We vertrekken uit Iquique en kijken terug op een periode die toch nog snel is gegaan en die we ondanks 'het moeten' aangenaam hebben besteed. De woestijn met al haar gezichten, van hoogvlaktes tot bergen en van zand tot rotsen en dan de groene vruchtbare oases in de schitterende kloven. De kleine dorpen, de nederzettingen op het strand, de weinige mensen, mooi hoor dat we dat allemaal hebben meegepikt omdat de auto ondanks de mankementen, gelukkig nog wel reed.
Maar nu gaan we weer ons eigen ding doen. Dat voelt toch anders: het gevoel dat de wereld voor ons open ligt. De keuzes zijn niet langer afhankelijk van 'Mercedes'. We rijden het land uit over de Panamericana door alweer, uhhh nog steeds, woestijn. We overnachten nog een keer op de rand van een kloof in Chili en dan is Peru in zicht. De grens gaat vlot. Er is tussen Chili en Peru maar 1 grensovergang met 2 douane-gebouwen, eentje voor als je Chili verlaat en Peru ingaat en een gebouw voor als je Peru verlaat en Chili ingaat. Goede gebouw kiezen en de loketjes van 1 t/m 5 afwerken. Loket 5 als laatste is de controle op groente, fruit en dierlijke producten en klaar.
In Peru volgen we nog even de Panamericana, de grote doorgaande weg door Zuid Amerika maar die snelweg is hier inderdaad snel maar niet ons ding. Geef ons maar de bergen en het platteland. Wel willen we graag naar Arequipa, die stad hebben we 2 jaar geleden toen we hier in de buurt waren, laten schieten en zou zeer de moeite waard zijn. Om daar te komen nemen we dan ook weer een binnendoor weg. Die duurt wat langer dan verwacht. We passeren Mogueque waar bijzondere houtsculpteren staan.

Beelden gemaakt van de verwijderde bomen op de Plaza de ArmasKunstwerken

De grote maar zieke bomen op het Plaza moesten worden gekapt waarna kunstenaars zich over de stammen ontfermden. Inderdaad ware kunstwerken, 13 op een rij. Het huidige Plaza ziet er nu een beetje armzalig uit met die magere bomen maar met een mooie gietijzeren fontein en omringd met mooie koloniale panden. We kijken rond, lunchen en gaan door. 
De kwaliteit van de weg wordt minder en die van de vergezichten meer, de ohh's en ahh's zijn niet van de lucht. Er stopt een auto als we even stilstaan vlakbij een kruising, de chauffeur vraagt waar we naar toe willen? Hij vraagt of we naar de warmwaterbron gaan of naar Arequipa? We wijzigen ons plan en gaan naar de warme bron, lekker. Het zou een half uurtje rijden zijn vanaf de kruising. Het pad slingert naar boven met wat kuilen enzo. Dan is er een bordje met Baños Termales. We draaien het pad in en komen bij een groen geschilderd terras met zitjes en rieten parasols, een kassa hokje, wc's en kleedhokjes. Tenminste zo pittoresk was het ooit. Nu is het onderkomen, er is geen kassa in het hokje en de wc's wil je niet zien. Maar het bad is prima! We gaan een stenen trap af en onderweg voel ik aan water dat uit de rots komt. Ai, keiheet... Dat water sijpelt in het bad dat gevoed wordt door de naastgelegen rivier en doorloopt over de rand. Voorzichtig de temperatuur voelen en er dan voorzichtig in. De temperatuur is zelfs aan de warme kant en heerlijk. Het bad is niet te diep met een ondergrond van grote stenen en zand.

ThermasThermas  2

Er is niemand. Hier houden we het wel even uit. Twee vliegen in 1 klap als we besluiten hier ook maar te overnachten. Kunnen we er morgen weer in. Dat doen we uiteindelijk niet, we gaan de volgende dag te voet verder de berg op. De weg houdt op in het dorp Palcamayo. Als we na een km. of 8  boven komen, zitten er een aantal mensen in een cirkel bij de drie kruisbeelden. Is het iets heiligs of ceremonieels vragen wij ons af? Ik zie een tafel onder de kruisbeelden staan met papieren erop en de man erachter lijkt de leiding te hebben. We lopen erop af, schudden handjes en wisselen beleefdheden uit. Het blijkt dat ze net wilden beginnen met de wekelijkse vergadering. Er leven in het gebied zo'n 100 mensen en de stand van zaken en de regeldingen omtrent water en dergelijke worden in de buurtvergadering besproken. Allemaal boeren die hun kleine akkers op de terrassen bewerken en er enkele stuks vee houden. Hasta Luego, aangenaam kennis gemaakt te hebben en tot ziens. Fijn zo'n wandeling in de ochtend voordat we met de auto onze weg vervolgen. 
Het is een prachtige route tussen majestueuze bergen door en slingerend van het ene groene dal naar het andere. De dorpen rijgen zich aaneen en het zicht op al die terrassen waarop de akkers zijn aangelegd, is zo prachtig en typisch Peru. 

Terrassen

Wat een contrast; die kleinschaligheid in zo'n immense omgeving. Dat zien we later op de hooglakte ook. Veel boeren met een paar koeien, wat schapen en een akker. Er wordt gewerkt met ezels en de tijd lijkt hier stil te staan. Bert drinkt graag melk en koopt verse direct van de koe. Het is aan het einde van de middag en vlakbij hebben wij een kampeerplekje gevonden net buiten het dorp Totorani De koeien staan met hun kalveren gewoon los als ze worden gemolken en 1 kalf dat niet van mam kan afblijven wordt met een touw tussen kop en achterpoot vastgezet. Het melken gaat zonder gedoe, er is rust en de glimmende melkbussen worden later opgehaald. Tegenover onze kampeerplek, met zicht op de vulkaan Pichu Pichu 5664 m. en reuze idyllisch gelegen aan een kleine snelstromende beek, is aan de andere kant van de weg een forelkwekerij. Dat komt goed uit! We zouden vanavond noodvoorraad eten want er was onderweg weinig te koop. Dat wil zeggen een winkel met niets meer kan frisdrank, een blikje en een zakje. Er ligt nog 1 gesmokkelde ui en 1 tomaat in het groentevak, waarmee wel een bonenschotel ofzo te maken is. Maar een visje....Bert komt terug met 2 levende forellen in een plastic tasje. Hij maakt ze schoon en even  later belanden ze op het vuurtje.

Visjes gescoordSchoonmaken en spoelenWachten tot ze gaar zijn

Een salade erbij van een blikje erwtjes, de ui en de tomaat, dressinkje erover, broodje erbij en smullen maar weer. 
We zitten hier op een hoogte op 3300 meter en 's nachts heeft het zelfs wat gevroren! Niks van gemerkt we hebben met een dekentje extra heerlijk geslapen. 

Arequipa

Dan eindelijk Arequipa in zicht. Fraai gelegen tussen hoge bergen met witte toppen. De vulkaan El Misti (5822 m) met een perfecte konische top is de beroemste die je vanaf de Plaza  majesteitelijk ziet oprijzen achter de kathedraal. Ook de Pichu Pichu is te zien en de Chachani (6075 m) torent boven de stad uit. Arequipa is de 2e grootste stad van Peru en ligt op 2325 meter boven zeenivo met een centrum van witte (Spaanse) koloniale gebouwen opgetrokken uit 'sillar' (licht gekleurd vulkanisch gesteente) en bestraat met kinderkoppen. De meest fotogenieke stad volgens de kenners... 
Op onze eerste dag in deze stad zonder torenflats of andere hoogbouw (laagbouw vanwege de vele aardbevingen die hier voorkomen), eerst even op een bankje op het Plaza de Armas sfeer snuiven. De enorme uit sillar opgetrokken kathedraal 'Catedral Arequipa' is helaas gesloten, dus binnenkijken is er niet bij. Achter het hek op de stoep voor de kerk kun je wel biechten. Er staat een rijtje mensen te wachten tot ze kunnen plaatsnemen in een geelgekleurd half tentje. In zicht van iedereen evenals de geestelijke die alles en iedereen kan zien en slechts door een wit gaasje van de biechteling is gescheiden. 
Je kunt geloof ik Arequipa niet hebben gezien zonder bezoek aan het Monasterio Santa Catalina.

Plattegrond Monasterio Santa Catalina

Een zeer indrukwekkend klooster. Eigenlijk is het een stad in de stad. Het Monasterio beslaat 20.000 vierkantemeter, heeft 4 wijken en is een nabootsing van de stedelijke opzet van Arequipa in de koloniale beginjaren. Het Monasterio van Santa Catalina de Siena is een groot klooster van de Dominicaanse Tweede Orde. Het maakt deel uit van het UNESCO werelderfgoed. In 1579 besluit de rijke weduwe Dona Maria de Guzman als eerste kolonist zich af te zonderen in het klooster. Zij werd benoemd tot priorin en er werd een hoogmis gehouden op 2 oktober 1580 zodat men vanaf die dag het habijt kon dragen. De vrouwen die als non in het klooster kwamen waren creoolse vrouwen en mestiezen uit rijke families. De geschiedenis vertelt dat in de 18e eeuw '300 habijten en dienstmeisjes zich in de citadel bevinden'. Het klooster van Santa Catalina was gehuld in mysterie en stilte tot 1970, toen een groot deel van het klooster haar deuren opende voor het publiek. Wij zagen tijdens onze bezichtiging ook waar de nonnen destijds hun bezoek ontvingen. In een gang achter dubbel dik houten rasterwerk konden zij hun familie spreken die buiten stond. Er was een klein draaiend plateau als doorgeefluik voor het een of ander. We dwalen door de steegjes, gelukkig staan er pijlen want het is een doolhof van gangetjes met kamers, keukens, een badplaats, een eetzaal, gebedsruimten, een kerk. Een heel dorp inderdaad inclusief een dokterspost. Prachtig om hier rond te wandelen en een idee te krijgen van het leven hier in dit afgezonderde dorp wat zo mooi en liefdevol wordt behouden.

straatje in de monasterio 1Doorkijkje in klooster

Monasterio 4

Mooi detail in het monasterio

 

We hebben een fijne kampeerplek gevonden vlakbij de oude stad, in een tuin (en ook achter de muur) van een mooi blauw koloniaal pand dat dienst doet als hotel, met de toepasselijke naam: Hostel Las Mercedes. Beetje rumoerig als je het vergelijkt met de afgelopen dagen maar lekker praktisch en een veilige plek om de bus achter te laten als wij de stad ingaan. Peru is sowieso rumoeriger in vergelijking met Chili of Argentinie, er is veel meer straatleven, er wordt volop geclaxoneerd 'ik kom eraan' of gewoon 'een hallo'. Er zijn veel tuktuks op de weg en een 2 baansweg wordt met een beetje inschikken gewoon een 4 baansweg. We dwalen door het centrum van Arequipa, op de smalle stoepen met veel mensen, over de drukke markt en door de paar straten die er alleen voor voetgangers zijn. Mooie stad en prettige atmosfeer.

Plaza de ArmasIglesia De San Agustin

Er zijn legio prachtige kerken maar allemaal gesloten. Zou dat te maken hebben dat het de week voor Pasen is? Ter ere daarvan is er de hele week al van alles, op kerkelijk gebied, te doen met 's avonds vuurwerk en vrijdag is er een processie. De processie gaan we zien, die start bij de Santo Domingo kerk en loopt via de Plaza de Armas terug naar die kerk. Maar eerst wordt op Goede Vrijdag om 11 uur in diezelfde kerk herdacht dat Jezus aan het kruis is genageld. We zijn niet kerks maar om deze rituelen eens van dichtbij te bekijken was zeker de moeite waard. Wij vonden het intrigerend om te zien met hoeveel eerbied Jezus aan het kruis werd bevestigd nadat Hij eerst horizontaal door de kerk was gedragen in een kanten lijkwade.

Jezus wordt naar het kruis gedragen.Maria in de Santo Domingo kerk

Net voor de plechtigheid werd Maria nog in orde gemaakt (linten, kaarsen, spotjes erop en de draagbaar versierd) en Ze was net op tijd klaar toen de plechtigheid begon. We hebben met verbazing, ook wel, alles bekeken. En 's avonds terug voor de processie. Deze zou om 18 uur beginnen, maar ja dat werd later. Wij zaten op de trap op de Plaza te wachten tot de optocht langs zou komen. Op de Plaza is het druk, misschien wel drukker dan overdag. Maar geen processie in aantocht. Stiekum even in de Catedral gaan kijken, eigenlijk alleen toegankelijk voor Latino's die de mis kwamen bij wonen. Groot. Er konden wel 1000 mensen in. Bert zei dat wij ook graag de mis wilden bijwonen en we mochten na dit leugentje om bestwil naar binnen. Veel mensen en ook veel mensen die even binnen komen, een weesgegroetje, een kniksje en een kruisteken maken en weer vertrekken. Dat deden wij ook, vertrekken, bang om de processie te missen. Er was nog steeds niets te zien dus zijn we naar het vertrekpunt gelopen en alles was net op weg. Vlug een paar straten verderop een plek gezocht met goed zicht.

Maria heeft een ere plaatsNonnen in de stoet

Drommen mensen met en zonder brandende kaars lopen mee. Politie, brandweer en meer voorstelbaar meelopende nonnen en mijnheer Pastoor onder een baldakijn. Iedereen was min of meer in rouw en de muziek en vooral de ratel gaf de sfeer goed weer. Verschillende beelden, een leeg kruis en Jezus, ondertussen opgebaard in een glazen kist, passeerden. Poeh he, nog nooit z'n grote en echte processie gezien (een klein filmpje voor de sfeer). Toch apart om hier midden tussen te staan en mee te maken hoe hier Goede Vrijdag en Pasen wordt herdacht. Geen paashaas of paasei gezien.
De volgende dag pakken we ons boeltje weer op en gaan verder. Richting Cotahuasi waar een gelijknamige canyon is. Minder beroemd als de Colca Valley die we 2 jaar geleden (alweer!) bezochten, maar daarom niet minder de moeite waard. Wij erop af. Twee dagen rijden door fabelachtig landschap met als hoogste hoogte 4546 meter. Gelukkig geen hoogteziekte. Onderweg een kampeerplekje gevonden, niet ideaal maar met een mooi uitzicht en het liep al tegen het einde van de middag. De volgende ochtend, Paaszondag, bleek ons tafeltje weg. De gelegenheid maakt de dief. We ruimen altijd alles op als we naar bed gaan maar..... de tafel blijft vaak buiten. Al maanden eigenlijk, uit gemaktzucht, nonchalance, uit verwaterde oplettenheid. Het klopt, realiseren we ons dat we wel wat makkelijker zijn geworden. Waar we vooral van balen is dat iemand dit gewoon pikt. Hopelijk heeft'ie er plezier van. Hadden wij ook. Wat maakt een kampeerplek in het wild eigenlijk niet ideaal? In dit geval was het een strook zand (een soort grote parkeerplek) tussen het pad en de rivier. Het pad was een verbindingsroute met wat passanten op brommers, tuktuks of pickups die zich verplaatsen tussen de dorpen en de akkers. Niet erg druk maar de vallei was wel dicht bevolkt. Op de plek was hier en daar wat grofvuil gestort. Het is een combinatie van factoren en een gevoel of we ergens wel of niet blijven. Pluis of niet pluis. We zien dit maar als een wake up call. 
Onderweg naar Cotahuasi stijgen we gestaag door en passeren we vulkanen die dik over de 6000 meter hoog zijn. Daar wordt een landschap erg indrukwekkend van. Jammer genoeg een beetje buiten beeld door opkomende bewolking. Aan het einde van de middag regent het. Dat is lang geleden. Bert kocht een nieuwe regenjas in Puerto Montt, in januari en heeft de jas nog niet hoeven te gebruiken.

Regen op weg naar CotahuasiCotahuasi richting centrum

De volgende dag doen we boodschappen in Cotahuasi, een dorp dat hier een centrum functie heeft. Veel kleine winkels met vanalles, veel van hetzelfde, een Plaza (natuurlijk, elk dorp heeft immers een Plaza meestal met fontein!), knooppunt voor busjes voor personenvervoer kortom leven in de brouwerij ondanks het zure weer. 's Avonds is het fris en nat dus met de deur dicht op de bank.
De Cotahuasi-canyon is werkelijk fabelachtig. Er is een magnifieke waterval, cascada de Sipia, die het water over 3 trappen 150 meter naar beneden stort de nauwe kloof in. Je wordt gewoon duizelig als je de diepte inkijkt. Wat een kracht en wat een herrie.

WatervalCascade de Sipia

Na deze korte wandeling, de auto weer in om de canyon verder te volgen. De weg (lees: karrenspoor) leidt ons verder naar hoog boven de rivier en we vinden de mooiste kampeerplek ever!

Bushcamp in de Canyon Cotahuasi

Tussen de bergen in de kloof die hier weer wat breder wordt, staan we op een plateau op 2100 meter hoogte met een enorm uitzicht. Gisteravond was het op bijna 4000 meter. Daarom hebben we de zondagavond borrel gister  achterwege gelaten  en nemen we die nu maar.
Na een heerlijke nachtrust en een hemel vol sterren rijden we steeds verder de canyon in tot een cactusveld. Daar parkeren we om verder te voet te gaan. Lekker een dag wandelen in dit wonderschone landschap waar we nog geen toerist hebben gezien. Er zijn in de kloof vruchtbare stukken grond waar vooral veel fruit wordt geteeld. Er groeit allerlei heerlijks: catusvruchten, mango, maracuja, allerlei citrus, avocado, vijg en druif (van de druiven wordt een Pisco gemaakt voor eigen gebruik). We zien een bruggetje voor voetgangers en vee en proberen aan de andere kant van de rivier verder te lopen.

Wandeling in de kloof

Volgens de navigatie loopt er een wandelpad maar helaas na een half uur ofzo stuiten we op een zijrivier die te snel stroomt en te breed is om droog over te komen. Later zien we, als we weer op de gewone weg lopen dat het wandelpad door landslidings en gevallen rotsblokken toch al dood liep tussen rivier en berg. We willen lopen tot het dorp Quechualla, het eindpunt van de canyon, daar houdt de weg op. Dagelijks rijdt er 1 busje van Cotahuasi naar Quechalla en terug. De enigste verbindingsweg. Het dorp ligt iets tegen de berg op en we komen boven in een klein, welhaast pre historisch dorp terecht. Natuurlijk een plaza en een kerk. Links van de kerk is een kleine winkel en Bert vraagt of de senora ook internet heeft? We zijn benieuwd hoe het met 'onze' Lauser gaat (een van de Noriker paarden die we hadden). Zijn huidige baasje, Monique appte vanmorgen dat het niet goed met hem gaat. De senora neemt ons mee, de binnenplaats over naar de keuken waar verbinding is in het hoekje bij de buitendeur naar de boom-/ wijngaard. We moeten de telefoon goed richten.... Nu we hier toch zijn en we zo gastvrij worden ontvangen, vragen we of we kunnen lunchen. Dat kan. Een broodje avocado of een broodje gebakken ei met maracuja sap. We gaan voor de avocado en krijgen een flink glas sap uit de blender mmmmmm.

Aan de lunch bij JanetCiao Janet

We raken aan de praat. De alleraardigste uitbaatster heet Janet en runt de winkel, een restaurant en een hospedaje (overnachting). Ze vertelt dat sinds Corona er bijna geen gasten of vrijwilligers meer zijn geweest. Ze laat ons het dikke gastenboek zien waar sinds 2008 verschillende nationaliteiten zich hebben ingeschreven. Tot 2020 daarna is het leeg tot maart van dit jaar. Wij schrijven ons ook in. Hopelijk gaat het weer lopen, aan het enthousiasme van Janet zal het niet liggen! Het zou toch een geweldige ervaring zijn om hier als (jonge) vrijwillger een paar weken mee te werken? In een dorp van 22 inwoners waarvan 3 baby's vertelde Janet met een brede lach. We nemen afscheid, betalen een luttel bedrag en krijgen een zak avocado's mee als we geen wisselgeld willen aannemen. De app vermeldt dat onze Lausa een spuitje heeft gekregen. Hij heeft het goed gehad en was op. We verlaten het dorp, wandelen naar beneden en de kleine 10 km terug naar de auto. We rijden terug naar de parking van de waterval om daar te overnachten.

Smal en steilDoorgaande wegVerder de kloof in

Vanuit deze topper (letterlijk en figuurlijk) willen we naar de kust. Naar Reserva Nacional de Paracas met eventueel een bezoek aan voor de kust liggende eilandjes. De 'poor man's' of  Little Galapagos, zeggen ze. Om weg te komen uit Cotahuasi rijden we drie dagen door en over bergen om in Pauza aan te komen dat aan een provinciale weg ligt volgens de kaart. Het schiet niet op. Pauza ligt aan de andere kant van een canyon. Op de tweede dag is dat hemelsbreed amper 20 km verderop, maar over de weg is het meer dan 70 km! De weg is een B weg, een karrenspoor of een combi van die twee met kuilen en passages door waterlopen (daar waar de waterval over de weg loopt om zich naar beneden te storten). Ontelbare haarspeldbochten tellen deze steile bergwegen. Soms is de draai zo steil en smal dat Bert extra alert is dat de kont van de auto ook meekomt. Als je hier gaat, gaat het snel en is het definitief over en sluiten. We zien de herdenkingskruisjes langs de weg. Het is stijgen en dalen. Van zo'n 2000 meter tot 4546 meter het hoogste. Er lopen koeien met oormerken van stukjes stof op de weg, kalfjes, ezels en af en toe rent een hond mee. Het ruikt heerlijk naar eucalyptus en talrijke kruiden die groeien in de berm. De grazers hebben hier een top menu en zien er glanzend uit. De doorgaande weg gaat dwars door de dorpen, wordt dan soms erg smal en is het oppassen voor feestelijke slingers, elektriciteitsdraden en overhangende gevels. Veel oudere mensen hier, waarvan de vrouwen een rok met dikke maillot en een vest aan hebben, met altijd een hoed op. Als het regent gaat er een plastic zak over de hoed. Soms is een maillot niet genoeg en dan draagt men dikke kleurige kniekousen zonder voet eroverheen. Ze zijn niet gek hier op deze hoogte. Overdag lekker zolang de zon er is maar snel bere koud zodra die achter de bergen verdwijnt.

De weg slingert door de kloof.

Dan is Pauza in zicht, nog een paar haarspelden en hebben we een paar prachtige en avontuurlijke dagen door de bergen gehad. Met de meest waanzinnige uitzichten. Soms zaten we zo hoog dat we neerkeken op de akkers waar poppetjes op het land aan het werk zijn met koetjes rondom en zijn de besneeuwde bergtoppen in de verte op ooghoogte.
Vlak voor Pauza passeren we weer een Termas, een warm bad (letterlijk) waar we ook blijven overnachten. Da's een leuk meevallertje.
De weg vanaf Pauza is anders van kleur, wat doet vermoeden dat we op de 'provinciale' weg komen met misschien asfalt of tenminste een weg waar we wat meer vaart kunnen maken. We lunchen op de Plaza ons broodje met avocado. Al etend komt er een rijdend restaurant langs. De senora duwt een kruiwagen waar onder de doeken allerlei heerlijks is verstopt. Er komt nog een dame die naast ons op de bank gaat zitten en haar lunch besteld vanuit de kruiwagen: witte bonen, tuinbonen, een aardappel, knalgroene koriandersaus en een kluifje van het een of ander in een plastic bakje voor een paar soles.

Kruiwagen-restaurant

Het wordt gezellig bij ons bankje op de Plaza en verschillende mensen komen langs voor een praatje. Lunchen op een Plaza doen we wel vaker, om rond te kijken naar het leven op zo'n plein en natuurlijk om een praatje te maken.
De weg vanaf Pauza heeft dan wel een oranje ipv gele kleur op de kaart maar is bar en boos.... asfalt met meer  gat dan asfalt. Rustig, tja wat wil je dan, gaan we verder. Gelukkig blijft het onveranderd mooi. Ondanks dat we een tijdje over de pampa rijden. Hoog en vlak.
Het 'echte' asfalt van de panamericana is in zicht. We zoeven richting kust. Afdalen is wat de klok slaat. Opletten is hier misschien nog wel belangrijker dan op de smalle gravelbergwegen, het is druk met vrachtwagens die lekker binnendoor komen in de bochten. Het is de bedoeling dat de kleinste dan voor de bocht even wacht. Op de bergwegen hoefden we alleen op ons zelf te letten; geen tegenliggers daar gelukkig! Zonder kleerscheuren laten we de bergen achter ons en passeren we Nazca. De  beroemde lijnen hebben we de vorige keer gezien toen we langs kwamen. 
Voordat we helemaal naar de kust gaan, willen we nog naar een canyon: el Canon escondido. Prachtig. Geen bord met Ruta del Desierto zoals in Chili maar wel een echte Ruta del Desierto!

Door de Woestijn

Zand, veel zand en warm. De canyon ligt een eindje rijden de woestijn in, verder dan gedacht maar ach we genieten van het landschap, zijn nieuwsgierig naar de canyon en niemand wacht op ons. We zien geen mens, overnachten in complete stilte en duisternis met alleen de sterren die fonkelen. De volgende dag vervolgen we de sporen richting kloof en die is inderdaad prachtig uitgesleten door de elementen. We wandelen rond en een eind de kloof in.

Bus bovenaan de kloofCanon el EscondidoIn de kloof

Dit landschap is al zo mooi, hoe moet het nabij gelegen Reserva de Paracas dan wel niet zijn....
En dat is mooiii. Een echte zandwoestijn met veel hoge zandduinen in rood, geel en bruin begrenst door een grillig gevormde kust. De weg was al gauw afgelopen en toen begon het pionieren. We hebben de hele middag tracks gezocht om het Reserva te doorkruisen en in het dorp Paracas aan te komen. Lang leve de GPS want in die uitgestrektheid zonder duidelijke herkenningstekens, raak je makkelijk het spoor bijster. Een Peruaanse Ruta del Desierto is wel een hele echte woestijnroute! 

Reserva Nacional de Paracas

Gisteravond, ook leuk om nog even op te schrijven, hadden we een kampeerplek gevonden in een woestijndorp waar de huizen ver uit elkaar staan en er vooral veel zand is. We vonden op een open plek onder een soort acacia's een mooie plek voor de nacht. Toen we geinstalleerd waren verscheen er een mijnheer die vertelde dat de grond privado was. Hij woonde "daar" en wees een laag lemen huis aan met een bankje naast de deur. Uiteindelijk mochten we blijven en als er paniek was mochten we hem om hulp roepen. Hij heet senor Jesus (spreek uit Gesoes) en noemde ons zijn tijdelijke buren. Hij praatte veel en wij verstonden lang niet alles. Jesus ging weg na een verhaal over zijn druiventeelt en de agua de uvas (druivenwater) die hij maakte, 14 procent alcohol! Na een kwartier was hij terug met een maatbeker agua de uvas en plastic borrelglaasjes. Ook gaf hij ons avocado's, zoute crackers, limoenen, 2 bananen  en overheerlijke dadels en gesuikerde pecannoten. Het kon niet op, allemaal van eigen grond uit de oase vertelde hij trots. Wat een verwennerij. Betalen mocht natuurlijk niet, dat was beledigend. Gelukkig hadden we nog een onaangebroken fles huisgemaakte yoghurt en wat koek over die hij wel in ontvangst nam. Met ons 3 dronken we de kan met de wijn tot de bodem leeg en was het afscheid allerhartelijkst nadat Jesus eindelijk van zijn spreekstoel was opgestaan.

Jesus en Bert

We blijven een paar dagen in het dorp Paracas om wat doe- en regeldingen te doen. De was, de bus ontdoen van alle stof, digitale voorbereidingen om een nieuw paspoort aan te vragen en dergelijke. Natuurlijk moet ook dit blog de deur uit met foto's wat goede wifi vereist en hopenlijk is dat hier. Tijd om de fiets weer 's te pakken, het is hier redelijk te vlak en we willen met een bootje graag de Ballestas eilanden voor de kust bezoeken, Galapagos light dus. Goede vooruitzichten en we gaan het zien! Als Bert de banden van de fietsen aan het oppompen is, druk ik op de knop "verzenden".

Zwaai

Heel veel groeten vanuit een zandbak in Peru van Bert & Marianne 
   

Foto’s

11 Reacties

  1. Vera:
    30 april 2025
    Och gut die Lausa, aan alles komt een eind maar toch sneu😥
    Heel vertrouwd om jullie weer op een paard te zien, blijft toch een rode draad he😃
    Wanneer komen jullie weer es naar Nederland? 🇳🇱 wordt tijd voor een knuffel!
  2. Bert en Marianne:
    30 april 2025
    M antwoordt:🙂 in juli willen we vertrekken naar Nederland voor een paar maandjes. Laat die knuffel dan maar komen 🤗
  3. Ron en Monique.:
    30 april 2025
    Marianne en Bert
    Wederom leuk om jullie verhaal te lezen en toch nog een beetje mee te reizen. Lekker informatief geschreven. We zien jullie in Nederland. Groeten vanuit een zonnig Cyprus.
  4. Hoekie:
    1 mei 2025
    De lange 'wachttijd' goed doorgekomen, fijn dat jullie weer je eigen ritme kunnen volgen.
    Dank weer voor de mooie beschrijvingen van jullie belevenissen.
  5. Piet:
    1 mei 2025
    Weer een geweldig uitgebreid verslag waar in we weer mee kunnen genieten van jullie reis. Bedankt
  6. Marijke:
    2 mei 2025
    Ach jeetje, Lause, wat jammer, beetje weemoedig maakt het jullie waarschijnlijk wel. Hij heeft het goed gehad tot het laatste toe.
    Weer veel meegemaakt, gezien en gedaan! Zuid-Amerika , het lijkt dat jullie er niet op uitgekeken raken. Zoveel moois te zien, mooi verslag, mooie foto's én een prachtige rit te paard, top!!
  7. Sjuul:
    3 mei 2025
    Wat een prachtig stuk van jullie reis met zoveel afwisseling in één maand. Ik ben benieuwd naar de Galápagos light. Groetje Sjuul
  8. Bert en Marianne:
    5 mei 2025
    M antwoordt: Ha Juul, de islas Ballestas waren erg 'Galapagos light'. Mooi maar snel boottochtje langs de prachtige kustlijn en vooral de eilanden waren bijzonder grillig gevormd. Met veel vogels, een paar zeehonden en humboldt pinguïns. De moeite evengoed waard. Groet😘
  9. Hannie en Thijs:
    4 mei 2025
    Ongelooflijk mooi hoofdstuk in een schier oneindig verhaal! Ook wij genieten met een grote G!
    R.i.p. Lauza...
  10. Girke van Beem:
    14 mei 2025
    Wat een boeiend en veelzijdig verhaal weer! Heb ervan gesmuld🍴
  11. Anja:
    18 mei 2025
    Helemaal mooi..en echt een indrukwekkende paarderit!