Een maand van uitersten.
29 mei 2026 - Billings, Montana, Verenigde Staten
Begin mei, na een paar dagen sneeuw en de daarbij horende kou, dringt de lente zich toch langzaam op. Laat maar komen! Ondanks dat de kachel perfect is gemaakt en we het binnen niet koud hebben verlangen we naar buitenleven. Natuurlijk moet ik ook bekennen dat de sneeuw op de bergen weergaloos mooi is. Dat hadden we anders niet gezien. Een ander voordeel van deze tijd in het jaar is dat het toeristen seizoen nog niet begonnen is zodat het in de Nationale Parken rustig is.
Op weg naar Grand Teton Nationaal Park. We vertrekken vanuit het stadje Jackson waar we in de buurt een paar dagen hebben gebivakkeerd. Eerst op die ene berghelling dan weer op een andere. Telkens ’wilde plekken‘ op BML land of in een National Forest. Altijd mooi met veel ruimte en soms een mede reiziger die in de buurt ook zijn overnachtingsplekje heeft gevonden. Binnen de gemeentegrenzen van Jackson is het overal verboden om in je auto/ camper/ RV te overnachten. Dit heeft in eerste instantie niet alles te maken met toeristen maar met eigen bewoners die geen woning kunnen bekostigen en daarom in hun vierwieler wonen. Deze wildgroei en gezichtsverlies wil dit rijke stadje voorkomen. Gelukkig is er voor de tijdelijke bezoekers ruimte in overvloed in de rijke natuur hier. Wij vinden een prachtige plek over de bergpas (Teton pass 2570 m). Aan het begin van die pas die omhoog slingert, staat een bord dat je terug moet naar Jackson als de waarschuwingslichten knipperen.... Gelukkig ze knipperen niet. Enorm veel sneeuw daarboven en mensen die op pad gaan met hun ski’s. Wij stappen ook uit om ff te dollen. Met rode konen slingeren we verder een stuk bergafwaarts om iets lager een plek in het bos te vinden. Prima geschikt voor een nachtje. Rond de 2200 meter doet de kachel, ondanks de hoogte het nog prima. Gelukkig want ‘s nachts vriest het tot -7 en dan is het lekker als de kachel bij het opstaan opgestart kan worden. Dat doet Bert een uurtje voor het opstaan, zodat het heerlijk behaaglijk is als ie koffie gaat zetten.
De meest directe weg naar Grand Teton is afgesloten “for the season“. Dat kan dan te maken hebben met de weersomstandigheden/sneeuw of dat het wildlife (nog) niet gestoord mag worden. Een omweg van 200 km is hier geen issue. De weg van dit Nationale Park naar het volgende Nationale Park is ongeveer 50 km maar ook deze is nog dicht wat een omweg noodzakelijk maakt van minstens het 3-voudige. Niemand die hier de wenkbrauwen over optrekt. Doen wij ook niet en genieten maar gewoon wat op ons pad komt. Dat zijn bijvoorbeeld de typisch Amerikaanse dorpen waar we doorheen rijden. Waar we soms een boodschap doen, tanken, de auto wassen en zelfs stofzuigen!
Die dorpen aan die super brede wegen zijn telkens weer een soort van cowboyfilm déjà vu. Zo herkenbaar. Veel paarden hier, iedere boerderij/ huis in het buitengebied is er wel een paar rijk. Wij watertanden en verlangen. Binnenkort moeten we maar weer ‘s op zoek naar een adresje om d’r weer eens lekker op te klimmen.
Grand Teton Nationaal Park vliegen we de vanuit het oosten aan. Eigenlijk de mooiste entree met een fenomenaal zicht op de Grand Teton himself. We rijden door de vallei, Jackson Hole genaamd, een enorme prairie van halfhoge groen blauwe heesters (sagebrush) en zien dan de enorme rotspartij voor ons opdoemen, schijnbaar uit het niets. Het Park is genoemd naar de Grand Teton (4179 m), de hoogste berg van deze 64 km. lange bergketen. Deze granieten bergen zijn nogal verticaal gevormd en rijzen dramatisch op uit het vlakke land. Met sneeuw en blauwe lucht het perfecte plaatje. Ik kan er mijn ogen niet van af houden en verdraai mijn nek om telkens te kunnen kijken. Gelukkig kunnen we net buiten het park overnachten op een plek met schitterend zicht. Dag en nacht zicht op de Teton range, met ook nog ’s volle maan. Oogverblindend.
We wandelen natuurlijk een paar routes in het Park dat niet alleen beroemd is vanwege de karakteristieke bergen maar ook vanwege de ontelbare prachtige meren, beren, naaldbomen en wild. Een mooie wandeltocht is er rondom Jennylake (toepasselijk: een dag na de verjaardag van Jenny hebben we dit rondje van zo’n 4 uur gemaakt).
De naaldbomen zijn voornamelijk Lodgepole pine. De Indianen gebruikten de stammen, poles voor hun tipi’s, oftewel lodge = lodge pole. In Teton leven rendieren, jammer niet gezien, maar wel pronghorn herten en veel elk herten. Die laatste zijn van flink formaat en hebben een karakteristieke beige spiegel (gebied rondom de staart). Er zijn veel prairiehondjes die, als je kijkt zich razendsnel in hun holletje in de grond verschansen. Een prachtig blauw vogeltje komt telkens voorbij, vooral als t’ie vliegt lijkt ie wel blauw licht af te geven Het is de Bergsialia of Blue mountainbird. Ook mooi zijn de Amerikaanse kraanvogels, de visarenden en de ruigpoothoender. De laatste is een fazantachtige vernoemd naar zijn ruige met veren bedekte poten. Deze vogels leven op koude plaatsen en de bevedering helpt om de warmte vast te houden. Deze opvallende vogel zagen we toen hij een vrouwtje het hof aan het maken was. Hij had rode wangen, opgezette spierwitte halsveren en zijn staart stond in een waaier, de knapzak. Als ie aangevallen wordt, laat ie een wolk van witte veren los die de aanvaller verblindt. Wat zit de natuur toch fantastisch in elkaar. Kunnen we nog wat van leren. Op het etiket van de Famous Grouse whiskey staat zo’n soort hoender.
Na een paar dagen Genieten van al dit schoons van moeder natuur, besluiten we verder te gaan naar het nabij gelegen Yellowstone National Park. Naar dit Park heb ik al een tijdje uitgezien en de verwachtingen zijn hoog. Het is maar goed dat we een omweg moeten maken om er te komen zodat Teton even kan bezinken en er ruimte komt voor meer moois. De omweg neemt 2 dagen in beslag. Er zijn vijf ingangen waarvan er in de wintermaanden slechts eentje open is,. Voor ons is de westelijke entree het handigst en gelukkig sinds enkele dagen is deze 2e entree ook open. Zomer noemen de mensen hier; de drie maanden dat er niet geskied kan worden. Het weer is hier de leidraad en bepaalt de mogelijkheden. Yelllowstone is het hele jaar open maar in de wintermaanden zeer beperkt. In de winter valt er jaarlijks gemiddeld 3,8 meter sneeuw! Op de hoger gelegen bergtoppen zelfs 5 tot 10 meter. Tja dan snap je wel dat er veel wegen ontoegankelijk en afgesloten zijn en dat sneeuwsport hier hoog in het vaandel staat. Nu, begin mei gaat alles langzaam maar zeker uit de winterstand. We passeren vroeg in de ochtend de entree want we hebben in de buurt, in het bos overnacht. Het is nog rustig. We hebben destijds bij bezoek aan het eerste National Park in de VS, een ’America the Beautiful‘ entree pas gekocht: $ 220,00 per auto. Met zo’n pas kan je een jaar lang gratis (lees: zonder bijbetaling) de parken in. Zeer de moeite waard want Yellowstone is een kostbaar uitstapje voor buitenlanders. Die betalen sinds dit jaar $100 pp. ipv $ 30 per auto. Een mede bezoeker met wie we een praatje maken bij een geiser benoemt dit en vindt het hoogst ongastvrij. Hij moppert nog wat en sluit af met de opmerking „Wil je onze president niet meenemen als je terug gaat naar Nederland?“ Ik glimlach wat schaapachtig en hou me op de vlakte. Een beetje voeren en hij zou los gaan, denk ik. Liever geen politiek geklets hier in het openbaar en laten we hopen op betere tijden. In november zijn de mid terms verkiezingen, wellicht een eerste stap. Of zou het toch het grote geld zijn dat regeert?
Yellowstone NP dankt zijn naam aan de gele klei op de zandbanken in de Yellowstone Rivier die door het gebied stroomt. De inheemse benaming die de Minnetaree-Sioux Indianen gebruiken voor de rivier is Mi tsi a da zi wat vrij vertaald Gele Rotsrivier betekent. Toen het gebied in 1872 werd uitgeroepen tot ’s werelds eerste nationale park werd deze bekende riviernaam gebruikt voor het hele natuurgebied.
Het Park is een geologisch wonder. Zo’n 630.000 jaar geleden was er hier een immense vulkaanuitbarsting. Bij die uitbarsting is de vulkaan als het ware naar binnen toe ingeklapt waardoor er een soort van grote ondiepe badkuip is ontstaan. Dit bassin, ook wel supervulkaan genoemd of Caldera is het hart van Yellowstone en ongeveer 48 bij 72 km. groot. Caldera betekent in het Spaans kookpot en die vertaling dekt de lading het beste. Het hele bassin borrelt, bruist en stoomt op ontelbare plekken. Fascinerend, dat er voor je gevoel onder een dun laagje zoveel reuring is. Wat een kracht daarvan uitgaat! Dat is ook de reden dat het gebied blijvend wordt gemonitord omdat een nieuwe uitbarsting nooit wordt uitgesloten. Onophoudelijk is de aarde hier aan het rommelen wat zich aan de oppervlakte openbaart in de vele geisers, hete bronnen, en ander thermisch geweld. Deze grote krater, we denken als vergelijking aan het Serengeti in Tanzania, is de bron van de beroemde onderaardse activiteit in de regio en het visitekaartje van het Yellowstone National Park. Natuur in beweging, niks blijft zoals het is.
Met deze wetenschap rijden we het park in, mmmm eerste indruk ....hou ik even voor me. We laten ons verrassen. De toegangsweg is lang en een beetje saai door een dicht bos van lage lichtgroene en hoge donkergroene naaldbomen. Je ziet er niets doorheen. Dan maakt het ondoordringbare groen plaats voor prairie en zien we al snel een bizon! Kijk, stop, foto en nog langer kijken. Poehhhe wat een imposante brok. We zien ze beter dan op Antelope Island. Hij, het is duidelijk een hij, is veel dichterbij en kijkt niet op of om. Het staartje wat opgeheven duidt op alarm, blijft laag. Ook in dit park word je voortdurend gewezen op de gevaren van de dieren, hoewel ze aan mensen/ auto’s gewend zijn blijft het wild. En wij met onze rooie.... hopelijk niet als de bekende lap op een stier! Er zijn foto’s genomen in het zomerseizoen (= hoogseizoen met duizenden bezoekers per dag) dat de auto’s in file rijden omdat er een bizon oversteekt. Dat doet ie langzaam, ervaren ook wij. King of the road! In dit seizoen is het relatief rustig in het park. Ondertussen zijn 2 van de 7 campings hier open en wij besluiten ze alle twee voor een nachtje te boeken. Zitten we iets dichter bij want dit park is onnoemelijk groot. Een kwart van Nederland. Van de westelijke entree tot de eerste camping is ruim 100 km.... Naar een beginpunt van een wandeling weer 40 km, naar een bezienswaardigheid hup weer een eind in de auto. Natuurlijk kun je niet al te hard rijden want er lopen hier niet alleen bizons, ook verschillende soorten herten (Elk, Pronghorn en Mule deer), rendieren (helaas niet gezien) beren, wolven en nog wat kleiner grut. Die afstanden zijn echt een Amerikaans dingetje, waar wij ons over blijven verbazen als kneuterige Nederlanders. Na de eerste bizon zien we al snel de eerste kuddes. Wat een mooi plaatje.
En Yellowstone wordt al vlot nog mooier als we onze eerste geisers gaan bekijken. We leggen aan bij Norris Geyser Basin. Het meest dynamische en heetste geiser gebied volgens de folder. Met ’the Steamboat‘ als grootste geiser ter wereld die we alleen zien stomen met een enorme rookpluim. Hij doet zijn naam eer aan. Spuiten doet ie op onregelmatige tijden. Over de vlonders lopend zien we talloze stomende, sissende of borrelende gaten, rotsspleten, plassen of meertjes in allerlei kleuren. Een heel apart landschap, alsof we op een andere planeet terecht zijn gekomen. En dit is nog maar het begin.
Terug met de voeten op de grond rijden we naar camping Mammoth. We staan bijna nooit meer op een camping. Zelfvoorzienend als we zijn hebben we eigenlijk niks nodig. Het komt soms, zoals nu goed uit en het is wel weer ‘s gezellig om een praatje te maken en wat te kijken te hebben als we op onze plek staan. Een camping is ook handig om het grijze en zwart water te lozen en drinkwater te tanken. Vaak kan dat ook bij benzinepompen. Op de eerste camping krijgt Bert bijna een hartverzakking. Veroorzaakt door een wel heel bijzondere bizonervaring… Als hij ’s morgens, met zijn net wakkere hoofd van het wc gebouwtje terug naar de bus loopt, staat ie oog in oog met een bizon! Die kop is groooot. Met ogen als schoteltjes en aan de grond genageld (nooit rennen dan word je gezien als prooi) dreunt de grond en draven er nog 3 voorbij. Mooi hoor kamperen in het park. Hoezo de geadviseerde 2 autobuslengtes afstand bewaren..... Wat had ik het graag gezien, van een afstandje.
’ s Morgens vertrekken we van de camping naar het beginpunt van een uitgekozen wandeling. Onderweg daarnaar toe eerst een bezoek aan de Travertin Terraces. Op weg naar de camping kwamen we al langs de in het oog springende witte rotsen, omgeven door stoomkolommen. Sprookjesachtig. Het witte travertin gesteente is ontstaan door interactie tussen water en het lime-stone. Deze terrassen zijn het snelst veranderende natuurverschijnsel in het park. Travertin zijn/ waren bij ons vooral bekend als vensterbank in huis. Wij hadden ze oppe Waog ook. Er zijn rondom de geisers en hot pools weer de bekende boardwalks aangelegd, de route van houten vlonders tussen de bezienswaardigheden door voorkomt dat je op de grond terechtkomt. De grond is hier stabiel, bros of zelfs heet. Dus verboden te betreden.
De wandeling die we na deze terrassen gaan lopen is leuk en afwisselend. Door berenbos, over en stuk prairie, riviertjes over, een beetje stijgen en dalen. Als je hier gaat wandelen, kun je een beer tegenkomen. Echt. Dus heeft iedereen berenspray bij zich (pepperspray). Niet weggestopt onderin de rugtas maar direct onder handbereik. Hier doet niemand daar lacherig over. Per jaar zijn er zo’n 2 aanvallen door een beer. Later vertelde een ranger ons dat er een week geleden 2 broers zijn aangevallen. Zij waren aan het wandelen en hielden geen afstand.... met zeer ernstige gevolgen door een aanvallende moeder beer die haar jong wilde beschermen. Dat hoorden we later pas, maar eenmaal een beer gezien uit de verte, boezemt die genoeg ontzag in en houden wij graag afstand. Het was een lekkere wandeling na al die auto kilometers door het Park. Het wandelen is anders hier, spannend, met de zintuigen op scherp. We dragen ook een belletje. Aan onze schoenveter gebonden. Zo wordt een beer nooit door onze komst verrast. We zijn op onze qui-vive. Dit is echt berengebied maar uiteindelijk geen beer gezien. Wel de shit.
Onderweg met de auto wel beren gezien, 11 stuks in 4 dagen. Als er mensen langs de weg staan met verrekijker, auto in de berm, weet je genoeg. Daar is iets te zien. En voor een beer stoppen we! Prachtig. Er zitten hier grizzly’s en zwarte beren. Beiden hebben we gezien. De grizzly’s zijn vooral herkenbaar aan een bult tussen de schouders, ze zijn bruin maar kunnen ook zwart zijn. De vacht heeft grijs/ zilverachtige punten, vandaar de naam grizzly (in het Engels betekent grizzly grijsachtig). Maar ook griezelig, grisly. Het verschil tussen de twee is voor een leek niet zo erg groot, een beer is een beer. Later als we vergelijk hebben leren we verschillen te zien. Echte beren spotten in het wild is wel een heel bijzondere ervaring. Misschien toch wel blij toe dat we er geen zijn tegen gekomen op onze wandelingen. Een keer waren we de berenspray vergeten toen we een korte wandeling van amper 4 km zouden maken naar een ’verborgen geiser‘. We waren net onderweg toen een paar tegemoetkomende wandelaars vertelden dat ze zonet een beer met 2 grotere jongen hadden gezien! We moesten oppassen. Ja goed. Dus eerst maar even terug naar de bus om de berenspray te halen. Al spiedend, op onze hoede lopen we over het bospad. Zouden we ze nog zien? Uhhh niet te dichtbij graag. Maar helaas, de beren waren ondertussen vertrokken. Later zagen we ze evengoed toen we met de auto op weg waren naar de camping. Dit schijnt de goede periode van het jaar te zijn om beren te kunnen zien. Ze zijn uit de winterslaap. Beweeglijk op zoek naar eten. Ondanks hun imposante klauwen bestaat de hoofdmoot van hun dieet uit plantaardig voedsel zoals bessen, noten, eikels, wortels, grassen en paddenstoelen. Nee, geen menseneter maar een beer die zich bedreigd voelt valt aan en zo’n klauw is dodelijk. 10 % bestaat uit dierlijk voedsel (insecten, knaagdieren, zalm, jonge hoefdieren en kadavers) en honing. De ijsbeer is natuurlijk een uitzondering, bij gebrek aan planten is hij de carnivoor.
De dieren zijn gewend aan auto’s en kijken niet op of om naar de enthousiaste mensen die honderden foto’s van hen maken. Dat maakt het ook gevaarlijk. Zeker de bizons schijnen te worden onderschat met hun zwart glanzende ogen, fluffy vacht en traag uiterlijk. Er wordt niet voor niets voortdurend gewaarschuwd voor de onvoorspelbaarheid en snelheid van de dieren. Er zijn veel Chinese bezoekers in Yellowstone NP en zij schijnen vooral de afstand te vergeten op jacht naar het perfecte plaatje.
De laatste dag in Yellowstone zijn we naar de grootste geiser van het park gereden, de Old Faithfull. Deze beroemde geiser spuit iedere 90 minuten een fontein van tientallen meters de lucht in. Dit is het beroemde plaatje van Yellowstone. Old Faithfull village is de nabijgelegen toeristische hot spot, nog gesloten tot 1 juni, met hotel, souvenirs, restaurant ed. Je weet niet wat je ziet er is zelfs een tribune rondom de beroemde Geyser. In de zomermaanden juli en augustus bezoeken 2 miljoen mensen het Park, op een totaal van 4,7 bezoekers per jaar. Gelukkig zijn wij in het rustige voorjaar. Hier is natuurlijk ook een boardwalk . Zo’n 4 km lang langs de mooiste geisers, bubbelpoelen en hot springs hier in het hart van de Caldera. Als we aan komen lopen zien we de tribunes met zicht op de Old Faithfull half gevuld met kijkers maar dan ook de spuitende geiser! Da’s mooi mazzel. Poeh wel veel mensen opeens. We lopen de vlonder route. De mensen ’lossen op‘ de meesten lopen blijkbaar niet verder dan die ene beroemde. Het is een en al pracht wat we onderweg zien, het liefst maak ik van iedere geiser een foto, zo fascinerend. Er zijn hier honderden geisers in allerlei uitvoeringen en afmetingen. Met daarnaast de bluppende modderpoelen, de fumaroles (stoom wolken) en de hot springs , de plassen in hel blauw, groenachtig geel of doorzichtig van kleur. Een lust voor het oog. Alsof de aarde een tipje van haar sluier oplicht en een kijkje in haar binnenste gunt. Die kleuren, de stoom, die oprispingen vanuit de aarde. Misschien wel het mooiste wat ik ooit heb gezien. Het geluk kan niet op, bij de Grand Geyser. Zijdelings kijken we naar het rimpelloze water tussen een soort kraterwandjes, geen golfje te zien, geen rookpluimpje. Dat is blijkbaar stilte voor de storm….. We gaan er even bij zitten en koekeloeren wat rond. Totdat er leven komt in het poeltje, rimpelingen, we zitten op zo’n 50 meter afstand achter een balustrade. “Wat was dat?“ Er volgt geroezemoes, mensen worden alert. De meeste uitbarstingen van geisers laten zich moeilijk precies voorspellen en komen onregelmatig. Deze geiser, vertelt de aanwezige ranger, is de Grand Geyser en spuit ongeveer eenmaal in de 9 uur gedurende zo’n 20 minuten lang. Zijn krachtige uitbarstingen bereiken een hoogte van de 48 tot 60 meter. Daarmee spuit de Grand aanzienlijk hoger dan de beroemde Old Faithfull Geyser. Zou ie toevallig NU beginnen?? En dan…opeens met veel gesis en geraas raakt het water aan de kook en spuit de grond uit. Wow.
Langzaam wandelen we terug naar de auto. In 5 dagen alle hoeken van het Park gezien. Wonderschoon waren de gespotte dieren, het afwisselende landschap en natuurlijk het fenomeen van ’s werelds grootste groep hydrothermale bronnen. Je kunt hier nog dagen wandelingen maken en je ogen uitkijken. We gaan Yellowstone zeer voldaan verlaten. Ons plan is om weer te overnachten op ’ons‘ oude plekje een twintigtal kilometers buiten het Park. Net na het dorp Gardiner een berg waar we een fijne plek hadden gevonden met uitzicht over de vallei en zicht op passerende Elks.
Goede timing, het is bijna 17 uur dan drinken we altijd een blikje bier en kijken terug op de dag of maken plannen voor morgen. Nog 100 meter en dan zijn we op ’onze‘ plek. Een kleine heuvel af en weer een stukje omhoog, de bocht door en dan horen we een ontzettend ratelend geluid. Juist, het geluid van een enorme ratel. Tatatatata. Rem erop en verschrikt kijken we elkaar aan “WAT was dat“? We staan midden op het zandpad, we kunnen niet meer voor of achteruit. Bij een poging nog een stukje te rijden ratelt het weer angstaanjagend vanuit het differentieel. Bert zegt: dit is ernstig. Volgende vraag: WAT nu? Geen telefonisch bereik, gestrand op een zandpad toch wel zo’n 10 km van de bewoonde wereld.... We versperren het pad, er is geen mogelijkheid om er langs te gaan. Daar staan we dan. Wachten op de eerste auto. Dat duurt even, wachten duurt altijd lang. Twee meiden en een hond komen eraan in hun personenwagen. Ze zien de blokkade en bieden meteen hulp door een Towtruck te bellen, een sleepwagen. Zij draaien, na wat over en weer geklets om en gaan met de hond wandelen. Na een uurtje arriveert Fred met zijn towtruck. We kunnen niet gesleept worden, het gaat de hele weg naar Gardiner flink bergafwaarts dus wordt de vooras met een draagarm opgetild. Stapvoets de berg af met deze karavaan.
Rond 20 uur zijn we in het dorp en worden gelost bij de sleepdienst voor de deur. In een rustige straat, er komt meteen een man aanlopen en biedt ’als buurman‘ hulp aan in de vorm van gebruik van wc/ douche en koffie. Eerst dat biertje maar ’s. Hier brengen we de nacht door.
Dit was stap 1. Heelhuids de berg af. De volgende dag worden we op de auto ambulance geladen en naar Billings gebracht. Een middelgrote stad met Mercedesgarage. 275 km verderop. Onze bus staat op de vrachtauto en wij zitten met Fred in de cabine. Hij rijdt zoals alle vrachtauto’s hier met behoorlijke snelheid. Hard. Wij zijn natuurlijk gewend aan ons sightseeing tempo van max 70 km p/u. Een blik op snelheidsmeter leert me dat we nu met 70 mijl = 110 km naar onze bestemming denderen.
Stap 2. aankomst in Billings. Van te voren telefonisch overleg, we zijn welkom en men gaat ons helpen. Dat is niet zo’n uitgemaakte zaak want onze ervaring is dat veel Mercedesgarages in de VS zich niet willen branden aan een Europese auto. Onze man hier is Jay. Stap 3 is de diagnose (ik ben nogal bang dat het te ernstig is en de auto wellicht niet gerepareerd kan worden. Het grapje dat we hier een nieuwe gaan uitzoeken, er staan veel hagelnieuwe Sprinters kan ik dan ook niet waarderen). Een weekeind in onzekerheid. We mogen overnachten/ wonen op de parking van Mercedes. Het terrein ligt achter de zaak en is aan alle kanten open. Genoeg te zien hier. De garage heeft een regionale functie voor gestrande campers en in mindere mate gewone Mercedessen. Ze rijden af en aan of worden net als wij afgeleverd door de sleepdienst. Zondag 10 mei vieren we natuurlijk ondanks alles Bert zijn verjaardag. Met taart. We hadden het plan om ergens gezellig te gaan zitten zodat Bert ons kon trakteren op koffie met gebak. We zitten vlakbij een grote Mall maar dat feest ging niet door; geen terrasjes hier en geen gebak. Het aanbod is hier vooral vet en zout. Vooral vanuit de Drive Inn’s. Dus kopen we bij de Walmart een taartje. Mmmmmm en zetten de koffie zelf wel. ’s Avonds gaan we heerlijk uit eten bij een Thais restaurant in de buurt met een fles wijn erbij, cadeau van onze lieve vrienden. Op maandag is Jay druk in de weer met Mercedes Duitsland. Gelukkig het onderdeel is leverbaar en kan besteld.......... Dat was de derde stap. We komen verder. Stap 4: wachten, want dit gaat 2 a 3 weken in beslag nemen.
Het is vandaag 11 mei. Op 29 mei loopt ons visum voor de VS af. Het is geen echt visum, dat hebben wij Europeanen niet nodig maar een ESTA (Electronic System for Travel Authorization). Die maatregel staat toe dat je 90 dagen aaneengesloten in het land mag blijven. In noodsituaties kan dit verlengd worden met 30 dagen. Dit is een typisch gevalletje noodsituatie. Een rechtstreeks contact / bellen met een immigration officer hoort niet tot de mogelijkheden. Bert stuurt een mail naar de USCIS (U.S. Citizenship and Immigration Services) de instantie die erover gaat . Binnen 2 dagen een reactie, maar helaas geen respons. Bellen dan maar en we verdwalen in een keuzeprogramma, in voor ons snel en slecht verstaanbaar Engels ingesproken door een chatbot ofzo....Er komt geen levende ziel aan te pas. Ten einde raad het doorkiesnummer voor disabled persons geprobeerd.... geen verbinding, lijn werkt helemaal niet. Maar dan komt er bericht d.d. 19 mei van Jay dat de onderdelen in Tennessee zijn aangekomen, dat ligt in het zuid oosten van de VS., wij zitten in het noord westen. Over 2 dagen zou het hier in Billings aankomen. Is de planning. Misschien hebben we geen extra 30 dagen nodig.... Het wordt nog spannend. Zou een hoop schelen. Jay heeft zijn hulp bij de 30 dagen verlenging al aangeboden. Aardige man. Trots op zijn staat Montana, de 4e grootste staat, in grootte vergelijkbaar met Duitsland met 1 miljoen inwoners. Iedereen heeft hier, gemiddeld 7 wapens vertelt Jay. Niet alleen hobby, nee wapenbezit is onderdeel van je identiteit. Een recht, zo normaal als het hebben van een telefoon, dat natuurlijk nooit overboord kan. Ondertussen vermaken we ons wel op de parking en gaan er dagelijks op uit, te voet. We zouden naar een Casino kunnen gaan, het stikt ervan maar aan een gokje wagen we ons niet. Beter is een bezoekje aan de, naast het casino gelegen kapper. Daarna lopen we door naar de Walk-in-clinic en laat ik de oren weer ‘s uitspuiten. Eerst moeten er drie formulieren ondertekend worden en dan mijn vitale waardes gecheckt voordat de oordouche (hier geen spuit, dat is echt erg ouderwets!) ter hand wordt genomen. Troep (op z’n engels : wax, wel een kruiwagen vol) eruit en de wereld komt weer luid en duidelijk binnen. Top. In de dagen die volgen, kopen, zomen en hangen we nieuwe gordijnen en raken ondertussen behoorlijk vertrouwd in de wijk. Met het openbaar vervoer gaan we down town voor $ 1 pp. Omdat we bejaard zijn. We rijden door de opvallend ongezellige woonwijken want alles is nieuw, recht en kaal zonder sfeer. Brede straten, vrijstaande huizen en keurige gazons. Als de voortuin er maar mooi uitziet, is alles oke en heb je je leven op orde. Er is geen tuin die zich waagt aan enige creativiteit. Down Town is wat meer verscheidenheid. Hier en daar bakstenen bebouwing en de wijken zijn hier en daar wat rommeliger. Gezelligheid blijft ver te zoeken. Zelfs de parken hebben weinig uitstraling. Wellicht zijn we wat verwend in het zuidelijke deel van Amerika. We regelen onze “in leven zijnde“ verklaring bij een notaris Harm de Vries. Zo’n verklaring vraagt het pensioenfonds jaarlijks aan mensen die zijn uitgeschreven uit Nederland. Zijn over-over-overgrootouders komen uit Friesland. Dat schept een band, het is gratis nadat hij grondig heeft uitgeplozen wat hij als notaris wel en niet mag in deze kwestie. Handig zo’n formulier van het pensioenfonds, begrijpelijk dat we moeten aantonen dat we er nog zijn maar het formulier zelf snapt geen mens. Het is nu de 4e keer dat we dit doen en telkens weer een zoektocht welke instantie dit wil en kan invullen en ondertekenen. We kunnen er weer een jaar tegen.
Voordeel van het verblijf in de bebouwde kom is het stabiele internet. Wifi. We bellen met Mirjam, ik noemde haar een ’soort stiefzusje‘ maar zij noemt mij haar bonuszusje, klinkt veel beter. Dat is het en dat ga ik koesteren. Het idee om vanuit Canada naar Nederland te vliegen om haar te bezoeken zit er niet in. Wij staan stil en haar gezondheid holt achteruit. We beeldbellen en hebben fijne gesprekken, samen met haar man Harry. Blij met deze waardevolle momenten. Mirjam is op 18 mei overleden.
We doen ons ding en wachten. Het laatste nieuws is dat de vrachtauto met de onderdelen vandaag aankomt. Het is 21 mei. Als dat gaat gebeuren dan hoeven we onze 90 dagen niet te verlengen. Een paar dagen sleutelen, wij blijven dan in een B&B en gauw naar Canada. Helaas geen bezorging. Wel een lang weekeind. Maandag 25 mei is het Memorial Day in de VS (2e Pinksterdag bestaat niet en van de 1e merk je trouwens ook niets). Memorial day valt altijd op de laatste maandag in mei. Het is de jaarlijkse landelijke herdenking ter ere van de oorlogsslachtoffers van de US military. Hoewel dit een officiële herdenkingsdag is, zien veel mensen deze dag als de start van het zomer seizoen met een lang weekeind. Op zaterdag zijn er ter ere van Memorial Day grote parades in het land. Ook in Billings organiseert de Rotary een Parade. De fietsen zijn ondertussen van de auto en gesmeerd rijden wij down town. Om 10 uur zou het beginnen. We zijn net op tijd en stellen ons op de straathoek op. Laat maar komen die veteranen. Er zouden ook paarden meelopen. De optocht voldoet niet echt aan onze verwachtingen.... Er is weinig volk op de been. Wat langs trekt is een mengeling van reclame, verkiezingsslogans, een paar buitenissige motoren en glanzend gepoetste oldtimers met slechts helemaal in het begin een paar verwijzingen naar de veteranen die vandaag geëerd worden.
Tijdens het passeren van de voertuigen, krijgt het publiek Amerikaanse vlaggetjes („nee dank u“) of snoepzakjes aangeboden en zelfs een wc rol met de slogan “shit happens“ erop gedrukt. Die hebben we wel aangenomen. Je billen afvegen met wc papier met een ster erop. Naast de patriottische uitingen zijn er ook kritische regeringsgeluiden; buiten de optocht staan mensen met protestborden die duimpjes krijgen van passanten. Na amper drie kwartier is het over en sluiten. Hier in de binnenstad is wel een enkel terrasje en we smullen van een ijsje. Amerikaans formaat, met een diameter van 25 cm. het avondeten laten we schieten. Weinig te zien het vertier is hier alweer voorbij, het weinige publiek vertrokken en de muziek zal straks ook wel uitgaan. We struinen nog wat rond en fietsen weer naar huis. De wegen zijn breed, soms met een fietsstrook maar de fietsers die we gezien hebben zijn op 1 hand te tellen. Automobilisten, bijna allemaal blijven beleefd en stoppen ruim op tijd om je voor te laten gaan. Op de binnenwegen is het trouwens erg rustig, het zijn de doorgaande wegen waar iedereen zich overheen spoedt. Echt druk is het nergens. Logisch want Billings is dan wel de grootste stad van Montana met 100.000 inwoners, het heeft ook een oppervlakte van ruim 100 km2 dus je loopt elkaar niet voor de voeten.
De werkers van de garage hebben genoeg te doen, het is Sprinter seizoen. Veel Sprinters in allerlei uitvoeringen en maten worden hier onder handen genomen. Met meestal een snel op te lossen probleem in het ’cleaningsysteem‘ van de motor. Mensen laten ons ons ding doen en negeren ons, totdat je ze zelf aanspreekt dan volgt er altijd een leuk gesprek. Privacy is denk ik wel belangrijk hier; anderen niet storen. Helemaal normaal zullen ze ons ook niet vinden, bivakkeren op een parking. Maar ja dit is ons huis en de plek is niet echt idyllisch maar waar we ook wachten, wachten is niet lang leuk. Ondertussen kennen we het reilen en zeilen hier wel, er wordt al gegrapt dat we de extra bewaking zijn op de parking. “Another day in paradise“. Zo houdt Jay de moed erin. Op een avond komt hij samen met zijn vrouw langs en nodigt ons zelfs uit om samen uit eten te gaan. Een soort Manusje van alles is Michael, hij houdt wel van een praatje, hij loopt (als een gorilla een houding van veel mannen hier) de hele dag rond en wast soms een auto. Hij vroeg of we beef van de boerderij willen? Zijn vriend woont op een ranch even buiten Billings, morgen zou hij wat meenemen. De volgende dag komt hij niet alleen met beef van het rode Angus rund (hij laat foto's zien), de tas is gevuld met allerlei kruidenierswaren van spaghetti tot soep. Apart gebaar voor ons maar natuurlijk reuze sympathiek. Ook Chris van het kantoor is vriendelijk en hulpvaardig, hij helpt ons door het keuzemenu van de USCIS voor de 30 dagen verlenging. Het lukt hem uiteindelijk ook niet, duidelijk ontstemt over de digitale wirwar die zijn land aanbiedt. Bert gaat er ’s middags voor de laatste keer zijn tanden op stuk bijten. Als we de 30 dagen verlenging niet krijgen, zijn we te laat het land uit. Als het maar een paar dagen zijn met voldoende bewijs van de noodsituatie kan de Immigratie het door de vingers zien, maar de officiële maatregel is dat we na overschrijding 10 jaar lang de VS niet meer in mogen. Dat zou in ons geval niet goed uitkomen want we willen nog steeds graag naar Alaska.
Twee dagen voor onze Esta verloopt, belt er plots iemand van de USCIS, de immigratiedienst. Bert zijn laatste poging om het zaakje vlot te trekken, heeft uiteindelijk resultaat. Of in ieder geval respons. Mevrouw vraagt naar bekende zaken, die al aangeleverd zijn en vindt de autopech erg vervelend voor ons .“Sorry“. Ze gaat overleggen of we 3 weken respijt kunnen krijgen. Daarna komt een bevestiging van het gesprek per mail binnen en bericht dat we binnen 10 dagen worden teruggebeld of gemaild met het definitieve besluit. Wij blij, al is 10 dagen op dat telefoontje wachten wel wat lang. Maar, het is gelukt.
We zijn bij stap 4, de onderdelen zijn nog steeds onderweg. Het is een flink pakket omdat de hele achteras wordt vervangen. Niks wordt nog gerepareerd, steeds minder vieze handen te zien in garages. Zo is het met alles eigenlijk. Probeer maar eens een reparateur, bv een schoenmaker te vinden. Iets is stuk wordt weggegooid en er komt nieuw voor in de plaats. Tenminste in het rijke deel van de wereld. Waar komt die afvalberg toch vandaan? Ondertussen is het nog niet helemaal bekend wanneer er wordt geleverd.... Dan wordt bekend dat het pakket niet beweegt.... Een DHL herinnering, lees; nachtmerrie doemt op. Later volgt bericht dat het pakket beschadigd is… Die optie was nog niet bij ons opgekomen. Op ons aandringen is er druk overleg met FedEx. En wat blijkt: Omdat het pakket beschadigd is, ligt het nog steeds bij FedEx in Memphis. Het was alleen -hoe bizar- zoals we konden volgen op de track- en trace app, op papier onderweg maar wachtte feitelijk op instructies van Mercedes Duitsland: Terug naar Duitsland of doorsturen naar afleveradres.... Bert geeft nog meer gas en houdt druk op de ketel en uiteindelijk kan men ons vertellen dat het wordt geleverd en moet hier ter plekke worden geconstateerd of het onderdeel gebruikt kan/mag worden of niet. Hè hè, het beweegt weer. En dan gaat het onverwacht snel. Dezelfde dag nog met een binnenlandse vlucht onze kant uit. De volgende dag, op donderdag 28 mei is het pakket binnen. De beschadiging valt mee en men kan aan de slag. Met een heftruck wordt de bus op de brug getrokken. Wij trekken in het naast de garage gelegen hotel the Western Executive Inn (met bubbelbad!). Zodat Bert een oogje in het zeil kan houden en we er meteen zijn als dat nodig is. Of als t’ie klaar is en weer rijdt!
Een rare maand, deze meimaand met grote uitschieters naar boven en beneden, van enthousiast naar verdrietig. Van bomen die tot de hemel reiken, naar beide benen op de grond met haar dagelijkse realiteit. Toevallig lees ik, heel toepasselijk, in een column van Frank Heinen in de Volkskrant, ’dat tegenslagen en onaangename verrassingen geestelijke flexibiliteit vereisen‘..... Genoeg oefening gehad deze maand: het enige constante is verandering.
Ik kijk uit het hotelraam, met zicht op de ons bekende parking. Onze auto is weg! Hij staat binnen, dus zijn ze bezig. Tijd voor een ommetje en even uitademen.... Op reis zijn in een camper is volop vrijheid, fijn, zorgeloos en heel relaxed…
Veel liefs van ons xxx
Marianne
PS. Het is vrijdagmiddag 29 mei 16 uur en we rollen weer! Alles gefixt en GO.







































Straks bij de grens misschien nog even spannend. Maar da's peanuts.
Ons medeleven en weer goed op weg!
Blijf sterk gaan! Xxx
Marianne nog gecondoleerd, blijft lastig zover weg te zijn!
Op naar Canada!!
Wel herkenbaar dat in de VS de garages vaak moeilijk doen. We hebben zelfs mensen ontmoet die hun bijna nieuwe Fiat camper moesten laten transporteren van de VS naar Mexico om hem te laten repareren.
Groetjes, Jan en Janny (we hebben jullie destijds ontmoet in Pan de Azucar, Chili)
Een mooie trip verder door Canada, ik kijk weer uit naar eind juni 📨
Lieve groet Irene
Marianne gecondoleerd met je bonuszus Mirjam.
groeten Johan en Franca.