Alaska

30 juli 2026 - Seward, Alaska, Verenigde Staten

Eigenlijk was het mijn plan om de blog van deze maand te wijden aan Alaska. We hadden eind juni het eindpunt van de Dempster bereikt en zouden deze beroemde Highway, de enige weg naar de Arctische Oceaan, weer terug rijden naar de harde weg, om vervolgens westwaarts te gaan. Via Dawson City over de Top of the World Highway naar de grens, toepasselijk Poker Creek genoemd, van Canada met de VS. Alaska.

Bert met beer

Het loopt een beetje anders.

Het uiterste Noorden was bijzonder. Het weer bijzonder slecht toen wij arriveerden aan de Noorderlijke ijszee. Hoewel dat wel past op deze plek op de aardbol, 2200 km verwijderd van de Noordpool. De stad Tuktoyaktuk met amper 900 inwoners, de grootste boven de boomgrens lijkt in niets op een stad… het is meer en nederzetting. Een verzameling verspreide huizen aan zand (lees: modder) wegen. Het is hier zo plat als een pannenkoek, desolaat en de mensen leiden een ruig leven, dat voel je aan alles. Veelal afhankelijk van vis en vlees ’uit de buurt‘ en er is wat olie en gas bedrijvigheid. Plus een handvol toeristen die de 880 km van de hoofdweg heen en weer rijden. 

On our way, the Dempster Highway

Het gebied is uniek vanwege de ligging aan de rand van de Arctische oceaan (de Beaufortzee) en haar pingo’s. Dit zijn heuvels van ijs. In het hele noordwesten zijn er ongeveer 1350. De grootste van Canada (er is hier en in de VS altijd wel een vermelding van de grootste, dikste, oudste van de wereld, van de Staat of van de streek....) en 2e grootste van de wereld. Er zijn ook pingo’s in Alaska en Siberië.

Welkom in Tuk Pingoland

Het zijn bijzondere bulten, eigenlijk detoneren ze een beetje in het landschap. Dat en vanwege een Nederlands tintje wil ik ze toch niet onvermeld laten. Zelfs met slecht zicht door de miezer/ mist doemen ze op en zijn ze niet te missen. Ibyuk heet de grootste bult van 50 meter hoogte en 300 meter dik. De heuvel is minstens 1000 jaar oud en groeit zo’n 2 cm per jaar. Pingo betekent ’heuvel die groeit‘ in het Inuktitut (taal van de Inuit). De pingo’s worden alleen onder speciale condities gevormd uitsluitend in gebieden met permafrost. Het gaat als volgt: water komt onder de bevroren bovenlaag bij elkaar in een soort kom. Als de ondergrondse poel bevriest, zet het uit en dwingt de aarden bovenlaag omhoog en vormt zodoende een heuvel. Als dit proces zich continue repeteert groeit de met grond en gras bedekte ijsheuvel. Nog nooit van gehoord, wat een prachtige dynamiek. De natuur blijkt telkens weer wat nieuws en verrassends in petto te hebben! Traditioneel vormen de heuvels belangrijke oriëntatiepunten en dienen als uitkijkpunt tijdens de jacht op kariboes of om walvissen aan de kust te spotten. Op zoek naar een foto op internet (niet gelukt om een goeie te kopiëren) kwam ik het Nederlandse tintje tegen: dicht bij huis hebben wij; Pingoruïnes! In Noord Nederland te zien als ronde meertjes of “dobben“.... Wanneer het klimaat opwarmt, smelt het ijs in de pingo. De heuvel stort in en laat een cirkelvormige kuil achter die vaak volloopt met water. Dit noemt men een Pingoruïne. In Groningen, Friesland en Drenthe zijn er veel van achtergebleven na de laatste ijstijd zo’n 10.000 tot 115.000 jaar geleden. De wereld is klein. Volgende keer in Nederland gaan we onze pingoruïnes maar 's opzoeken!

The North West Territories, de Canadese staat waar we nu zijn, is oorspronkelijk het land van de Inuit. Er is in de hele staat maar 1 stad, tegelijk de hoofdstad Yellowknife. De rest van de bevolking woont in kleine dorpen en gemeenschappen. Terwijl de North West Territories een van de grotere staten is met heel veel water en met een  landoppervlak dat alleen al 28 keer groter is dan dat van ons land. Uitgestorven, desolaat. Woorden schieten te kort om die grote ruigte en dat grote niks te omschrijven. Onderdompelen en voelen lukt beter.

Weg van het uiterste noorden, weg uit Tuk, we doen zo’n 4 uur over de 138 km lange gravelweg terug naar Inuvik. Dan kun je je een voorstelling maken van onze snelheid. Om de boel heel te houden rijden we veelal niet harder dan 30 km/u. Nog niet eens hoeven stoppen voor overstekende elanden, helaas. Terug in Inuvik blijkt al snel dat ons verblijf hier onder de midzomer-nacht-zon nog niet ten einde is. De pont ligt eruit. De Dempster Highway is de enige route andere opties zijn er niet. De weg steekt 2 rivieren over, dat gaat via het veer. Gratis erop rijden en er weer van af, afstandje als van de Maas. In de winter als de sterk stromende rivier is dichtgevroren (18 cm) gaan ze over het ijs. Niet te vroeg proberen want als je met je auto door het ijs zakt zijn alle kosten plus een boete omdat je het ijs vernield hebt voor jezelf. Het veer dat de boosdoener is gaat over de Peel rivier en ligt aan een kabel, zoals de pont in Kessel. Het heeft veel geregend de afgelopen dagen, het water is gestegen en de boot is als het ware aan zijn kabel kopje onder gegaan. Daarna horen we dat de kabel ook nog is gebroken en de pont enkele honderden meters stroomafwaarts is gedreven....Tja dan kun ja alleen maar wachten. Niks sterker dan de natuur en de mensen hier leven er hand in hand mee. Niks mopperen of hoe kan dat nou of wat moet ik nou… Nee, gewoon wachten tot het water is gezakt en de spullen gemaakt zijn en je weer door kan. Dus wij blijven in Inuvik. Wachten hebben we eerder gedaan maar nu is het anders. Er is geen mankement bij ons, wij hoeven ons geen zorgen te maken of achter onderdelen aan te gaan, zoals tijdens het wachten bij een Mercedesgarage. En we zijn niet alleen, er is natuurlijk nog een handvol toeristen gestrand, her en der verspreid over het dorp. De een heeft wat meer haast dan de ander. Vliegen is de enige escape. Voor een groep Chinezen, die hier waren met huurcampers de enige mogelijkheid om te vertrekken want die mogen echt niet te laat thuis komen van hun Grote Leider. Ondertussen doen wij gewoon wat iedereen hier doet. Lekker relaxt, we voelen ons al een beetje thuis. Je voorstellen dat je hier in de winter bent als het koud (- 40) en donker (3 maanden) brrr is, is moeilijk als de zon 24 uur per dag schijnt. De jongen van de toeristen informatie houdt meer van de winter “lekker donker, gordijnen dicht en op de bank“. Hij is een beetje dik en bleek. Nog niet verder dan 25 km van huis geweest, maar wel in de toeristenbranche. Dat dan weer wel. Hij adviseert ons een bezoek aan het Greenhouse en de iglo kerk, verder is er niet veel bezienswaardigheid in town. We banjeren wat door het dorp, maken hier en daar een praatje, de weerapp erbij, de ferry website wordt geraadpleegd en eigenlijk is het best gezellig. We trekken op met een Duits koppel Heike en Harald, onderweg in hun Mercedes „Anton Azul“. Erg gezellig met elkaar, Danke schon en bis spater!

De iglo kerk in InuvikThe GreenhouseGreenhouse van binnen

De Greenhouse was voorheen de ijshockeyhal nu is het een grote kas waar mensen een stukje grond (van de grond af) kunnen huren om groenten te verbouwen. Een soort volkstuintjes, een project gedragen door de gemeenschap waar ook educatie en workshops worden gegeven en waar innovatieve projecten een kans krijgen. Vrijwilligers geven een rondleiding in de verzorgde kas en de groente en fruit (aardbeien!) zien er geweldig uit. Het seizoen is kort maar met 24 uur zonlicht groeit alles in de kas als een tierelier. In 3 weken tijd van een zaadje tot een boontje.

In deze ’wacht‘ periode gaat het „Great Northern Arts Festival“ van start in Inuvik. Da’s boffen, al rijst de vraag hoe de artiesten hier moeten komen als het veer eruit ligt..... vliegen? Later blijkt dat de meesten niet van zover hoeven te komen. Het grote noorden is hier en het Festival is iets kleiner en eenvoudiger als wat de naam doet vermoeden. Het jaarlijks terugkerend evenement is bedoeld als feestje en handel voor de kunstenaars en artiesten vanuit de dorpen hier in the North. Zowel indiginous als non indiginous laten hun kunst zien, ontmoeten elkaar, leren van elkaar en maken een reünie van hun weerzien. 10 dagen duurt dit zomerse evenement. We maken de openingsceremonie mee. Luisteren naar een paar toespraken (met doventolk en af en toe een vertaling in de inheemse taal) en genieten van de trommeldansen. Inuvialuit (de Inuit, vroeger Eskimo’s genoemd afkomstig uit het westelijk Canadese noordpoolgebied) gebruiken zang en dans ondersteunt door het ritme van de drums, om verhalen te vertellen en tradities door te geven.

Trommeldans 2 

We zien o.a. de dans van de wolf, de jager, en de eland. Uit het leven gegrepen. Geen strakke choreografie of synchroon dansen maar bewegingen op de plaats met stampvoeten en zwaaiende armen en lichamen. Mensen zijn verschillend gekleed, in traditionele kleding of niet, zijn van alle leeftijden en hoewel de meeste vrouwen dansen en de mannen trommelen is er ook een dans-gevecht van 2 mannen. De handen verlengd met dieren vellen. Na het dansen volgt de openingsceremonie. Er wordt een mammoetbot dat op het podium stond met veel eerbied door 2 mensen naar de expositieruimte gedragen, het publiek staat op en volgt samen met de dansers / trommelaars het mammoetbot (dat van dichtbij heel subtiel is bewerkt met oa een uitgesneden beer, een vogel. Fragiel en grof ineen. Mooi). Het enorme bot wordt op een verhoging midden in de hal geplaatst. Kijk dit levert zo’n gevalletje ’wachten‘ dan toch maar mooi op! Zo’n uniek spektakel en een inkijkje in de gewoontes van hier.

Met Heike en Harald is het verder erg gezellig. Ze zijn een half jaar onderweg en rijden vanuit Halifax naar Alaska. Volgend jaar willen ze zuidwaarts. We zetten hier de auto’s bij elkaar, drinken 's avonds een biertje en koken samen. Tot de laatste avond dan gaan we uit eten met z’n vieren want het vertrek moet natuurlijk gevierd. Precies na 1 week Inuvik. Het nieuws gaat als een lopend vuurtje. Het water is voldoende gezakt, de kabel was al gerepareerd, de boot zelf bleek ongedeerd dus back to normal. Alaska here we come, als we de grens over mogen natuurlijk. Die visum overschrijding (vanwege de autoreparatie in juni) zit misschien in de weg? We hopen er het beste van.

Uit eten met Heike und Harald2 x mercedesEinde Dempster highway 

De volgende dag vertrekken we en onderweg afgesproken met Harald en Heike om te overnachten op de Poolcirkel. Daarna zijn we ieder ons weegs gegaan in het voltooien van de Dempster Highway. De weg was door de vele regenval aanmerkelijk slechter dan op de heenweg. Nu was de slogan “I survived the Dempster highway“ op zijn plaats! We zeiden al tegen elkaar als ie op de heenweg ook ze slecht was hadden we de route nooit gedaan. Geluk gehad want ook al was het landschap niet adembenemend (zei ik verwend?) het is wel heel erg apart hier in de North West Territories. Om de dronken bomen te zien, de poolcirkel te passeren, te leven met 24 uur het daglicht, om te horen dat de dorpsgemeenschap elkaar in het snotje houdt als het straks donker blijft, de betrokkenheid en verdraagzaamheid tussen de verschillende mensen van allerlei pluimage (van Europese -, Aziatische -, noord Amerikaanse roots en Inuit) en het leven in robuuste natuur. Eigenlijk is er zoveel om over te schrijven, zoveel dat opvalt, bijzonder is. Vooral dat leven dat zich moet voegen naar de weersomstandigheden/ het klimaat, de natuur. We zullen het nog een tijdje met de immer schijnende zon moeten doen maar het licht boven de poolcirkel geeft een wel heel onbeschrijflijk schijnsel, het lijkt wel doorzichtig. De bossen zijn dronken omdat de bomen in de permafrost weinig wortelen en alle kanten op groeien en geregeld gewoon omkukelen. Permafrost is de rode draad hier en er wordt erg zorgvuldig met de kwetsbare natuur omgesprongen. De bevroren onderlaag is geen rechte plak maar een laag met bergen en dalen. De huizen staan van de grond om de grond niet te verwarmen. Bij dooi van de permafrost verzakt het huis. Ook de (stads-) verwarmingsbuizen lopen een eindje boven de grond. Asfalt, als het er is, is niet pikzwart zodat het geen warmte aantrekt en zo zijn er nog veel vanzelfsprekende afspraken in deze gemeenschappen om hun habitat te behouden. Dat levert zo’n weekje ook weer op; een bult extra informatie en een hoop mooie ervaringen. Alaska kan best even wachten.

Verzameling van Heike

We rijden naar Dawson City, DE stad van de goudkoorts uit 1898. Deze waanzin, bekend als de Klondike Gold Rush was ongekend. Aan deze populaire cultuur zijn boeken (Jules Verne, Jack London), strips (Lucky Luke en Dagobert Duck zijn tijdens hun avonturen in de Klondike geweest) en films zoals The goldrush van Charlie Chaplin uit 1925, verschenen. Er stroomde een ongekende hoeveelheid van wel 100 duizend mensen naar deze streek. Het was een economisch slechte tijd met veel armoede en radeloze mensen die als een speer achter het goudnieuws aanrenden. Hopend op een beter leven. Dawson City groeide in korte tijd uit tot een stad met zeker 38.000 inwoners met een bruisend centrum met saloons, theaters en andere voorzieningen. Ze was even de grootste stad in het noord westen. Veel houten huizen en gebouwen zijn in historische stijl bewaard gebleven. Slechts 4000 miners vonden ook werkelijk goud in een van de vele kreken in de Klondike vallei.

Als eersten goud gevonden

Het begon allemaal toen in de zomer van 1896 George Carmak bij toeval, een goudklomp zo groot als zijn duim vond. Het goud lag 2 jaar lang min of meer voor het grijpen. Deze goudvoorraad was snel uitgeput en toen in 1899 in Alaska (Nome) goud werd gevonden trokken de goudzoekers daarheen. Dawson City veranderde in een spookstad.

De Bonanza rivier loopt door de Klondike vallei en was het episch centrum. Het riviertje werd opgedeeld in zgn claims. Je pachtte een stuk rivier(bodem) en oever waar je het alleenrecht had om goud te winnen. Placer mining genoemd. Je schept en hakt stenen en zand van de rivierbodem, zeeft de stenen eruit en wast de rest. Er zijn geen chemicaliën nodig of dynamiet bij deze vorm van mining. We bezochten een Dredge, een soort baggermolen, gebouwd in 1912. Toen het ’makkelijke’ goud verleden tijd was kwamen de grote bedrijven in actie die de claims overnamen en met deze grote machines de riviertjes leeg schepten. De keien, modder en alles werd weggeschraapt en in bakjes naar een enorme centrifuge getakeld. Daarin vindt m.b.v. water en rotatie weer het scheidingsproces plaats. De ballast werd aan de andere kant van de baggermolen gelost. Typerend in dit landschap zijn overal de bergen van grind/ stenen; “afval“ na het centrifugeren. Wat daarna rest is zwart zand en goud dat wordt gespoeld en gezeefd tot alleen het goud overblijft. Schilfers, niet groter. De grote mining bedrijven zijn gestopt in 1959 toen de business niet meer rendabel was.

DredgeSchema dredgeCentrifuge in de dredge 

Tegenwoordig wordt er weer naar goud gezocht. Wij rijden door het heuvelachtige gebied. Met kreken en bossen en zien hier en daar een caravan, houten hutten of een bordje verboden toegang bij een zijpad. Wij kamperen op een uitzichtspunt waar een verbreding van het zandpad is, boven de Bonanzakreek. Aan de andere kant van de weg staat een auto, een tent en een piepkleine caravan. Er is een overdekt terras gemaakt, er staan laarzen en andere spullen en het geheel is omheind met schrikdraad… Tegen de beren blijkt later. Gevoed door zonne-energie. Daar woont John. Een veteraan en de laatste 7 jaar goudzoeker. Hij heeft een claim van .....acre (een stuk rivier en oever/ een gedeelte van deze berg) . John houdt geheim of en hoeveel goud hij er vindt. Wel vertrouwt hij ons toe dat hij het niet voor het geld hoeft te doen en van de lichaamsinspanning houdt..... Nu is het misschien wel leuk, maar straks als het winter wordt ?? John heeft het goed voor elkaar en redt zich prima en vindt die persoonlijke belangstelling maar niets. Dat geldt ook voor de overige mijners hier; geen pottenkijkers aub.

Optrekje van John de goudzoeker 

Eind 19e eeuw zijn de goudzoekers, die vaak onvoorbereid naar dit hoge noorden afreisden met slechts dollartekens in het hoofd, slachtoffer geworden van de strenge kou en andere ontberingen. Door gebrek aan warme, geschikte kleding en schoenen ontstond in Dawson City een levendige handel in (peperdure) spullen die de mijnwerkers nodig hadden. Niet in de eerste plaats het goud maar vooral de bijkomende handel maakte Dawson City een florerende stad. De stad van nu met een kleine 2000 inwoners, lift mee op deze geschiedenis en leeft vooral van het toerisme en nog steeds een beetje van het goud. Het ziet er hier nog hetzelfde uit als toen. Met zandpaden en boardwalks om de (permafrost) bevroren ondergrond te beschermen. Met enkele bewaarde koloniale houten huizen maar vooral veel nepgevels. Voor de sfeer van weleer. Uiteindelijk een soort kruising tussen een openlucht museum en Phantasialand volgens onze Duitse vrienden! Goede samenvatting. We staan 2 dagen midden in de stad op een camping. Wasje doen, lekker douchen, slenteren, museum bezoeken, praatje maken. Komen we 2 Nederlanders uit Weert tegen. Drie weken op vakantie in deze uithoek. Zij komen ook uit de zorg, vertrouwde tongval en dan zo’n spontane ontmoeting, en het voelde meteen vertrouwd. We kletsten lekker een eind weg met Janet en Walter. Gaat zeker een vervolg krijgen. Alsnog bedankt!

Dawson CityVerzakt door gesmolten permafrost

We verlaten Dawson City. Er zijn erg weinig wegen hier, weinig dorpen, weinig mensen. Je komt over de 2 de stad binnen en rijdt er aan de andere kant weer uit. Na 100 meter moet men met het veer oversteken om de weg te vervolgen. De Yukon rivier (3185 km.) is een van de langste rivieren met in totaal maar 4 verkeersbruggen. De eveneens weinige wegen lopen via het veer dat net als een brug gratis is. Daarna krijgt de gravelweg een naam: de Top of the World Highway. Beetje grote broek zo’n titel voor een weg op 1000 meter hoogte. Wel mooi hoor over de bergruggen met prachtig uitzicht op de beboste groene hellingen. Dan komt net over de top van deze highway de grens met Alaska in zicht. Een groenig houten gebouwtje in deze uitgestrekte wildernis.

Grenspost

In de middle of nowhere zitten de douaniers van beide landen ieder aan hun kant van het kantoor. Binnen is het een grote ruimte en herken je de nationaliteit aan het uniform. Alleen formaliteiten voor het land dat je in wil. Wij willen Alaska in, de VS in. Het lukt ondanks eerdere “dreigementen“ bij die andere grens, toen we op 1 juni (3 dagen te laat) de VS verlieten, konden we geen toelichting geven op onze vertraging. Een gesprek werd geweigerd want; “alles staat in de computer“. Wat daarin staat zullen we nooit weten maar wat we wel weten is dat deze douaniers uit heel ander hout zijn gesneden. Aardige mensen die Alaskanen! Alle vingerafdrukken achtergelaten en een fotootje leverde een stempel op, een glimlach en door. Lang verwacht toch gekomen: we zijn in Alaska. Al sinds 23 november 2024, ons bezoek aan Antarctica rijden we kris kras richting het noorden. Iedere keer weer als mensen vroegen “waar gaan jullie naartoe“? Antwoordden wij steevast “naar Alaska“. Het begeerde punt aan onze horizon bereikt, naar uitgekeken en heel benieuwd wat we in deze staat gaan beleven. In ieder geval het bezoek aan Chris en Kristy in Girdwood, nabij Anchorage.

Alaska! Na 130.000 km.

Alaska is de grootste staat van de VS , zo groot als de Benelux, Spanje, Frankrijk en Duitsland samen, met 2 (twee!)inwoners per km2. De staat grenst in het oosten aan Canada en is verder omringd door de Grote Oceaan, de Beringzee en de Noorderlijke IJszee en wordt omschreven als totaal afwijkend van de overige 49 staten van Amerika. Met de grootste bergen, de grootste oppervlakte aan nationale parken, de hoogste concentratie van gletsjers en de langste kustlijn. Dat klinkt dan wel weer erg Amerikaans: groot, groter, grootst. Het was mijnheer William Henry Seward, een ambtenaar in dienst van de VS, die in 1867 onderhandelde met Rusland om Alaska over te nemen. Hij sloot een deal voor $7,2 miljoen (of 2 cent per acre = 4000 m2) in de tijd dat Abraham Lincoln president was. De overname werd hevig bekritiseerd en werd bekend als Sewards icebox. In heel Alaska dragen ontelbare straten, een gletsjer, een rivier, een berg, een weg en zelfs een stad zijn naam. De stad Seward ligt op de Kenai peninsula en gaan we zeker bezoeken hoewel het ook een populaire aanlegplaats is voor cruiseboten. Omdat de haven niet dichtvriest. De hoofdstad van Alaska is Juneau, in het uiterste zuid oosten tussen Canada en een wir war van zeestraten. Een gekke plek alleen bereikbaar door de lucht of met de boot. Deze stad is vernoemd naar Joe Juneau die er ten tijde van de goudkoorts in 1880 goud vond en de plek op de kaart zette. In die tijd werd de stad booming en al snel veruit de grootste van Alaska. Het veel centraler gelegen en beter toegankelijke Anchorage is tegenwoordig de grootste stad maar men wordt het niet eens om van hoofdstad te veranderen.

De vlag van Alaska is evenals de Amerikaanse overal te zien. Een blauw veld met 7 sterren, geplaatst naar het evenbeeld van de helderste sterren van de Grote Beer, (een verwijzing naar kracht en naar de vele beren hier) terwijl de grootste ster, de Poolster, het land zelf symboliseert. Het blauw staat voor de lucht en het vergeet-me-nietje (ook hier een veel voorkomend bloempje). Ik hou van de symboliek van vlaggen. Deze spreekt tot de verbeelding, anders dan rood (moed), wit (vrede) en blauw (trouw en loyaliteit aan de zee....) ook mooi natuurlijk, mits niet misbruikt maar anders. Er wordt hier in Alaska veel gevlagd, v.n.l. de Amerikaanse. Je vergeet niet dat je in de VS bent. Zo’n vlaggenvertoon zouden wij in Nederland maar overdreven vinden.

Woning in Anchorage

Uiteindelijk, met enige vertraging rijden we in deze uitgestrekte wildernis, hier Alaska binnen bij de grenspost Poker Creek en deze gok is goed uitgepakt! Het doemscenario dat we de VS niet in zouden mogen is uit de lucht. We vervolgen de weg, de enige weg en die leidt naar het gehucht Chicken. What’s in a name… Het plaatsje heet zo vanwege de alpiene sneeuwhoen, de ptarmigan die hier vroeger in grote getale leefde. Mijnwerkers, die de hoender graag aten, wilden hun woonplaats in 1902 naar deze vogel vernoemen maar kozen uiteindelijk voor Chicken omdat ze hun tong braken over het woord ptarmigan en het niet eens werden over de juiste spelling. Niemand wilde voor gek staan zodat ze een ludieke uitweg vonden en kozen voor het makkelijke Chicken en zo is het gebleven. Het gehucht is nog minder dan dat. Aan de ene kant van de onverharde weg zijn 3 panden in ‘goudmijners stijl‘: een souvenirwinkeltje, een saloon en een restaurant dat na 15 uur dicht is. Aan de andere kant van de weg een RV camping voor de grote Amerikaanse rijdende landhuizen met auto als aanhangsel. Daar wordt voorzien in elektriciteit, water en afvoer. Naast het restaurant is een open ruimte waar je gratis mag parkeren/ overnachten, we staan er uiteindelijk met 8 auto’s. Uit alle windstreken: Duits, Braziliaans, Amerikaans, Canadees, Frans en wij. Natuurlijk schuiven we aan in de Saloon onder een plafond van 25 jaar verzamelde petjes. We eten er een ijsje. Aan de bar. Maken een (hele kleine) wandeling want er is niks, behalve overal verwijzingen naar de Kip. Er is ook een benzinepomp die me een beetje doet denken aan Solitaire in Namibië. Ook niks anders dan een benzinepomp annex winkel in uitgestrekt leeg land. Hier met een heerlijk Alaskaans amber biertje van de tap. Grappige plek zo’n pleisterplaats waar men elkaar hoe dan ook vindt.

Reclame ChickenDe benzine pomp in ChickenIn de saloon

Na een goede nachtrust rijden we door naar Tok. Dit verzin ik niet. Een iets grotere plaats met supermarkt waar we inkopen kunnen doen. Gisteren was het een maaltijd uit de noodvoorraad omdat we geen vers spul de grens over wilden smokkelen. Achteraf niet nodig want de auto werd totaal genegeerd. Wat een verschil met de grenspost in Texas, afgelopen maart toen ie binnenste buiten werd gekeerd. De weg vanuit Tok loopt naar Delta Junction, jawel een echte kruising en het eindpunt van de 2232 km lange Alaska Highway (van British Colombia naar Alaska en voor velen op de bucketlist (met bv fiets of motorfiets). Je kunt op de Junction, de kruising kiezen voor de weg naar Fairbanks of de binnendoor gravelweg naar Denali National Park. Wij laten de noordelijkste stad Fairbanks liggen en gaan onverhard verder. Mooie weg met prachtige vergezichten op de bergketen die dwars door de staat loopt; de Alaska Range met de hoogste berg de Denali 6190 m. De naam betekent “the tall one“ in plaatselijke Inuit taal en is de hoogste in Noord Amerika en DE trots van de Alaskanen. De onofficiele naam is Mount McKinley vernoemd naar de president 1897-1901. Pas in 1975 werd Denali als officiele naam erkend die gebruikelijk was onder de traditionele Alaskan Native People. Wiens land dit was. Trump bracht in zijn 2e termijn echter een decreet uit om de naam weer terug te brengen tot Mount McKinley. Het Governement in Alaska weigerde.

 De weg loopt over toendra en door taiga (boreaal bos waarin de black spruce domineert), langs meren en rivieren. Geen mens, op enkele medeweggebruikers na. Wel 2 keer een eland met jong gezien! Een beetje een prehistorisch uitziend dier met die enorme kop en brede snuit. Dankzij die grote neus ruiken elanden erg goed wat handig is omdat hun ogen niet erg scherp zijn. Ook handig is het dat ze hun neusgaten kunnen afsluiten als ze onder water planten eten. Ze leven bij voorkeur in drassige gebieden. De eland die wij zagen, stond ook in/onder het water te grazen. Blijkbaar smaakte het goed want ze bleef mooi haar ding doen en liep niet weg zodat wij een prachtige kijk hadden. De grote hoeven zijn gespleten en spreiden uit zodat het zware dier niet wegzakt in moerassen of sneeuw.

Eland

We bezoeken Denali Nationaal Park, 24000 km2 en hebben mazzel met het weer. De lucht breekt open, we zien de zon en het is kortom heerlijk wandelweer. Bij aankomst in Denali is het even schrikken: waar komen al die mensen vandaan? We zagen de laatste 10 km op weg hier naar toe al veel hotels en huisjes te huur en dat blijkt nodig. Vooral de vele cruiseboten die de Alaskaanse kusten aandoen, zetten mensen in de bus naar deze publiekstrekker. Zo zie je dagen nauwelijks een mens en hier val je er ineens over. We maken een prachtige wandeling, een lange die 500 meter stijgt en als zwaar wordt omschreven wat erg meevalt. Maar dat schrikt mensen af en het is niet druk op deze trail. We strekken weer ’s de benen, dat werd tijd en genieten van de inspanning en het uitzicht vanaf het viewpoint op Mount Healy. Zelfde weg terug.

Lunch DenaliWandeling Denali NP 1

Ook hier is het berengebied en aan het begin stond de waarschuwing dat op deze berg vaker beren worden aangetroffen. Beren spray onder handbereik, dat zijn we ondertussen gewend. Het park is in 1916 opgericht in de eerste plaats om het wild te beschermen want professionele jagers werden steeds actiever om hun geschoten wild te verkopen aan de goud delvers en arbeiders aan de treinrails. 10 jaar lang is er campagne gevoerd door een zekere Charles Sheldon en andere activisten om dit “once-upon-a-time-land“ , deze toegankelijke wildernis in Alaska te beschermen. Mensen die strijden voor de noodzaak om natuur te beschermen, het is van alle tijden en alle plekken. Men wilde in dit geval, het Amerika zoals het altijd is geweest en hoort te zijn, behouden. Dat is hier gelukt met dit grote Nationale Park. Hoewel.... laatst lazen we in de krant dat Trump Nationale parken wil inkrimpen.... ’niet nodig en terug geven aan de mensen‘. Blabla. Het zal wel om de olie gaan.

Het is nu juli en alleen de hoogste toppen en de gletsjers zijn nog wit. Wat moet het hier betoverend (en koud!) zijn als er sneeuw ligt. “Ik zou best willen wachten“ zeg ik tegen Bert. Dan kan ik wellicht ook het Noorderlicht zien want daar is het nu niet donker genoeg voor. Langzaam neemt de lengte van het daglicht wel af, dat is duidelijk te merken. Het gaat schemeren en rond 2 uur ’s nachts is het bijna echt donker. Dus misschien gaan we er nog een glimpje van meemaken, zegt rupsje-nooit-genoeg. Toegegeven, het natuurschoon is zo overweldigend, er komt geen eind aan, blijft duren, achter iedere bocht weer wat moois zodat ik er gretig van wordt.

Uitzicht

Het weer slaat om, koud, wind en regen. Niks mooie bergen, witte toppen, groene hellingen. Grijs is wat de klok slaat, het moois is verborgen en dan komt er een geluid van onder de auto bij. Zingen, schel gefluit onze oren doen er pijn van. Het is de pakking van de aandrijfas, dat zat er al even aan te komen. Nu tijd voor actie want dit geluid is niet fijn en er moet natuurlijk ook geen schade door ontstaan. Volle kracht vooruit naar Anchorage. Uurtje later is het geluid gelukkig weer verdwenen.

Poster Anchorage

Onderweg nog even een noodstop als we op een parking de bus van Heike en Harald voor een winkel zien staan. Keren en pal voor hun neus gestopt. Even bijgekletst en weer door. We bereiken de stad, een echte en veruit de grootste van Alaska met een kleine 300.000 inwoners, hoogbouw, glanzende spiegelkantoren en zelfs een gezellig centrum. In de buitenwijken zijn de shoppingmalls en Walmart. Echt een Amerikaanse stad met brede rechte wegen en overmaatse parkeerplaatsen. Ook vinden we hier een Mercedesgarage waar we de pakkingen bestellen en een garage die ze gaat plaatsen. Onze band met Mercedes Dealers is niet meer zo innig we gaan liever naar een gewone garage met mensen met vieze handen en een overall aan i.p.v. de witte boorden en de glanzende entree bij Mercedes. Het onderdeel zal een weekje nodig hebben om hier te arriveren en de afspraak voor het sleutelwerk kan op 4 augustus. Goed. Soms mopper ik wel 's een beetje “weer naar een garage“, maar dan word ik herinnerd dat de auto al 3 ton heeft gelopen, hij het soms zwaar te verduren heeft door de wegen die hij opgestuurd wordt en het gaat maar door, afhankelijk als we zijn van onze vriend. Dus eren moet ik die auto en trots dat ie ons van noord naar zuid naar noord brengt.

Trots zoals de Alaskanen zijn op hun hoogste berg de Denali, in het westen van het gelijknamige Nationale Park. De berg zelf was, toen we erlangs reden op ruim 100 km afstand verscholen in de mist. Nu in Anchorage is ie verder weg maar onder een wolkenloze hemel goed te zien. Wandelend over het coastal trail wijzen mensen ons „Kijk dat is de Denali“. Na een paar dagen in en rondom de stad te hebben rondgelopen, en watervliegtuigjes spotten die opstegen vanaf Lake Hood, gingen we op weg naar Girdwood, 50 km verder via een prachtige weg langs de Turnagain baai met fjorden en zicht op gletsjers. Zoals de meeste plaatsen is ook Girdwood begonnen als ’goldminers town‘ maar leeft nu van het toerisme. Gelegen tegen het meest noordelijke regenwoud van de wereld en omgeven door bergen en talloze gletsjers. Zomer en winter plezier. De aardbeving van 1964 (9.2) heeft niet alleen Anchorage getroffen, hier verdween bijna het hele dorp 3 meter lager in de Turnagain baai door de tsunami als gevolg van de beving. Het nieuwe Girdwood is 5 km verderop herbouwd.

Herdenking aardbevingCoastal trail

We staan voor de deur bij Chris en Kristy. De deur is open maar we kloppen aan. Dat was een leuk weerzien. Elkaar 4 jaar geleden in Mexico ontmoet en nu staan we voor hun huis in Alaska! We herkennen elkaar na een seconde en praten verder waar we ooit gebleven waren. ’s Avonds heerlijke dikke rode zalm van de bbq gegeten, mmmmm. Zalm is hier beroemd vanwege de uitstekende paaigronden en schone snelstromende rivieren waar tegenop gezwommen moet worden na hun tijd in de oceaan om volwassen te worden. De vis keert terug naar de plek waar hij geboren is.... onvoorstelbaar. Er wordt veel op zalm, er zijn veel soorten, gevist. Zowel als ‘hobby‘ , heel veel Alaskanen zijn sportvisser, als om te eten. Het huis staat tussen de dennen op glooiende grond en je hebt niet het idee dat het in het dorp is. Kristy heeft ook een kleine kas maar door het gebrek aan zon hebben de gewassen het zwaar.

Stukje achtertuin Kristy en ChrisSamen eten

Rond 21 uur rijden we naar de hangaar buiten het dorp waar Chris zijn vliegtuig, een Piper heeft geparkeerd. We zetten onze bus ernaast en overnachten hier. We staan naast de vliegstrip. Het is een hele rij van hangaars en van buiten geparkeerde kleine vliegtuigjes (2 zitters of soms 4). We staan naast een helikopter plaats, die organiseert toeristenvluchten naar een van de gletsjers en we zien het allemaal voor onze neus gebeuren. Het is een prachtige vallei hier met 7 gletsjers, die (ook hier helaas) elk jaar kleiner worden en zelfs de winters worden milder met minder sneeuwval. Zelfs in Alaska staan sneeuwkanonnen, dat was wel het laatste wat we verwachten... In dit gebied zijn blijkbaar de perfecte hellingen, niet alleen voor toeristen maar waar ook de Olympiërs trainen. Chris is trots op zijn Alaska, vindt het een niet te overtreffen staat. Een echte Amerikaan. Maar ik deel zijn enthousiasme, het is heel bijzonder om hier te zijn, in zo’n uithoek van de wereld. De natuur is hier werkelijk wonderschoon. Mensen relaxt en zoniet dan hoor je “Hey you’re in Alaska“! Helaas moet Kristy weg, we wandelen met ons 3 de volgende dag met de stoere zwarte labrador zo’n 2 uur steil de berg op naar de skilift en de pistes. Terug kunnen we met de tram/ kabelbaan. We boffen met het weer, dat hier snel kan omslaan, een zonnetje, wat wolken met een briesje. Het is prachtig.

WandelingTram naar beneden

De verrassing komt ’s middags. Dan gaan we met Chris vliegen. Zijn grote hobby nu en vroegere kostwinning. Maar toen als piloot in een Boeing 747. Hij neemt ons om beurten mee in zijn 2 zitter. Van boven ziet Alaska er immers nog mooier uit en dat wil bush piloot Chris ons laten zien. En wij zeggen geen nee! Het blijkt dat ze ook nog een watervliegtuigje hebben, jawel aan Lake Hood, in Anchorage waar we een paar dagen geleden waren. Hadden we elkaar zomaar tegen het lijf kunnen lopen. Dus zo’n vluchtje zit wellicht ook nog in de pijplijn… Onvoorstelbaar hier. Hier gebruiken ze zulke kleine vliegtuigjes zoals wij de fiets gebruiken. De normaalste zaak van de wereld in een land met weinig wegen; ze vliegen af en aan en ’s winters over het ijs.

Maar eerst dit. Chris opent de hangaar, tankt brandstof in de vleugels en controleert e.e.a. “Na deze vlucht moet ie een grote beurt“ vertelt Chris. Dat hoefde ik niet perse te weten. Maar ik heb het volste vertrouwen in hem die al zijn hele leven vliegt. De piper wordt uit de hangaar gerold. Echt klein is ie. Bert gaat eerst en wurmt zich in het zitje achter de piloot. Chris gaat zitten, de headsets gaan op, deurtje dicht , starten en go. Ik maak een filmpje. Hij rijdt een klein stuk op de startbaan en hup in no time de wielen van de vloer. Genieten. Bert komt terug met een brede smile, zo’n zelfde produceer ik straks ook. Beetje schommelen af en toe een luchtzak. Het uitzicht is wonderschoon. We zien elanden en vliegen over de Spencer gletsjer. Daar hebben we wind tegen zei Chris dus misschien wordt het wat hobbelig.... Het was allemaal te mooi om me bezig te houden met enge dingen. De gletsjer was enorm, de spleten en de blauwe kleur sprookjesachtig. Wat een kans om het vanuit dit perspectief te zien. Ik werd er stil van. Een door Chris gespotte eland kreeg ik niet in het vizier, dus hij maakte een scherpe loop voor de herkansing. Oei. Even scherpstellen en daar is de eland. Een vrouwtje rustig grazend in het drasgebied. Terug naar huis, langs de bergen, over de baai, over Girdwood naar de hangaar. 30 minuten Top. Hier was 'the top of the world highway’ meer van toepassing!

Klaar voor de startKlaar voor de start close upGletsjer vanuit de luchtCockpitVanuit het vliegtuigje

Vliegtuig weer naar binnen en wij de bus in. Sweet dreams en morgen zien we elkaar weer. We rijden de volgende ochtend naar hun huis en nemen dan, voor nu, afscheid. Over een paar dagen zien we elkaar weer. We moeten toch dezelfde weg terug en komen dus weer langs. Dan kunnen we altijd nog iets afspreken, als Kristy er ook is om samen nog iets te gaan ondernemen. Een vluchtje met zijn watervliegtuigje dan nog? In de galerij staan ook nog een paar filmpjes met dit avontuur als  onderwerp. 

De komende paar dagen rijden we verder de Kenai Peninsula op. De weg loopt mooi langs de baai. Onderweg maken we een overnachtingsstop aan een meer. Dat hebben meer mensen bedacht. Op de open plek staan wel 10 campers. Waaronder die van de Nijmegenaren Carry en Caroline. Leuke ontmoeting en gezellig gekletst en avonturen gedeeld. Vlak bij Seward ligt de Exit Glacier. Een gletsjer waar je te voet dicht bij kan komen via een trail van ongeveer 6 km. Seward zelf is populair bij de cruiseboten en biedt allerlei kortere en langere boottripjes aan. Bekend als „The gateway to the Kenai Fjords Nationaal Park“. Dus laten ook wij ons verleiden tot een boottrip van 4 uur. Door de baai, langs fjorden en gletsjers. Wat we gaan zien? vrijwel zeker mijn lievelingen de puffin. Morgen gaan we dat leuke uitstapje maken, dus daarover later meer.

Nu zitten we in de bieb van Seward, heel relaxte lees/werkhoekjes met super wifi, deze blog af te ronden. Met zicht op de Resurrection Bay, waar we morgen uit varen. Bert loopt alvast naar het bookingskantoor om nog even te betalen en roept "doe ze allemaal de groeten"! 

Zwaai.

Heel veel  liefs xxx, Marianne

Foto’s

25 Reacties

  1. Ron en monique:
    30 juli 2026
    Bert en Marianne weer een geweldig verhaal met mooie foto’s. Benieuwd naar jullie verdere verhalen.
  2. Bert en Marianne:
    31 juli 2026
    Marianne schrijft: dank je Ron, wordt vervolgd.
  3. Irene:
    30 juli 2026
    Nog 18 kilometer te gaan en dan zit er maar liefst 100 duizend kilometer op! Ongelofelijk, wat een boeiende reis, spannend leven, wat een unieke ervaring, wat doen jullie het toch goed met z’n tweetjes (en de rode rakker🚗) Keep on going🍀 lieve groet Irene en Gé
  4. Bert en Marianne:
    31 juli 2026
    Marianne schrijft: dank je Irene en Ge, we maken er wat van!
    Veel plezier met de verhuizing. Liefs xxx
  5. Roel:
    31 juli 2026
    Hoi Marianne en Bert, wederom een mooi verhaal. Geweldig om te lezen en het beeldmateriaal te bekijken. Op naar het volgende avontuur. Ben benieuwd wat er ná Alaska op het programma staat😉. Groet oet Limburg, Roel
  6. Bert en Marianne:
    31 juli 2026
    Marianne schrijft: dank je Roel. Tja het vervolg is ook voor ons nog niet helemaal duidelijk. Ze noemen Alaska niet voor niets " the last frontier" 😉
    We zullen zien, xxx
  7. Thijs Bakens:
    31 juli 2026
    Waar woorden onvoldoende toereikend zijn, raken de zinnen als vanzelf vervuld.
    Wat een reis, wat een leven!
    Blijf sterk gaan! Xxx
  8. Bert en Marianne:
    31 juli 2026
    Marianne schrijft: Yes gaan we doen! Dank jullie wel xxx
  9. Jan:
    31 juli 2026
    Mooi. Ik was er weer bij.
  10. Bert en Marianne:
    31 juli 2026
    Marianne schrijft: dat dacht ik al, Jan. Blijven doen! Xxx
  11. Gerrie en Fre:
    31 juli 2026
    Marianne en Bert we hebben weer enörm genoten van jullie verhaal en stralende foto. We genieten mee. Liefs voor jullie
  12. Bert en Marianne:
    1 augustus 2026
    M schrijft: Fijn! Dank jullie wel, liefs van ons xxx
  13. Girke van Beem:
    1 augustus 2026
    Ik was weer ff dicht bij jullie met deze prachtige blog! Dankje wel ,en Lieve groet!🫂
  14. Bert en Marianne:
    2 augustus 2026
    M schrijft: dank je Girke! Xxx
  15. Radio Baobab:
    2 augustus 2026
    Tof! Tof! Tof! Wij komen ook (snel😉). Groetjes! Frederik en Josephine
  16. Bert en Marianne:
    2 augustus 2026
    M schrijft: Jaaa doe maar! Alaska is top. Nog ff doorrijden..... groet van ons.
  17. Anneke:
    3 augustus 2026
    Een prachtig verhaal was en is het weer. Hg aan jullie twee.
  18. Bert en Marianne:
    4 augustus 2026
    Marianne schrijft: leuk Anneke dank je wel xxx
  19. Thijs van Beem:
    5 augustus 2026
    Wat een andere wereld …Heeft mijn blik weer een klein beetje verruimd
  20. Bert en Marianne:
    6 augustus 2026
    Marianne schrijft: 👍
  21. Angelique:
    10 augustus 2026
    Heerlijk, wat een verhaal weer, heb het in stukken gelezen, lukt niet in één keer..haha.
    Wat een mooie ontmoetingen hebben jullie overal.....
    Benieuwd weer naar jullie volgende avontuur!!!!
  22. Bert en Marianne:
    13 augustus 2026
    M antwoordt: dank je wel Angelique. Xxx
  23. Henk:
    16 augustus 2026
    Hup, op naar de Dalton Highway en Dead Horse. Doe ze daar de groeten...
  24. Bert en Marianne:
    21 augustus 2026
    M antwoordt: zeker Henk, doen we! Succes jij en wellicht tot in China.....
  25. Ank:
    29 augustus 2026
    Wat een verhaal, wat een belevenissen, wat een ongelooflijk natuurschoon en een heerlijke schrijfkunst. Ik kan zo door naar de volgende avonturen, want die kreeg ik net binnen (ik liep wat achter...) liefs van mij.

Jouw reactie