Zie ginds komt de stoomboot.
31 december 2025 - San Ignacio, Belize
“Zie ginds komt de stoomboot”, dat is het thema van de afgelopen dagen: de verscheping van onze bus van Colombia naar Mexico begin december. Waarom verschepen vragen sommigen zich af. Je moet sowieso verschepen van Colombia, Zuid Amerika naar Midden Amerika. De Darién Gap, een moerasgebied tussen Zuid Amerika en Midden Amerika waar geen wegen zijn maken een doortocht over land, slechts 80 km., onmogelijk. En omdat we met onze reis naar het zuiden alle landen van Midden Amerika (behalve Belize) al hebben bezocht, slaan we die nu over en reizen we direct door naar Mexico.
Verschepen is altijd een heel gedoe. Je begint maanden van te voren met het opvragen van offertes en mogelijkheden. Elke 2 tot 3 weken vertrekt er wel een schip. Vanwege onze afmetingen passen we niet in een container dus wij gaan Roro: Roll-on-Roll-off. Gewoon op dek dus.
Om het allemaal geregeld te krijgen gebruik je een agent. Als je samen met je agent de procedures doorloopt ben je daar heel blij mee. Omdat je je sleutels afgeeft aan de haven autoriteiten ruimen we alle spullen in het woongedeelte van de bus op. Die verdwijnen achter in. Onder het bed, in de garage. Met een dik slot er op want er wil ook wel eens wat verdwijnen. Als de oproep komt om je bus af te leveren in de haven doe je dat samen met je agent. Voorschrift om op het terrein te komen: lange broek, hemd met lange mouwen, veiligheidsschoenen en fluorescerend hesje. Oh ja, en een helm. Voor als er een container uit de kraan valt denk ik. Je moet tal van hokjes binnen, wachten en eerst honderd keer je paspoort laten zien voor je met je auto het terrein op mag. Eenmaal binnen gaat het wachten door en krijg je een plek toegewezen waar de douane-inspectie gaat plaatsvinden. Ik moet alles uitladen, de hele stoep staat vol en samen met de haven bobo’s, die veel pret hebben bij het vertonen van elkaars TikTok filmpjes, komt na 2 uur de Douane. 4 man sterk. 3 trekken handschoenen aan en meneer 4 stelt zich op afstand op. Met een groot geweer. Alle dozen en tassen moeten open en overal wordt in gegraaid. Op zoek naar verboden spullen. Wapens, etenswaren, geld, gas, en nog veel meer. Onze agent heeft ons goed geïnstrueerd en er wordt niets gevonden.
Ook binnen worden alle kastjes gecontroleerd. Maar die zijn leeg. Als alles klaar is kan ik de bus weer inladen en moet de sleutels afgeven. De volgende dag nog een keer terug voor de narcotica inspectie. Weer alle kleren aan, helm op, hokje in, hokje uit. Door de scan, fouilleren…en door naar de auto. Als alles weer is uitgeladen is het wachten op de drugs-hond. Dat duurt even. Als hij komt en gaat snuffelen is het snel gedaan. Alles in orde en opnieuw de sleutels afgeven. Nu voor een dag of tien.
We blijven nog even in de stad. We vertrekken pas naar de stad van aankomst als het schip waarop de auto staat de haven verlaten heeft. Je weet maar nooit. We downloaden een app op de telefoon waarop we kunnen zien wanneer het schip vertrekt, waar het is en wanneer het aankomt in Veracruz, de haven van aankomst.
Een paar dagen later landen we in Veracruz. Wat een verschil met Colombia zeg! In het verkeer een wereld van verschil. Geen honderd duizend brommertjes om je heen, de straten zijn breed en schoon en geen getoeter van iedereen en alles.
Het is echt wennen en hoewel het echt anders is moet ik de eerste dagen steeds weer opnieuw tegen mezelf zeggen: “wij zijn in Mexico”. Zo lang in Zuid Amerika en dan na een halve dag in een vliegtuig opeens in Mexico landen voelt vreemd.
De eerste dag in Veracruz zoeken we eerst het kantoor van onze agent hier. Het is zaterdag en worden uitgenodigd maandag terug te komen. Daar wordt ons verteld dat het schip net buiten de haven voor anker ligt en wacht op het moment om binnen te mogen komen. Normaal gesproken duurt het een dag of 5 voordat je de auto kunt ophalen. Als er een weekend tussen zit heb je pech gehad. Je leert hier wel geduldig worden. Als we naar buiten lopen en de zee afspeuren herkennen we, van de foto op de app, ons vrachtschip “Goodwood”.
“Hij is aan het manoeuvreren” roep ik naar Marianne en jawel hoor, hij beweegt richting haven. Ook zien we een Pilotboot richting de Goodwood gaan en 2 slepers. Bij het binnenlopen van de haven kunnen we de boot volgen tot het dok. Op grote afstand draven we mee. Maar wachten om te zien dat onze bus van de klep zou komen rijden? We hebben er 2 uur gestaan en er bewoog niks. We zijn een paar dagen in de stad. We verkennen de stad en bezoeken markten, kerken en musea en slenteren over de Malecon. De weg die grenst aan de zee.
Dan wordt het dinsdag. Onze agent belooft me een app te sturen als ik naar de haven moet. Wederom inspectie douane. Op donderdag is het zo ver en ook hier hetzelfde ritueel met kleren, schoenen en helm. Weer honderd keer het paspoort laten zien en hokje-in-hokje-uit. Als de bus me ziet, geloof het of niet, knipoogt t’ie. Zier er goed uit. Niks kapot, gesloopt, open gebroken of gejat. Hulde aan Company Goodwood Vehicle Carrier. Als de sleutels boven water komen moet ik opnieuw alles uitladen en ook hier gaan alle tassen, dozen en kratten open. De douane vindt een blikje vis en houtskool. Dat mag het land niet in. Ook de drugshond, een Nederlandse Herder notabene (als ik dat hoor zeg ik ’m maar gedag met “Dag Hond”) slaat niet aan. Als alles achter de rug is gaan we weer terug naar de stad. Het is wachten of het volgende document: el Liberación: de auto wordt vrijgegeven. We wachten met smart op de app van de agent. Die komt vrijdag. Om half één ben ik samen met de agent in de haven. Een uur later kan ik rijden maar dan ben je zomaar de haven nog niet uit. Ik moet nog met de auto door de scan en er zijn denk ik nog wel 200 vrachtwagens voor me. 4 rijen dik, een paar kilometer lang. Een uur of 3 later ben ik erdoor en na een half uurtje wachten bij de laatste slagboom rij ik de haven uit. Zo blij als een kind. Een uurtje later zwaait Marianne me vanaf het balkon van ons hotel tegemoet.
De volgende dag verlaten we de stad en zoeken een rustige plek om alles weer op orde te maken. Na een paar uurtjes poetsen en inrichten ziet de bus er weer echt als “ons huis” uit en daarvan krijgen we energie.
We willen weer gaan bewegen, klimmen, klauteren, ontmoeten en ontdekken. Maar dat valt nog niet mee. In het gebied waar we nu zijn, de provincie Veracruz in Mexico, ligt een vulkaan. De Pico de Orizaba. Het is de hoogste vulkaan van Noord Amerika. 5636 meter. Hij is al lang niet meer actief. De laatste uitbarsting vond plaats in 1687. We vinden een mooie plek aan het einde van een vallei. De gehele dag ketst zwaar vuurwerk tegen de bergwand. Oorverdovend. Het is de dag van Fiësta Patronales en wel de Fiësta de la Inmaculada Conception (Feest van de onbevlekte Ontvangenis).
Een belangrijke Katholieke feestdag op 8 december , die herdenkt dat Maria, de moeder van Jezus, door Gods genade vrij is van de erfzonde met het oog op haar moederschap van haar zoon Jezus. De dag wordt gevierd met processies en vieringen. Maar van wandelen komt weinig. Regen, dikke bewolking en mist gooien roet in het eten. We kunnen niet van ons afkijken en besluiten hier te vertrekken. Over een week of drie zijn we weer hier. Nieuwe poging, nieuwe kansen.
Misschien valt het je op dat ik boven spreek van “de hoogste vulkaan van Noord Amerika”. Maar zul je zeggen, Mexico behoort toch tot Midden Amerika. De geleerden op internet verklaren het als volgt: Mexico behoort geografisch tot Noord Amerika, maar wordt samen met Midden Amerika en het Caribisch gebied tot de culturele regio Latijns Amerika gerekend. Het continent Noord Amerika omvat Canada, de VS, Mexico, Midden Amerika en de Cariben.
We rijden weer terug richting kust. We rijden door een gebied waar volop suikerriet wordt verbouwd. Het is druk met vrachtwagens en trekkers met soms wel 5 aanhangwagens erachter. Er staat een filmpje van in de galerij. Suikerriet hoog opgetast. Het weegt weinig dus de vrachten zijn wel 5 meter hoog. Het suikerriet moet binnen 24 uur na oogsten worden verwerkt, anders verliest het veel suiker. Het is de belangrijkste agrarische sector en grondstof hier in Mexico: er wordt suiker van gemaakt, veel aan suiker gerelateerde produkten, het wordt gestookt om er een alcoholische drank van te maken en men gebruikt het voor de productie van ethanol.
Op het einde van de dag zoeken we een plekje bij een hotel in het stadje Tlatocalpan. Het ligt aan een grote rivier en de naam betekent “grond omringt door water”. Het is een heel rustige rivierstad gesticht in het midden van de 16e eeuw onder Spaanse Koloniale heerschappij. En dat is te zien. De gevels zijn kleurrijk, voorzien van vele houten of stenen zuilen/arcades, terracotta daken en patio’s. De architectuur is een unieke combinatie van Spaanse en Caribische invloeden. In 1998 werd de stad aangewezen als UNESCO Werelderfgoed.
Mexico is een enorm groot land. Het is ongeveer 50 x zo groot als Nederland en grenst aan de ene kant aan de Grote Oceaan en aan de andere kant aan de Golf van Mexico. Toen we hier voor het eerst waren, eind ’22, begin ’23 zijn we hoofdzakelijk aan de Grote Oceaan kant gebleven. Nu zitten we aan de geheel andere kant van het land. We verlangen naar koelte en de zee dus vertrekken we richting kust. Golf van Mexico. We lezen dat er op weg daarheen, in die regio, nog een mooie oude Cultuur heeft bestaan. We komen terecht op de “Sitio de la Venta”. Het is een archeologische vindplaats en een voormalig ceremonieel centrum van de Olmeken, één van de oudste beschavingen van Midden Amerika. Op die locatie zijn bij opgravingen tal van “stenen beelden en sculpturen” gevonden. Kolossale stenen hoofden. Voorstellingen van hun leiders.
Door de toenmalige bevolking gemaakt tussen 900 en 400 jaar voor Christus. Veel kolossale hoofden en Altaren. Maar wat jammer, het museum verkeert in deplorabele staat. Het gras en onkruid tiert welig en een aantal beelden zit vol vogelpoep. Maar gelukkig, we zijn hier op de vindplaats van de sculpturen en zien hier alleen replica’s. De volgende dag bezoeken we in de provinciehoofdstad Villahermosa het museum waar de originele stukken zijn uitgestald. Gelukkig hier mooi tentoongesteld in het openlucht museum. Deze vondsten laten zien dat de Olmeken een beschaafde cultuur hadden, met religie, macht en kunst. Als je de beelden goed bekijkt zie je veel details en vraag je je af hoe men dit ooit heeft kunnen maken en met welke materialen. Maar ook hoeveel tijd eraan is besteed en hoe de tonnen wegende rotsblokken werden getransporteerd of in de juiste positie werden gelegd om ze te bewerken. Als we later door een dorp rijden en de mensen daar zien, zeggen we tegen elkaar: “deze mensen lijken nog op die afbeeldingen ook”. Harde koppen, rond, ogen diep gelegen en een geprononceerde brede platte neus.
We zijn nu een paar dagen aan de kust. We moeten oppassen met het in zee gaan. De stroming is sterk en daarmee zijn we niet zo bekend. Er is bijna niemand en we gaan alleen de zee in als er ook anderen in zee zwemmen. Het is een graad of 28 en de frisse zeewind brengt heerlijke verkoeling. We verbazen ons altijd over de prachtige plekken die hier aan zee zijn. De weg loopt er vlak langs en er zijn hier geen duinen. Bij ons, in Nederland , is de zee iets speciaals. Je gaat een dagje naar zee: Naar Noordwijk, Scheveningen, Bergen etc. Hier rijd je gewoon langs de zee. De gewoonste mensen in de gewoonste hutjes en gewoonste huizen wonen hier gewoon. Bij ons zouden dat villa’s zijn. Voor de upper-class.
En weer een dag later: Marianne leest in een boek dat er een bijzondere begraafplaats is in een dorp dat we gaan passeren. Het is het kerkhof van Pomuch. Nu is het bezoeken van kerkhoven voor ons iets dat we veel en graag doen. Maar deze is echt heel bijzonder. Het kerkhof is wereldberoemd vanwege een unieke traditie rond Dia de Muertos ( Dag van de Doden): Families exhumeren (opgraven) na zo’n drie jaar de overblijfselen van hun overleden dierbaren, reinigen de botten en verpakken ze opnieuw in geborduurd textiel en zetten ze terug in een, ja, hoe noem je dat, in een soort stalletje. Daar staat dan een houten kistje met botten. En wat heeft een mens veel botjes. De schedel erbij vind ik wat luguber, maar verder heeft het wel wat. Het is geen macabere gewoonte maar een uiting van respect, liefde en voortdurende verbinding met de overleden familieleden. Families vertrouwen erop dat zolang de botten gekoesterd worden, de overlevenden spiritueel dicht bij hen blijven. Het doet me denken aan het volgende voorval. Een aantal jaren geleden is mijn moeder overleden. Die gaf bij leven aan dat ze graag bijgezet wilde worden in het graf van mijn vader. Toen de koster daar de voorbereidingen voor ging treffen vond hij een tand van mijn vader. Die gaf hij aan mij. Ik vond het hebben van zo’n stoffelijk iets van mijn vader heel bijzonder en bewaarde hem in een borrelglaasje in mijn werkkamer.
We gaan weer verder. We bezoeken nog een oude Maya-ruïnestad in de staat Yucatán: Oxkintok. Het is een Maya-stad die bewoond was van ongeveer 350 jaar voor Chr. tot circa 1200 – 1400 jaar na Chr. Er zijn veel van dergelijke archeologische sites in deze regio. De meeste zijn groot maar ook erg druk bezocht. De tourbussen rijden af en aan en je struikelt er over de alleen maar, zo lijkt het, selfie’s makende bezoekers. Waar wij zijn is niemand. Onvoorstelbaar eigenlijk. Er is een gids die een beetje Engels praat en we zien prachtige overblijfselen van tempels, Pyramides, altaren en bijgebouwen. We spreken hier over een beschaving van bijna 3000 jaar geleden. We komen bij een prachtige poort. Elk jaar, op 21 maart schijnt daar de zon precies doorheen en verlicht het binnenterrein.
Toen nog geen ingenieurs die met hoog technische apparatuur berekenden in welke richting de poort gesitueerd moest worden om dit fenomeen te kunnen bewerkstelligen. De bevolking was knap. Had verstand van de natuur en hoe het werkt. Het deed me denken aan de Aswan-dam in Egypte. Ik was daar in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Het is een stuwdam in de Nijl. De dam werd omstreeks 1960 gebouwd. Daarvoor moest een archeologische site wijken: de Tempels van Abu Simbel. Ook die tempel had een “doorkijk” waarbij de zon op 22 februari (zijn geboortedag) precies het beeld belichtte van Ramses II. Door de bouw van de dam zijn de tempels in de jaren ’60 verplaatst. Een leger van ingenieurs met de modernste apparatuur hebben zich ermee bezig gehouden de zon op 22 februari weer op Ramses te laten schijnen. Het is niet gelukt! Na de verplaatsing valt het zonfenomeen een dag later….
Deze streek is ook bekend om zijn “Cenotes”. Wat zijn dat nou weer, zul je zeggen. Nou, het zijn “watergevulde zinkgaten” en horen bij de meest bijzondere natuurverschijnselen van het schiereiland.
In de galerij staat ook een filmpje. De zinkgaten ontstaan als kalksteen door regenwater oplost en daardoor het dak van een grot instort en het heldere zoete water zichtbaar wordt. We bezoeken er enkele en ook hier weer: je hebt er waarvan echt een kermis gemaakt is. Gekleurde knipperende lampen en druk. We zoeken een paar pareltjes uit. We zijn weer bijna de enigen in het kristalheldere water. Ongelofelijk mooi. Hopelijk geeft het filmpje je een goeie indruk van het schoons dat wij hebben mogen aanschouwen en waarin wij ons hebben mogen bevinden. We kunnen er blijven overnachten en om 5 uur gaat het hek dicht en iedereen naar huis. Tijdens de koffie springt Marianne op van haar stoel. Een Tarantula, een spin zo groot als een schoteltje, met harige poten wandelt onder haar stoel vandaan. Een paar dagen later hetzelfde met een Heremietkreeft en een paar weken eerder hadden we een schorpioen op bezoek.
Zo net voor de Kerst rijden we verder door de regio waar iedereen over spreekt die naar Mexico is geweest: Yucatan, met als Provinciehoofdstad Cancun. Brede snelwegen met links en rechts dure hotels en resorts met aan de zeekant prachtige zandstranden waar de ligbedden naast elkaar onder de palmbomen staan opgesteld: de Mexicaanse Rivièra.
Ook de Mexicanen hebben nu vakantie. We willen graag aan het strand overnachten. Met het zand is hier wel iets speciaals te vermelden. Het wordt niet heet. Vaak is het zand, vanwege de hoge temperaturen, in de loop van de dag zo heet dat je je voetzolen verbrandt als je er zonder schoeisel overheen loopt. Maar hier niet. Het zand is hier van zeer fijn kalkgruis en dat bevat water. Ook houdt het grond- of zeewater vast en wordt het dus niet zo heet. Ik wist helemaal niet dat dat bestond. Ik kom er steeds vaker achter dat ik nogal veel niet weet…. We vinden een piepklein plekje, ingeklemd tussen de hotels, maar onder de palmbomen, op een soort hippie-plek waar een stuk of 6, 7 grote R.V.’s staan (een R.V. (recreative vehicle) is een camper op zijn Amerikaans: groot, met slide-outs (grote uitschuifbare delen) waar mensen al lang lijken in te verblijven. Er is van alles aan- en opgebouwd en het is er een verschrikkelijke zooi. We vinden iemand die -een-soort-van-beheerder- is, en we zijn van harte welkom. Het strand is mooi, het zand dus lekker koel en als we rechtsaf gaan dan zie je alleen maar mensen en ligstoelen. Maar linksaf, na 200 meter is het leeg en is er niemand meer.
Een paar dagen later rijden we door naar de grens met Belize. We zijn benieuwd. We zijn er nog niet geweest en de mensen die we spreken zijn er niet zo enthousiast over. De grens verloopt zoals eigenlijk alle grenzen hier. Van het ene loketje naar het andere en uiteindelijk heb je alle papieren en stempels verzameld en kun je rijden. Bij de laatste slagboom nog even een snelle inspectie in de bus: heb je geen verstekelingen bij je, geen wapens. En ook even in de koelkast kijken: groenten en fruit, honing, kaas, melk en vlees mogen niet mee. Nou ja laten we zeggen, we leggen deze spullen niet in het zicht…
In grote delen van Belize wonen ook weer Menonieten. Ook in Canada zijn we die tegengekomen en heb er uitgebreid over geschreven. Maar even een geheugen opfrissertje: Het is een Christelijke geloofsgemeenschap die ontstaan is in de 16e eeuw en opgericht door de Fries Menno Simons. Ze behoren tot de dopersbeweging. Eenvoud en soberheid, gemeenschapszin en naastenliefde zijn uitgangspunten in hun geloof. Sommige groepen leven modern en open, anderen zijn gesloten en weren contact af. Ze bezitten boerderijen en werkplaatsen en behoren tot de top. Maar de conservatieve boeren bijvoorbeeld, hebben geen stroomaansluiting, mobiele telefoon of computers. Ze werken op het land met paarden en hun wagens mogen geen rubberen banden hebben. Maar het zijn grote boeren. Ze telen soja, mais of houden vee. We stappen eens op onze fiets en doorkruisen hun gebied.
Het is 23 december. We zien op i-Overlander, onze reis-app een plek waar we kunnen overnachten. Een uurtje over de grens. Als we aankomen is er niemand thuis. Maar dat is niet zo heel ongewoon hier. We rijden de tuin in en parkeren ergens op het gazon. Na een paar uur komt de familie thuis en ze heten ons hartelijk welkom. En daar blijft het niet bij. Lucas en Maria, een stel van een jaar of 55, nodigen ons uit op hun barbecue op Kerstavond. Eigenlijk willen we niet zo lang blijven, maar we nemen de uitnodiging aan. En we hebben er geen spijt van. Probeer je voor te stellen: wij zijn wildvreemden voor elkaar. Maar je voelt (zowel wij als zij) dat je hier een mooie ontmoeting kunt hebben. Zij zijn erg geïnteresseerd in wat ons drijft en hoe onze cultuur er uitziet en dat voor ons omgekeerd. Ze hebben lieve kinderen en al meerdere overlanders in hun tuin als gast gehad. En als de hevige regenval op kerstavond roet in het bbq-plannetje gooit mag dat de pret niet drukken. De bbq wordt uitgesteld tot morgenmiddag en nu eten we kip en vooraf “Ceviche”: een Latijns Amerikaans gerecht van rauwe vis die “gaart” in citrus. Fris en licht. Heerlijk. De voertaal in dit land is Engels dus dat praat lekker makkelijk. Met z’n allen treffen we de voorbereidingen. En de omstandigheden hier, de keuken en haar uitrusting bijvoorbeeld, maar ook het bouwen van de overkapping voor als er weer een bui mocht vallen, zijn wel anders hoor. De keuken is groot. Een grote tafel en 2 6-pits fornuizen. Gebouwd met sandwich-panelen en als het regent is het een oorverdovende herrie van de regendruppels op de on-geïsoleerde platen. Als ik met mijn Nederlandse ogen in de keuken rondkijk dan mis ik bijvoorbeeld een aanrecht. En een kraan. Bij ons is dat zo vanzelfsprekend en denken we onmisbaar. Nee hoor, allemaal niet nodig. Even om-denken. Je kunt toch ook buiten afwassen. Daar zit op kniehoogte een kraantje. Daar kun je je teiltje toch vullen. En heet water dan? De meeste afwas kun je gewoon met koud water en sop doen. De aangebrande en vette pannen dan? Oke. Koken we wat water voor. Wat zijn deze mensen gastvrij. Als we vertellen hoe de meeste mensen in Nederland wonen, en dat het bij ons zo vol is, is dat bijna niet uit te leggen. Nederland is iets minder dan 2 x ze groot als Belize. Hier wonen 425.000 mensen. In Nederland 18 Miljoen! Hun kinderen zitten allemaal op school en mogen doorleren als ze dat willen. Hun dochter is nu 15 en wil straks, als ze 17 is, naar Duitsland om daar “Business” te gaan studeren. Haar ouders stimuleren dat en wij spreken onze verbazing erover uit dat je dit op 17-jarige leeftijd, vanuit deze achtergrond, wilt en kunt gaan doen. Ze vertellen over hun dorp, de community en dat het belangrijk is dat je als dorp dingen samen doet. Onderhoud van de wegen bijvoorbeeld maar ook, het is hier een vissersdorp, onderhoud en bereikbaarheid van de haven en afspraken over wie, wat en waar gaat vissen. “Maar dat laatste wordt steeds moeilijker” verteld Lucas. “De boten en de uitrusting worden steeds duurder en er moet geld verdiend worden”. En Maria heeft een soort van “Gezondheidspost” aan huis. Hier kunnen mensen, gewoon in de keuken, worden getest op malaria, dengue of diabetes. Als we vertrekken lijkt het bijna of we familie achterlaten.
Een dag voor oudjaar zijn we neergestreken op een plek waar we nog andere overlanders gaan ontmoeten. Een paar dagen geleden komen ons 2 motorrijders tegemoet. Ze manen ons tot stoppen om een praatje te maken. Het zijn de Duitse Barbera en Robert. Al jaren onderweg op de motor. Ze zullen hier vandaag of morgen ook aankomen. Ze vallen met de kont in de boter want Marianne gaat weer oliebollen bakken.
Ik ga stoppen. Marianne zit buiten klaar met kam en schaar. Mijn haar moet worden geknipt. Moet immers een beetje fatsoenlijk het nieuwe jaar in.
Voor iedereen een goeie roetsj, zeggen we in Limburg en een heel gelukkig en gezond nieuwjaar. Vanzelfsprekend ook namens Marianne.
Bert.

















































We hebben jullie in Chili ontmoet aan de oceaan in het nationaal park Pan de Azucar. We volgen sindsdien jullie blog.
Donderdag 8 januari heb ik een intake gesprek.
Voor jullie de allerbeste wensen en in goede gezondheid deze reis mogen maken.
goed en veilig reisjaar. groetjes van ons.
.