Alaska deel 2.
29 augustus 2026 - Tok, Alaska, Verenigde Staten
In Alaska zijn niet zo heel veel wegen. Het is wel de grootste Staat van de Verenigde Staten (1,7 miljoen km2. Nederland 41.543 km2. Past Nederland 40 x in) Grote delen van de Staat zijn alleen over water of met het vliegtuig te bereiken. Ook hier gaat één weg naar het uiterste Noorden, naar de Arctische zee en de Beringstraat. Richting Rusland. De Noordelijkste Alaskaanse stad bereikbaar voor burgers via de Dalton Highway is Dead Horse, bijna 1500 km. vanaf de plek waar we nu zijn. De route naar de Arctic Sea, de Dempster Highway, waarvoor we een paar weken geleden hebben gekozen is landschappelijk en cultureel interessanter hebben we begrepen. De Dalton Highway kan in nog slechtere staat zijn. Smal, veel stof en modder. En je deelt de weg met de z.g. “Semi’s”, de road trains, de grote vrachtwagens die olie en delfstoffen vervoeren en altijd voorrang hebben…. (38 m. lang, 90 ton) Nog wel een leuk detail. Ik zie al die road trains hier rijden met van die gele linten aan de wielen. Waar is dat toch voor denk ik dan. Een trucker legt het me uit: “Deze combinatie is 38 meter lang. In de winter kunnen de remmen, als we even stil staan, bevriezen. Om te kunnen zien of alle wielen weer draaien kijken we naar de “flippers”.
We zijn dus in Seward neer gestreken. Van hieruit heeft Marianne haar laatste blog verstuurd. In Alaska zijn veel toeristen. Heel veel campers, soms in colonne, en ook is er recentelijk in de haven van Seward een nieuw dok aangelegd voor de aanmering van cruise schepen. De stad vormt de toegangspoort naar Kenai Fjords National Park. Dat willen we wel eens zien! We boeken een boottochtje naar zo’n fjord en je waant je in een sprookje. Overal waar je kijkt groene maagdelijke steile wanden, rotsen, prachtige doorkijkjes en op de toppen de eeuwige sneeuw. Het gebied grenst aan de gigantische “Ice-fields” die 1/3 van Alaska bedekken. We zien zeeleeuwen (de echte met een bontjas), walvissen en flink wat vogels.
En dan plotseling wordt de aandacht van Marianne afgeleid door haar lievelingsvogel: De Puffin of in het Nederlands de Papegaaiduiker. We zagen deze bijzondere vogel voor het eerst in Labrador. Ze heeft er zelfs een t-shirt van. Het is een grote zwarte vogel met een wit gezicht, roodomrande oogjes en een enorme roodoranje snavel. Hij stijgt op als een vliegtuig. Zijn poten roffelen over het water voordat hij het luchtruim kiest.
Ook zien we zeeotters. Drijvend op zijn rug slaat hij opgedoken schelpen en zee-egels kapot op een steen die hij op zijn borst heeft gelegd. Slimme beesten. Zo ook de zilvermeeuwen: die laten mosselen uit de lucht op basaltstenen vallen om ze te kunnen oppeuzelen. We kunnen er met onze camera’s moeilijk foto’s van maken. Ik heb op internet wel mooie gevonden.
We zien gigantische gletsjers die uitkomen in het fjord. Wat een schoonheid weer. Je zou denken dat we er aan gaan wennen. Doen we niet!
De volgende dag maken we een hike naar zo’n gletsjer. Het is de Exit-Gletsjer en op de parkeerplaats waar de hike start is het flink druk. Het is dan ook zondag en prachtig weer. Op de infoborden staat dat de hike “strenious” (inspannend, moeilijk) is, maar dat houdt ons niet tegen. Juist op deze paden is het niet zo druk. Het begin is lekker vlak. Wij lopen vandaag de Harding Icefield Trail en de loop is plm. 16 km met 1000 hoogtemeters. Wij vinden het een zware en steile klim die ons vanaf de voet van de gletsjer naar een panoramisch uitzicht over het uitgestrekte ijsveld brengt. De ruimte daar, het ijs, de sneeuw, de gletsjer die prachtig blauw kleurt, bergen zover je kunt kijken en nog verder. Indrukwekkend. Het is onvoorstelbaar mooi daar. Eenmaal boven moet ik denken aan een uitspraak van Twan Huys een paar dagen eerder in de Volkskrant: “de inspanning van het wandelen leidt tot een ongelofelijke luxe”.
In de Galerij staat ook nog een filmpje over deze wandeling.
Eenmaal weer beneden kamperen we aan de rivier en weer terug bij de auto wil ik wel eens meer weten over zo’n gletsjer. Hoe oud is die. En hoe dik is zo’n ijslaag bijvoorbeeld. Daarvoor gebruike men het internet. Dan lees ik dat je eigenlijk onderscheid moet maken tussen de ouderdom van de gletsjer en de ouderdom van de ijslaag die je ziet. Deze gletsjer is ongeveer 23000 jaar geleden ontstaan. In het Pleistoceen. Maar het ijs is niet zo oud. Gletsjerijs stroomt/glijdt voortdurend naar beneden. Het meeste ijs dat je ziet is jonger dan 100 jaar. En, hoe dik is de ijslaag? Die vraag blijkt niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Varieert van enkele tientallen meters tot wel circa 1500 meter dikte.
Als we een paar dagen later weer terug rijden richting Anchorage wijzen Carry en Carolien, de Nederlanders die we hier eerder troffen, ons op een mooi fenomeen: “Zet bij Moose Pass je auto links naast het winkeltje, steek de weg over en dan zie je een hek en loop daarnaast een klein paadje in”. Er zouden duizenden rode zalmen te zien zijn die stroomopwaarts in een klein riviertje hum plek proberen te bereiken waar ze geboren zijn en nu weer gaan paaien. We vinden het en het is prachtig. Nog nooit gezien en wist ook niet dat het in deze vorm bestond. Het water is erg ondiep en sommigen liggen met hun ruggen bloot boven water. Wat een gespartel en wat een drift om terug te keren naar je geboortegrond. Want wat gebeurt hier eigenlijk. De zalmentrek is de jaarlijkse reis van de volwassen zalmen vanuit de zee terug naar de rivier waar ze zijn geboren. We treffen een visser en die heeft me de hele cyclus eens uitgelegd: “De jonge zalm wordt geboren in een rivier in Alaska. Als jong volwassene zwemt hij/zij stroomafwaarts naar zee en kan daarvoor duizenden kilometers afleggen. Daar groeit hij/zij en wordt sterk. Is hij/zij na een paar jaar volwassen dan begint de “zalmentrek”. Hij/zij zwemt terug naar zoet water en gaat tegen de stroom in, over stroomversnellingen en watervallen. Als hij/zij weer “thuis” wordt er gepaaid: de dame legt eitjes die worden bevrucht door meneer. Daarna is het klaar en sterven ze. De kadavers worden gegeten door beren en ze voeden het woud”. Er zijn ook plekken hier in Alaska waar je beren ziet: Staan in de rivier de zalmen op te wachten. Komen met duizenden voorbij. Klauwen uit en smullen maar… “Maar hoe kan die zalm die ene rivier weer terugvinden” wil ik nog weten. “Dat doet ‘ie op geur” antwoordt de visserman. Zal een zalm daarom zo’n grote neus hebben?
Een paar dagen later gaan we weer een stukkie wandelen. Als we boven op een heuveltje komen en uitkijken op een grasland tegen een bosrand zien we een beer….en horen 2 seconden later een schot. We zien de beer met zijn hoofd schudden, we horen een brullend geluid en daarna is het stil. We lopen verder en komen de jager tegen. “Was eigenlijk het weekend uit jagen op een mountain sheep (bergschaap). Niet geslaagd en op de terugweg naar de auto tref ik een beer”. “En nu dan” vraag ik. “Hoe neemt u deze beer mee?” Hij vertelt hem ter plekke te slachten en het vlees in plastic zakken in zijn rugzak mee naar beneden te nemen. Als wij op de terugweg weer langs de plek komen zien we hem nog steeds in de weer. Later als we bij onze bus lunchen loopt hij de parkeerplaats op. Hij bezwijkt bijna onder het gewicht van het berenvlees. “Ongeveer 75 kilo draag ik bij me” zegt hij “voor in de vriezer”.
In de stad hebben we ook nog een technisch klusje te doen. Al geruime tijd horen we soms een “gierend” geluid. Bij onderzoek blijkt dat een kruiskoppeling in de aandrijfas niet goed werkt. Zo’n ding moet alle kanten uit kunnen bewegen en dat doet ’ie niet meer. We zijn blij dat we het hier kunnen oplossen want het zou ooit een keer kapot gaan. Als de auto op de brug staat worden we er even werden bij geroepen om ons te laten zien waar het euvel zit. Maar snel worden we er ook weer onder weggehaald: "Kom, Alaska is aardbevingsgevoelig en je weet maar nooit...". Zou ik zelf nog geen seconde aan gedacht hebben. Het is ook weer tijd voor een servicebeurt hier. We zijn nog maar amper 2 maanden verwijderd van de vorige, maar al weer 10.000 km gereden. En elke 10.000 km nieuwe filters en nieuwe olie
Omdat we nu toch een paar dagen in de stad zijn, laden we onze fietsen weer af. Wat zijn die stoffig zeg. We hebben ze onder fietshoezen maar die zijn aan de onderkant open. Het lijkt wel of al het stof zich daarin verzameld heeft. Maar na een poetsbeurt en hier en daar een drupje olie klimmen we er weer op. Heerlijk. Fietspaden zijn over het algemeen slecht en in de stad fiets je eigenlijk altijd op het trottoir. Daar is dan ook ruimte zat want geen mens gaat hier te voet ergens heen en fietsen doet al helemaal niemand. Op een enkele sportfietser na hebben we het rijk alleen.
In de stad gaan we nog eens naar het museum. Het is een Federaal overheidsgebouw gebouw en er binnenkomen is echt op zijn Amerikaans. Zware beveiliging, alles wat in je zakken zit door de scan, dan door de poortjes en ik nog eens een extra beurt met de metaaldetector. De boosdoener zat in mijn boots: staal verwerkt in de neus. De beveiligers lijken wars te zijn van ook maar enige vorm van vriendelijkheid. Aan hun commando’s te horen zijn ze wel errrug belangrijk en ik vooral erg klein. Maar eenmaal binnen zijn er naast vele bezienswaardigheden en info over cultuur en natuur ook prachtige filmvoorstellingen over de nationale parken en al het andere schoons dat hier in Alaska is te zien. Ook een indrukwekkende film over de verwoestende aardbeving op Goede Vrijdag 27 maart 1964. Het was de krachtigste aardbeving ooit gemeten in de Verenigde Staten (9,2 op de schaal van Richter) en op twee na de zwaarste aardbeving op de wereld geregistreerd. De beving duurde maar liefst 4 minuten. De meeste slachtoffers zijn gevallen door de tsunami die op de beving volgde. Kustdorpen werden compleet weggevaagd.
Langs de kust loopt ook nog een mooi trail. Een kilometer of 30. Prachtig om hier te fietsen. We zien nog een moose en terug bij de auto, als we ons verdiende biertje drinken horen we een, ja wat precies? Een geluidje. Iets tussen een colablikje opentrekken náást je oor en een schot met een luchtbuks. Volgende ochtend zie ik dat mijn fietsband is geklapt. De flarden hangen erbij. Gelukkig kunnen we in mijn maat een nieuwe buitenband krijgen. Kan ik weer lekker vieze handen maken.
Dagje later leggen we aan bij Lake Hood. Dat is hier dé plek waar alle (water)vliegtuigjes landen en opstijgen. Het grootste watervliegtuig-vliegveld ter wereld laten we ons vertellen. We staan aan de rand van het meer en naast ons liggen de watervliegtuigjes zoals bij ons de roeiboten zij aan zij afgemeerd liggen. Elke paar minuten wel een vliegtuig. We spreken met iemand die zijn vliegtuig bijna in onze bus heeft geparkeerd. (het “parkeren” van een vliegtuig kost hier 10 dollar per dag) Woont hier een half uurtje vliegen vandaan. “Even geluncht in de stad” zegt meneer. “Ach, een hobby van ons vertelt zijn vrouw. Het was zijn droom”. “En woont u zelf ook aan een meer”, vraag ik aan mevrouw? “Ja, en binden het ding kunnen gewoon achter ons huis aan een boom”. Zo gaat dat hier. Dat gele watervliegtuig is van onze vriend Chris met wie we eerder een vlucht maakte met een vliegtuigje met wielen. In de galerij ook nog een filmpje.
Tegen het weekend gaan we de stad weer uit. Richting Homer. De stad aan het einde van schiereiland Kenai en het einde van de weg. De weg voert zuidwaarts langs een baai met aan de overkant besneeuwde bergtoppen. En dan halverwege, op eens, veel auto’s in de berm geparkeerd. “Hier is wat te doen" roept Marianne. " Stop! Paardentrailers" en ja, dan gaat de bus -nog steeds- vol in de ankers. De lucht op het terrein herkennen we. Paardenmest. Heerlijk. We belanden op de jaarlijkse fair van het schiereiland met kramen en paardendingen. Het niveau van de voorstellingen is niet hoog. Maar we hebben een mooie middag gehad. Rodeo rijden bijvoorbeeld. Niet zo diervriendelijk maar hier in de VS gelden nog andere normen. De ruiter klimt, terwijl het paard in een kooi staat, erop en als het hek wordt geopend wordt een riem door de ruiter om de liezen van het paard aangetrokken Daardoor gaat het paard bokken en het kunstje is er zo lang mogelijk op te blijven zitten.
In de galerij staat ook nog een filmje. De paarden zijn uiterst explosief. “Zijn deze paarden ook normaal te berijden of te gebruiken bij het bijeen drijven van het vee bijvoorbeeld” vraag ik later aan een cowboy met een grote hoed die naast me op de wc staat. “Nee” antwoordt hij. “Deze rodeo paarden zijn selectief gefokt en getraind op explosief en krachtig bokgedrag in de arena. Vee drijven vereist juist een rustig, voorspelbaar en meewerkend paard dat geconcentreerd met runderen werkt en aan dat gedrag gewend is”. En de kermis verder? Dingen die bij ons niet meer mogen hoor. Een varkensrace bijvoorbeeld waarbij je kunt gokken welk varken het eerst over de finish gaat. Marianne heeft nog gewed in welk holletje de muis zou kruipen. Helaas wint ze niet de hoofdprijs.
We overnachten op het terrein tussen de paardentrailers en laten de volgende dag het programma nogmaals lekker over ons heen komen, inclusief barrelrace en lassowerk te paard.
Het dorp waar het allemaal te doen is, is Ninilchik. Ninilchic werd in 1835 gesticht door de Russisch Amerikaanse Compagnie als een dorp voor promyshleniki (Russische bontjagers) die zich in Alaska wilden vestigen. De volgende dag overnachten we er bij een Kapel. De kapel blijkt een Russisch kerkje met een uivormige toren. Althans, volgens het infobord. In het echt zijn de uivormige torens er vanaf gevallen. Op het kerkhof een woud aan scheef hangende kruizen verscholen in het groen.
Daar, maar ook op de fair zien we vrouwen met lange kleurige jurken en mannen die baarden dragen. Het zijn vrome Russische kolonisten die liever in Alaska dan in Siberië wonen of daar misschien vanwege hun geloof vervolgd worden. Een paar dagen later zijn we op een andere plek met weer een Russische kerk. Nu mét ui-vormige torens. Ook weer een mooi kerkhof. Wat ze hier toch allemaal bouwen voor de overledenen.. De graven zien er uit als poppenhuizen. Het is een Russisch Orthodoxe traditie gecombineerd met de praktijk van de Eskimo’s.
17 aug. Het weer in Alaska lijkt een beetje op ouderwets Nederlands zomer weer. Een graad of 18 tot 25 met zo nu en dan een regenachtige dag. Alaska is op zijn mooist als de zon schijnt en het helder is. Dan zie je overal -werkelijk overal- om je heen de bergen met de sneeuw betopte bergkammen. Op de navigatie zien we dat we een binnendoor weg kunnen nemen en dat is voor ons altijd beter. Het is een stuk van de oude weg en zien al snel dat hier een aantal First Nations (oorspronkelijk Eskimo’s) is blijven wonen. Op de erven van de First Nations is het altijd rommel. Althans, in onze ogen. Behalve oude auto’s, sloophout, oud ijzer lijkt het ook nog of ze alles dat ze binnen niet meer nodig hebben gewoon door de ramen naar buiten kiepen. Alles! Meubels, dozen, koelkasten, televisies, speelgoed… Ik kan het wel eens zijn met een samenvatting die ik lees in een reisboek van Gerrit Jan Zwier: “Bij herhaling valt het contrast op tussen de imponerende natuur en de armoedige cultuur van uitgewoonde caravans en in elkaar getimmerde hutjes van sloophout die omringd worden door afgedankte spullen en oude rommel. Alaska, een land van vrijbuiters en pioniers die niet van regels en controle houden, lijkt vaak op een uitdragerij. Er is geen harmonie tussen landschap en bewoning”. Denk daarbij ook aan de duizenden daklozen en verslaafden die in de steden rondzwermen, mensen die in hun auto wonen en slapen omdat ze geen huis en de kosten daaraan verbonden kunnen betalen en de parkeerplaatsen bezet houden gedurende de nacht in hun auto’s die zo volgeladen zijn met alles wat ze nog bezitten (als het geen afval is) dat er nauwelijks ruimte over is voor de bestuurder. De armoede is groot. Met name onder de first Nations is vooral het drank- en drugsprobleem uit de hand gelopen. Vanuit de dorpen zijn ze naar de steden getrokken. Zelf wijten ze het aan het feit dat ze van hun land verdreven zijn… Vervolgens heeft de Staat ze van alles toegestopt: huizen, auto’s, snowscooters, complete interieurs voor hun woningen, maar géén zinnige dag invulling. En tsja, als die eerder bestond uit jagen en vissen? Wat moe je nú dan doen.
We verlaten de hoofdweg en slaan een kleine onverharde weg in. Hoewel het bewolkt is steken hier de besneeuwde bergkammen toch scherp tegen de hemel af. Bij een meer parkeren we onze auto en gaan op pad. Berenspray, verrekijker, boterhammen en een paar appels vergezellen ons. Het is geen spectaculaire tocht maar ik verlies de vele dichte bosschages langs het pad toch geen moment uit het oog. We zijn immers in berenland, de bessen zijn rijp en een bosje is hier de enige plek waar die reuzen zich kunnen verbergen.
Een andere wandeling is wel bijzonder. Er heeft hier een aantal jaren geleden een bosbrand gewoed en het bos is zich nu aan het herstellen. Kleine bomen, struiken, bloemen en grassen vormen een mooi contrast met de grijze door de brand aangetaste omgeving. Terwijl de meeste bomen tegen de vlakte zijn gegaan staan er ook nog enkele als stoere karkassen overeind. Veel lage vegetatie nu maar ooit witte bossen, dunne berkjes en hier en daar struikgewas. Met nog steeds aan de horizon overal blinkende plassen en meertjes die het licht terugkaatsen.
Als we de grote stad Anchorage en haar prachtige omgeving na een paar weken achter ons laten horen we na een paar honderd mile een schurend geluid ergens tussen de koelventilator en wat vroeger de V-snaar heette ( nu Multi-riem). “Dat moet een lager zijn” zeg ik tegen Marianne en dat zijn er daar nogal wat. En wat blijkt, een jaar of 3 geleden, in Ecuador, hadden we daar ook een probleem en zijn de multi-riem en lagers vervangen. Maar niet met originele onderdelen. Die waren niet voorhanden. Eén zo’n lager is nu stuk gelopen. We vinden een garage in een klein dorp, in Tok en hier kunnen we gelukkig een nieuw origineel lager vinden. Wordt besteld en wij wachten even een paar dagen. Mooi. Het hoort er allemaal bij. En zeker nu onze auto zo langzamerhand ook op leeftijd komt en al 300.000 km. op de teller heeft staan waarvan alleen al 140.000 (da’s 3.5 keer de aardbol rond) deze reis. Maar gelukkig vinden we steeds weer een oplossing en zijn er gelukkig geen ernstige dingen aan de motor. Die blijft het wel doen. Nee, alles wat er zo aan hangt en aan slijtage onderhevig is, is toe aan vernieuwing of revisie. Bij ons zijn dat de knieën, een heup etc. “Jullie kunnen kennelijk beter tegen de jaren dan de bus” appte mijn broer me. Gelukkig wel Jan! En wat een gastvrijheid weer. Komt het door het platte land, waar mensen naar mekaar omzien? Waar “delen” heel normaal is? Het dorp heeft maar 1300 inwoners. We kamperen in de bus op het buitenterrein en worden verwend. Eerst een groot stuk zelf gevangen heilbot (vis) en een bosje verse kruiden en later nog een paprika, gedroogde champignons en een potje heerlijk ingemaakte zalmrepen. Ik bak er weer een broodje bij en zo wordt wachten vanzelf ook nog leuk. Én leerzaam!
Zo, het zit er weer op voor deze maand. Flinke verhalen telkens realiseer ik me als in ze teruglees. “Máár”, en ik citeer Rudolf Steiner, de grondlegger van de Antroposofie, “het gaat niet om het onthouden, maar om het beléven van wat je leest”. Gelukt? Knoop dat dan maar in je oren.
“Ook nu weer groeten doen hoor” roept Marianne. Gedaan.
Lieve groet, Bert.










































P.s. over adembenemend gesproken, deze zwaaifoto is van ongekende schoonheid, zonder de andere tekort te willen doen.
" bekeken"
Prachtig verhaal weer...
En wat lijkt het me ook daar weer prachtig!!😘
En door jullie boeiende schrijfwijze beleef ik zeker wat ik lees ( onthouden niet...maar gelukkig gaat het daar niet om 🫣)
Op nieuw weer Goeie reis en veel Geniet plezier!😘
Maar rake typering: geen zinvolle dagbesteding, wel drugs, alcohol en losgeslagen van je roots en op zoek naar wat dan wel.
De rommel? Je gooit niks weg als je zover overal vandaan woont, dus overal dat "Malle Pietje" uitdragerij gedrag. Dat deden de pioniers ook zo.
Komt misschien ooit van pas.
Prachtige natuur, die bergen, gletsjers 🏔️🏞️ 😍🥰, de beren, de zalmen, roofvogels. Veel reisplezier en sterkte met de bus.