Als schieten je hobby is.
29 april 2026 - Grand Teton National Park, Wyoming, Verenigde Staten
Begin april rijden we de staat Utah binnen en onze verwachtingen zijn hoog gespannen. Er zijn nogal wat Nationale parken in deze Staat. Één ervan is Bryce Canyon en daarvan wordt beweerd dat dat Park het mooiste National Park van de VS is. Toen we er 3.5 jaar geleden langs reden hebben we het niet bezocht. Het vroor toen en er lag te veel sneeuw. Grote delen waren gesloten. Maar nu: We zijn benieuwd. Aan het einde van de dag kunnen we er zijn. Het is 9 uur en het weer is prachtig. Wederom blauwe luchten die ons voeden met geluk. We zijn al weken, misschien al wel maanden op hoogte tussen de 2000 en 3000 m. Over het algemeen overdag mooi tot heel mooi weer en soms ’s nachts een graadje vorst. De hevige hitte die in grote delen van Zuid-West Amerika heerst ligt naast ons maar we profiteren er wel van mee. De lente hier is uitzonderlijk vroeg. We spreken er verschillende mensen over en op sommige plekken is het nu al meer dan 7 graden warmer dan normaal. En het is droog. Er valt hier sowieso al weinig regen. Er heerst hier een woestijnklimaat met gemiddeld 200 – 400 mm. Per jaar. Vergelijk je het met Nederland dan valt daar gemiddeld 750 tot 900 mm. Per jaar. 3x Zoveel dus.
Maar goed, mooi weer als we ’s morgens vertrekken. Korte broek, T-shirt en sandalen. Voel je’m al aankomen? Het wordt niet zonniger. De blauwe lucht trekt weg en er komen wolken opzetten en in de verte zien we van die grijze slierten uit de wolken neerdalen op het gebied waarheen wij koers zetten. Het wordt koud, de kachel gaat aan en het begint te regenen als we door de ingangspoort van Bryce rijden. “Laten we eerst maar even naar het Visitor Center gaan ” zegt Marianne. “Daar is het tenminste droog en misschien warm”. Daar bezoeken we het museum en we verlekkeren ons aan al het schoons van Bryce dat ons op posters, films en maquettes wordt voorgehouden. Maar we besluiten niet te blijven. We hebben tijd en de weersverwachtingen voor de komende dagen zijn niet best. Op de weer-app zoeken we een bestemming waar het beter is. We tanken water, legen onze poepdoos in een dumping station en geven gas naar warmere oorden. Maar…, dan moeten we wel eerst een pas over. 3300 Meter. Als we beneden in het dorp aan de pas beginnen worden we met verkeersborden voor van alles gewaarschuwd. Als de lichten knipperen neem deze route niet met een auto langer dan 7 meter, zwaarder dan 7500 kg. of met een aanhanger. Zorg dat je of sneeuwbanden hebt of neem sneeuwkettingen mee. Gelukkig knipperen de lichten niet. Inmiddels is de regen overgegaan in sneeuw en als we hoger komen is het maar goed dat de weg daar sneeuwvrij is gemaakt. In de bermen wel een dikke halve meter. Tijdens de lunch kleden we ons om. Sokken, trui en lange broek komen tevoorschijn. De weg is perfect. Aan de andere kant van de berg schijnt de zon en de stad Cedar City doemt voor ons op.
Eerder schreef Marianne al over BLM-land. BLM staat voor “Bureau Land Management” en zij beheren het land dat aan de Staat is toebedeeld. Waarvan de Staat eigenaar is. En op al die plekken mag je, als er geen bord staat dat het niet mag, vrij kamperen. Vaak zijn die stukken honderden tot duizenden hectaren aaneengesloten. De Amerikanen zijn echte buiten mensen die er ook in het weekend veel op uittrekken en dan veelal op die plekken te vinden zijn. Je mag er maximaal 14 nachten verblijven, er zijn vuurplekken en soms is er ook een wc en/of is er water. Maar meestal is er helemaal niks maar wel vreselijk mooi. Op zo’n plek sta je eigenlijk altijd alleen. Wij vinden het echt geweldig dat deze mogelijkheid geboden wordt.
Onze kampeerplek bevindt zich op een helling. We broedselen altijd wat om de auto een beetje recht te zetten. Het bed een beetje waterpas. De volgende dag gaan we weer een eind lopen en klimmen tegen de berg op. Boven is het uitzicht prachtig en in de verre verte zien we de contouren van een kerk of kathedraal. Ver weg.
Als we het plaatje op internet erbij zoeken blijkt het een Tempel van Jezus Christus van de Heilige der Laatste Dagen te zijn. De kerk is in 1830 in Amerika opgericht en door hun geloof in het Boek van Mormon (een geloofsverhaal over oude volkeren uit Amerika met nadruk op geloof, profeten en Jezus) dat als heilig boek naast de Bijbel wordt gelezen, worden de leden van deze kerk vaak Mormonen genoemd. Dat wekt onze nieuwsgierigheid en Google vertelt ons dat het nog 12 kilometer lopen is. Hemelsbreed weliswaar. “Dat kunnen we hebben” zeg ik tegen Marianne en slaan de juiste richting in. Als we na een paar uur bij de kerk aankomen is het er druk. Veel auto’s en we hebben al snel in de gaten dat er een ceremonie is en we niet naar binnen kunnen. We gaan op een bankje zitten en het valt ons op dat iedereen die naar binnen gaat een rolkoffer of kostuumtas bij zich heeft. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en spreek de eerste de beste die er een beetje toegankelijk uitziet aan. Het is een meneer, keurig gekleed, haren netjes gekamd en hij groet ons. Dit is mijn kans. “Meneer, goedemiddag. Ik ben toerist, kom uit Nederland en mag ik u wat vragen”? : Dat mag” zegt meneer. Ik steek van wal: “Daar, vanuit de bergen zagen we uw kerk. Die was zo mooi dat we besloten erheen te lopen. En nu zijn we hier en zie ik dat iedereen die hier naar binnen gaat een tas bij zich heeft. Is er binnen een ceremonie gaande”? Meneer is vriendelijk en verrast en vindt het geweldig dat we helemaal hier naar toe gewandeld zijn. Hij legt uit: “Dit is geen kerk maar een Tempel. En binnen in de Tempel, in het Heilige deel, draagt iedereen witte Kleding. En die zit in die tassen”. We raken verder aan de praat. Hij is niet de eerste, niet de enige en vast ook niet de laatste die vraagt wat wij hier ( in de VS) in Godsnaam komen doen. “Trump is gek” zegt’ie tot slot. Hij verontschuldigt zich, binnen wacht er iemand op hem en wij moeten straks, als we weer terug in Nederland zijn, ons maar eens melden bij zijn kerk. We zouden van harte welkom zijn.
De volgende dag prutsen we wat aan. We zijn nu bijna 4 jaar onderweg en dat begint zich hier en daar af te tekenen. Aan “de spullen” bedoel ik dan. Niet aan ons. HAHA. Wij zwoegen voort! Neem de snijplank bijvoorbeeld. Er komt een kuil in. Serieus probleem. Of de deurmat. Rats versleten op de plek waar je eigenlijk altijd als eerste je voet neerzet. Maar ook ons Perzisch (jaja) tapijt bijvoorbeeld. De slijtage bij de ingang wordt ook daarop zichtbaar. Het moet nog wel een paar jaar mee en wat onderhouden kan worden of gerepareerd, het hoort er allemaal bij en als ik de overall aantrek en weer met hamer, schroevendraaier, tang of slijptol aan de gang kan ben ik de koning te rijk. Sluitingen bijvoorbeeld van keukenkasjes of lades zijn er echt niet op gemaakt om continue tegen de krachten van een rijdende bus door kuilen en gaten weerstand te bieden. De schroefjes van de potscharniertjes van de deurtjes van de keukenkastjes bijvoorbeeld rammelen er gewoon uit. Schappendragers zakken uit etc. De grote schuifdeur die zo af en toe hapert. Maar met een beetje creativiteit is het allemaal op te lossen, te versterken en te verstevigen.
Waren we vorig jaar tijdens Pasen in een grote stad in Peru en zagen we de vele Katholieken uitbundig Pasen vieren met meerdere Processies en optochten, dit jaar zijn we op het platte land en gaat het bijna aan ons voorbij. Op Paaszaterdag maken we weer een mooie wandeling in “The water Canyon” vlakbij Colorado City, op de grens met Nevada. Als de Canyon steeds nauwer wordt klimmen we over richeltjes langs de afgrond om het paadje te vervolgen. Een prachtige wandeling waarbij het pad soms moeilijk te zien is.
We hebben een doel: boven, op de top staan “the white Domes”. Het zijn opvallende lichtgekleurde zandsteenformaties ( bijna wit/roomkleurig) die sterk contrasteren met de rode rotsen in de omgeving. We zien ze al van verre staan, lopen een paar keer fout en dan, dichtbij, hoe is het mogelijk dat dit ooit door de natuur gemaakt is: 4 koepels die overgebleven zijn na miljoenen jaren erosie met een evenwijdig lijnenspel waarvan je denkt of het met een computer gemaakt is. Moe maar voldaan komen we aan het einde van de dag na 24.5 km. weer terug bij de auto. Koud bier. Top koelkast. We blijven overnachten op de parking van het trailhead.
Op 2e Paasdag besluiten we weer terug te gaan richting Bryce Canyon, het park waar we een dag of wat geleden werden weggesneeuwd. De weersvooruitzichten nu zijn stukken beter en wat we daar aantreffen is niet te beschrijven. Het park behoort tot één van de meest bijzondere natuurparken in het zuidwesten van de Verenigde Staten, bekend om zijn onvoorstelbaar mooie surrealistische rotsformaties. Veel z.g. “Hoodoos”, smalle hoge, door erosie in de afgelopen miljoenen jaren gevormde rotspilaren. En een kleuren! We zien rood, oranje, wit, bruin met daartussenin hoge lariksbomen en andere pine-trees.
Ook de Ponderosa pines zijn prachtig. Een echte oerboom. Zijn bast is vuurbestendig en zo bestand tegen bosbranden Zo werkt het in de natuur als je wilt overleven. We zijn er een paar dagen en kijken onze ogen uit. Je zou denken dat we er aan gaan wennen. Dat doen we niet! We wandelen kilometers en zijn voortdurend met stomheid geslagen. Hóe kan dit toch door de natuur gevormd zijn. Water en wind hebben hier al miljoenen jaren (10 tot 15 miljoen jaar, zo informeert het museum) vrij spel. En het houdt niet op! Soms ben je geneigd dat te denken. Dat we hier een eindresultaat zien. Niks ervan. Elk jaar “verschuift” het hier zo’n 0,5 tot 2 cm. Dat lijkt weinig maar na 100 jaar is er dan al 0,5 m. tot 2 meter verandering. In 10.000 jaar zou zo’n hele rotsformatie kunnen verdwijnen. Zou hier best over 10 miljoen jaar weer eens terug willen komen. Ik heb een video van You Tube geplukt. Bekijk het maar eens. Regen, vorst, dooi en wind hebben dit gevormd. Water dat in de scheuren loopt, bevriest, uitzet en het gesteente laat scheuren. En dat honderden keren per jaar. En dan nog de wind die de zand- en aardkorrels wegblaast…..Het water dat schuurt en massa meevoert….. Doe je ogen maar even dicht dan zie je het voor je…..
Als we op 11 april Bryce verlaten, rijden we door een verlaten hoogvlakte noordwaarts. Hoewel we nog steeds op zo’n 2500 m. zijn rijden we toch dodoornor mooie valleien. Het is er droog. Het is zo rustig op de weg dat de koeien opkijken als je langskomt. Misschien zijn we ook voor hen een bezienswaardigheid. Een welkome afwisseling net zoals zij dat voor ons zijn. Maar al die koeien moeten ook eten. De weilanden zijn groen en worden beregend door enorme beregeningsinstallaties. Ze gebruiken hier geen kanonnen, zoals vaak bij ons, maar lange sproeibomen. Zo’n boom draait om zijn eigen as. Rondjes dus of half rond. Er staat een filmpje in de galerij. En dat kun je zien. De weilanden hier zijn rond. Veel verlies in de hoeken zouden wij dan zeggen. Maar ach, aan grond hier geen gebrek. En zo’n sproeiboom is wel 250 m. Daarmee maak je toch een cirkel van 500 m. groen gras mee. Het hooi hier, zelfde grote balen zoals wij die kennen, hoeft hier niet te worden gewikkeld in plastic. Het regent hier nauwelijks. Het ligt dan ook niet onder dak.
De erven die bij deze boerderijen horen staan ramvol met oude landbouwmachines, schroot, kapotte afgedankte auto’s en andere zooi. Er lijkt hier geen enkele rem te zitten op wat je allemaal op je erf mag hebben, houden of bouwen. Regelmatig zie je midden in het veld een hooipers staan, een trekker of andere machine die er tientallen jaren geleden mee is opgehouden en daar nooit is weggehaald. Ze werken er gewoon omheen.
Na een paar dagen bereiken we de hoofdstad van de Staat Utah: Salt Lake City. Die naam zegt je misschien nog wat: In 2002 zijn hier de Olympische winterspelen gehouden. Op het langebaan schaatsen waren de Nederlanders toen (ook al) favoriet. Zeggen de namen Gerard van Velde en Jochem Uytdehaage, Renate Groenewoud en Gianni Romme je nog iets? Zij gingen met de gouden en zilveren medailles naar huis.
Op de weg erheen moeten we over enkele flinke passen van ongeveer 3000 m. Talrijke waarschuwingsborden over het verplicht bij je hebben van sneeuwkettingen en afgesloten wegen doen vermoeden dat het menens wordt. Maar gelukkig zijn de wegen schoon maar om ons heen: de besneeuwde berghellingen en toppen schitterden als parels in de zon. Hoewel het nog vroeg in het jaar is, is de lente hier vroeg begonnen en zijn de beperkingen en verplichtingen niet meer aan de orde.
De Staat Utah heeft ongeveer 3.5 miljoen inwoners. Het beslaat ongeveer 220000 km2 en is daarmee 5 x zo groot als Nederland. Meer dan 90% van de bevolking woont in en rond deze stad. Het is er druk en het verkeer raast je links en rechts voorbij: “Keep your Lane” (blijf op je rijstrook) is hier het devies. Als we de stad binnenrijden lijkt er geen einde aan te komen. Van Noord naar Zuid meer dan 100 km. Links stad, rechts stad, achter je en voor je. Maar weinig hoogbouw. Dat alleen in het kleine centrum en daar slaan we af. Er zijn daar een paar mooie bezienswaardigheden waaronder “Het Capitool” en de Hoofdtempel van de Mormonen in de VS en het bijbehorende Temple Square met naast de hoofdtempel, de Tabernacle en de administratieve gebouwen van de geloofsgemeenschap. De Tempel is helaas gesloten. Die wordt al sinds enkele jaren gerenoveerd en gaat in 2027 weer open. De tuinen eromheen zijn prachtig aangelegd en de tulpen lachen ons tegemoet. Er lopen veel “Sisters” rond. Veelal jonge vrouwen die je hun geloof willen verkondigen.
Als we het Capitool bezoeken kijken we onze ogen uit. We worden rondgeleid door een oud-representative: een oudere, vriendelijke en bevlogen dame die een aantal jaren als Democraat daar in de bankjes heeft gezeten.
Het Capitool van Salt Lake City heeft officieel het Utah State Capitol. Het is het regeringsgebouw van de Staat Utah vergelijkbaar met ons Binnenhof, met 2e kamer, maar dan voor één Staat. Het kent veel meer bevoegdheden dan onze Provinciale Staten. De onze gaan over water, verkeer, stikstof etc. Maar hier bijvoorbeeld kent ook de ene staat (helaas) de doodstraf en de andere niet. Het statige gebouw staat boven op een heuvel en is nog jong. Het is gebouwd tussen 1912 en 1916, heeft een klassieke stijl en is geïnspireerd op Griekse tempels met veel marmer en bladgoud. De grote koepel is 76 meter hoog en de granieten zuilen, 52 stuks, zijn gigantisch. We bezoeken de Senaat en vergaderzalen en vergapen ons aan de schoonheid en de telkens terugkerende architectonische thema’s in o.a. rozetten, vloertegels en wandbekleding.
Verder is de stad voor ons niet zo aantrekkelijk. Hij is modern, alles is nieuw ( de VS zijn nog jong) en wat op valt: Het gedrag van de verkeersdeelnemers is voorbeeldig. Je ziet het aan de beter uitziende dames van in de veertig die in hun gym outfits stapvoets rijden in hun onberispelijk witte reuzen-auto’s en ruimhartig stoppen om je beleefd te laten voorgaan als voetganger bij oversteekplaatsen of als medebestuurder op kruisingen. Verkeer voelt in de betere buurten van dit land dan ook als uiterst beschaafd aan. Soms als traag geschuifel. “Ga uw gang", daar waar wij vaak nog net even dat laatste gaatje vol gas meepikken.
In de stad gaan we ook op zoek naar een bedrijf voor een onderhoudsbeurt voor onze standkachel. Het is de kachel die, als het koud is en de motor niet loopt, toch de boel een beetje op temperatuur brengt. Het is een Duitse kachel en de dealers daarvan zijn hier niet dik gezaaid. We vinden er één en onze kachel wordt uitgebouwd. Er zit vanalles in wat er niet in hoort: zand, roet etc. We laten de kachel achter. Er wordt een revisie set besteld: nieuwe lagers, een pakkingen set en een nieuwe gloeibougie. Omdat het een paar dagen gaat duren vertrekken we uit de stad en boffen het direkt. Maar niet heus. We laten de zon achter ons en daar waar we heen gaan pakken de wolken zich samen. Het begint te miezeren en al snel wordt de miezer sneeuw. We kruipen vroeg ons bedje in. Met een stapel dekens krijgen ze ons daarin niet koud. De volgende ochtend is het lekker fris. De kraan sputtert een beetje. Het heeft 5 graden gevroren en we wachten smachtend op de eerste zonnestralen. Al snel komt het goed en gaan we op weg naar Antilope Island. Op weg daarheen vinden we nog een mooie overnachtingsplek in de bergen met uitzicht op de stad beneden ons.
Het is weekend en dan trekken de Amerikanen als echte buitenmensen erop uit. Daar waar we staan zijn veel mountainbike routes en het materiaal van de Amerikanen liegt er niet om. Ze komen met dikke pick-ups en dure fietsen. Zelf ook helemaal op en top uitgerust met helmen, brillen, handschoenen, beenbeschermers, strakke acryl pakjes en communicatie apparatuur. Wel zijn het vanwege het bergachtige terrein allemaal elektrische fietsen en daarom laten wij de onze lekker op de fietsendrager staan. We maken er weer een mooie wandeling. Op de terugweg door de vallei langs de rivier komen we enkele autowrakken tegen. Helemaal gestript. Sommige lijken er al 10-tallen jaren te liggen. Bochtje te ruim genomen en honderden meters naar beneden gekukeld. Denk niet dat daar nog iemand levend uitgekropen is.
Maar goed, Antelope Island. Het is het grootste eiland in het Zoutmeer van Salt Lake City. Het is met een 20 km. lange toegangsweg verbonden met het vaste land. Het park staat vooral bekend om zijn grote aantallen Bizons. Wel 1000. Verder zijn er Pronghornes, een soort antilopen, coyoten, herten en bobcats. Dat zijn katachtigen zo groot als een kleine hond. We zijn (weer) onder de indruk van de “leegte”. Kilometers niks. De zoutvlakte ziet eruit als een woestijn met hier en daar een struik. Andere gebieden zijn meer begroeid en lijken op een steppe. Ook zijn er bergen, zoutwaterstranden maar vooral grote open vlaktes. Als we het park binnenrijden zien we al gelijk een grote kudde bizons aan de waterkant. Het lijken rustige dieren maar ze maken toch elk jaar slachtoffers. Hoewel ze wel tot 900 kg. wegen zijn ze snel en wendbaar. Als we ’s avonds in het park kamperen komt er zo’n enorme joekel al grazend de camping op wandelen. Wat een beest.
“Niet benaderen” zien we overal aangeplakt dus dat doen we dan maar even niet. Niet nodig trouwens want hij is maar een meter of 20 van ons verwijderd. Als we de volgende dag een wandeling over het eiland maken zien we tegen een berghelling weer een enorme kudde van wel 100 dieren. Mooi zeg! Onderweg maken we grappen. Misschien wel omdat we toch een beetje nerveus zijn. Hier en daar liggen er van die dikke rioolbuizen onder het pad door om het regenwater af te voeren. “Hier inkruipen als ze achter ons aan komen” zeg ik tegen Marianne. Deed Gaddafi immers ook toen ze hem zochten. Gelukkig laten ze ons met rust. Van tevoren lezen we op de informatie borden dat als ze opkijken van hetgeen ze mee bezig zijn dat je dan moet opletten. Als ze gaan stampen of de staart gaat omhoog dan moet je wegwezen. We hebben het gelukkig overleefd.
De staarten blijven waar ze horen. Duizend miljoen en-nog-meer vliegjes niet. Dat is wel een dingetje op die plek. Als je maar even op een plek blijft staan krioelen ze om je hoofd. Zo klein dat je ze bijna niet kunt zien. Toen we eerder in Canada waren hebben we daar een masker gekocht. Dat hebben we voor hier weer opgegraven. Op onze zwaaifoto dragen we dat. Maar of ze er doorheen kropen. Ik weet het niet. Dagenlang jeuk. Op je haarlijn op je voorhoofd en in je nek en oren. Die laatsten voelden aan als rubber.
Na een paar dagen zijn we weer terug in de buurt van de stad. We kamperen weer op zo’n mooie vrije plek. We hebben de kachel opgehaald. Dat t’ie het überhaupt nog deed, daarover is de monteur zeer verbaasd. De test verloopt goed. Er kwam een bak zand uit en verder veel ander vuil, roet en teer. Hij brandt weer als een zonnetje.
Waar je wel een beetje moet tegen kunnen hier in de VS is het voortdurende schieten dat je om je heen hoort. Het hebben van een wapen is hier heel gewoon en tsja, je moet er dan ook iets mee doen. Als je zoals wij in de natuur kamperen zie je daar veel plekken waar mensen samen komen en hun geweren en pistolen leegschieten op schietschijven en andere doelen (verkeersborden bijvoorbeeld). Ze noemen dat sport. “Target shooting”. Die schietplekken zijn vaak afgravingen. Je herkent ze aan de vele hulzen, patronen en kogels die er verspreid op de grond liggen. Hoewel het hebben en dragen van een wapen hier is toegestaan, hebben we tot nu toe (gelukkig) nog niemand gezien, op de politie na, die zijn wapen ook zichtbaar draagt. In sommige staten is dat ook niet toegestaan. Hier in Utah wel. Vanaf 21 jaar, zichtbaar dragen toegestaan, geladen mag en geen vergunning nodig!
Omdat het, nu we verder noordwaarts gaan, nog koud kan zijn doen we het rustig aan. De plekken waar we staan zijn prima en bieden volop mogelijkheden de benen te strekken. Een paar dagen geleden worden we plotseling verrast door sneeuw.
Als we naar bed gaan zijn we goed voorbereid. Er gaan extra dekens mee. Het zou 6 graden gaan vriezen. We moeten dan oppassen dat onze boiler en waterleiding niet bevriest en daarom tappen we die af. Vriest het harder dan moet onze kachel ’s nachts ook aanblijven. Als we ’s ochtends naar buiten kijken is alles wit. Binnen is het 1 graad. Nu de kachel gemaakt is duurt dat maar even. Wat een mazzel hebben we door hier een bedrijf te vinden die de servicebeurt heeft kunnen uitvoeren. Als we om een uur of 11 willen vertrekken, hoor ik bij het omdraaien van de contactsleutel een piepje en er verschijnen rode lampen op het dashboard: “Check battery”. Startaccu is zo dood als een pier. “Komt het door de kachel” vraagt Marianne. Ik kan haar geruststellen. De start accu wordt alleen gebruikt voor het starten en bovendien, als de kachel brandt, gebruikt die nauwelijks stroom. Ik besluit naar de weg te lopen om een auto aan te houden. De eerste rijdt voorbij, de 2e ook en dan plots, nog geen minuut later, komt de eerste terug. Hij wil me helpen en sluiten de startkabels aan. Maar geen sjoege. Zijn accu is te zwak om onze motor tot leven te wekken. Hij helpt me bij het zoeken naar een garage met een servicetruck en wij blijven achter. Ik bel met de sleepdienst en het lijkt allemaal in orde te komen. Als ik onze locatie met whatsapp doorgeef lijkt het of de truck al onderweg is. En ja hoor, na een klein half uurtje wachten komt de redder in nood. Zijn accu is sterk genoeg en zijn kabels wellicht beter: we kunnen weer rijden. Op zoek naar een accuzaak om de accu te laten doormeten. Je moet het altijd maar geloven wat ze zeggen maar hij blijkt kapot. Ik heb het me laten uitleggen en op het apparaat meegekeken. Het lijkt te kloppen. Met een nieuwe accu erin vertrekken we weer.
Volgende week op bezoek bij de reusachtige rotsformaties van Grand Teton. Hoge granieten wanden die opstijgen uit het niets. Daar zitten beren. “Berenspray (traangas) en berenbel verplicht bij hiken” lezen we op de website van het park. Ik zoek de spuitbus die we een paar jaren geleden hebben gekocht en controleer de houdbaarheidsdatum. Het kan nog net. Het grote verheugen begint…
En dan is het zondag 26 april. Het is koud buiten. Het waait, regent, het sneeuwt nat of welke viezigheid dan ook. Nul graden. Brrr.. Marianne heeft bericht gekregen van Mirjam (noem het haar stiefzusje), dat zij een vorm van kanker heeft die niet meer te behandelen is en ik hoor van mijn zus Lieneke dat een gepleegde operatieve ingreep nogal flink wat negatieve impact op haar verdere leven gaat hebben. Hóe je het ook wendt of keert. Getver, op zulke momenten is het niet leuk zo ver van huis te zijn en vraag je je af: Wat doe ik hier. Marianne overweegt serieus voor een paar dagen naar Nederland terug te keren. Maar die gekke Amerikaanse immigratiedienst: de kans is groot dat ze dan bij terugkeer het land niet meer inkomt. Balen. En dan wordt wegwee opeens heimwee.
Met deze realiteit voor ogen gaan we verder. Het weer wordt gelukkig beter. Ik hoop voor jullie ook. Dat de zon gaat schijnen. In meerdere opzichten.
Het is tijd voor een borrel. Marianne vraagt me: “Een enkele of een dubbele”. Het antwoord laat zich raden.
Lieve groeten, Marianne en Bert.





















































Tja en soms lastig als je even dichtbij mensen van wie je houd zou willen zijn maar ze voelen vast jullie liefde en warmte,
Liefs uit Ermelo
Frustrerend om niet daar te kunnen zijn waar je wilt, veel sterkte en liefs
Blijf sterk gaan vrienden.
Geweldig stuk Amerikaanse Westcoast.
Blijf genieten en gezond.
En we letten op elkaar.
Lieve groet Jeanette
Thijs.
Een mooi verslag weer van jullie reis! Het wordt hoog tijd voor Pondorosa Pines in Nederland. We hebben de ene bosbrand na de andere hier momenteel..
Mooi gezegd wegwee wordt heimwee...lastig hoor om in deze situatie niet dichtbij te kunnen zijn! Sterkte ermee. Gelukkig bestaat er beeldbellen..
Geniet van jullie reis, jullie leven! Lieve groet van Roel en Marijke
Eind van de maand: YES een mailtje van Bert en Marianne, we genieten van de reisverslagen, de foto’s en de video’s en zijn er dan weer heel eventjes bij.
Goede veilige reis en blijf gezond 🙏 liefs Gé en Irene
En zeker...niet altijd makkelijk om ver van huis te zijn.....
Liefs Angelique
Genieten!!
Gefeliciteerd met je verjaardag Bert!.
Groetjes Anja