Weer thuis in Colombia.

1 november 2025 - Bogotá, Colombia

Met onze laatste week in Nederland wordt de drang weer terug te keren naar Zuid Amerika met de dag sterker. Als we klaar zijn met knuffelen zijn we er dan ook klaar voor. Zelfs onze oude boxer Primus was nog van de partij. 

Marianne en Primus.

Het is fijn geweest en we hebben genoten van de gastvrijheid. Hartverwarmend. We willen niemand tekort doen, maar Gina, vriendin van Marianne, en Bart haar man, moeten genoemd worden: Hun "Boerderieke", een soort "buitenverblijf voor bofkonten", met óns vakantiehuis op wielen bij de hand, met prachtige tuin, boomgaard met doorlopend vers fruit, dieren, ruimte en stilte, was voor ons de uitvalsbasis gedurende ons verblijf van 3 maanden in Nederland. 

Het "boerderieke van Bart en Gina.In de tuin van het "boerderieke".

Van daaruit deden we het benodigde tussentijdse regelwerk (nieuwe paspoorten, rijbewijs, bankpassen, visa voor VS etc.) en bezochten we familie en vrienden. Voor een paar maanden sedentair. Niet voortdurend doortrekken zoals we dat inmiddels gewend zijn. Nee, nu weer op de plaats rust.

Op 1 oktober brengt mijn broer Jan ons naar het vliegveld. Met het opstaan om 04.15 in de ochtend hebben we geen problemen. “Vamos” (gaan in het Spaans) zei Marianne toen de wekker ons wekte. De vlucht verloopt voorspoedig. Inchecken, bagage, douane, het duurt allemaal nog geen uur. De voorgenomen staking van de bagage afhandelaars en andere harde werkers gaat gelukkig niet door. Ons vliegtuig vertrekt om kwart voor 11 in de ochtend, het is 12 uur vliegen en we komen “s middags om kwart voor 4 aan. 7 uur tijd verschil met Nederland. Het gaat een lange dag worden. Het weer is helder en bijna de hele dag kunnen we zien wat er onder ons voorbij komt. Piepklein allemaal. Maar je ziet de zee, de bergen, meren, wouden en nog veel meer moois als stipjes onder je door gaan. Als een kilometer of 10 voor Quito de daling wordt ingezet is dat een ware herkenning: Kleine akkers, eenvoudige huizen, stoffige wegen en golfplaten daken. We zijn er weer. Al in de slurf van het vliegveld ruiken we de zo kenmerkende geur en vochtigheid van de tropen. De rij voor de douane is lang maar je komt altijd aan de beurt. Met de eerste stempel in ons nieuwe paspoort  passeren we de douane en staan we buiten.

Onze bus staat in Ibarra. 120 km. vanaf het vliegveld. Die hebben we daar 3 maanden geleden geparkeerd op een camping van een Duitser. Als we besprongen worden door de taxichauffeurs en ik een taxi vraag voor Ibarra, valt de deksel op onze neus. De weg is versperd. Er zijn protesten, stakingen en wegversperringen. De sfeer is grimmig. De mensen protesteren tegen de plannen de subsidie op diesel in te trekken, tegen de BTW verhoging, hoge voedselprijzen  en landrechten. Gaat niet lukken. Wel is er een mogelijkheid via een grote omweg. Waar de rit normaal een uur en een kwartier duurt, wordt dat er nu eentje van 700 km. en 13 uur. Maar er zit niets anders op en we zijn blij dat het zo kan. Het is niet geheel zonder risico vertelt de taxi chauffeur als hij ons om half 5 in de ochtend bij ons hotel oppikt, maar meestal gaat het goed en zijn er op de route geen protesten of wegversperringen.

Om half 5 in de ochtend, het is nog pikkedonker,  is het in Quito ook voor onze lokale taxichauffeur oppassen geblazen. Als we in een wijk komen waar het niet veilig is negeert hij de rode stoplichten. “Motorfietsen met 2 personen erop blokkeren je auto als je stilstaat bij het stoplicht” vertelt hij, “en forceren je portieren of gooien je raam in en willen alles hebben: geld, telefoons, navigatieapparatuur en al het andere van enige waarde. Gelukkig gebeurt en niets en we kunnen lekker doorkachelen. Tegen elven lunch bij een benzinepomp. We eten een broodje en gaan weer verder. Ik heb nog nooit in een auto gezeten waarin de chauffeur zoveel appte. Constant. Vooral met zijn collega, uit veiligheidsoverwegingen rijden we in konvooi, die achter hem reed. Op een gegeven moment komt er een bericht dat er ook op onze route blokkades en protesten zijn. Maar ja, we zijn dan al over de helft en besluiten door te rijden. Later blijkt dat er inderdaad eerder op de dag  op die plek een blokkade was. Nu zien we nog wat resten van verschroeide autobanden langs de weg. Om half vijf komen we aan in Ibarra. Opgelucht en blij dat we er zijn. We  weten niet hoe snel we onze autosleutels moeten opsnorren. Eerst olie peilen en starten maar. Geen probleem. Niet heel vreemd; de auto heeft maar drie maanden stilgestaan, maar toch. Gelukkig ook geen vieze geurtjes, schimmelvorming of wat dan ook. We zoeken een leuk plekje op de camping. Tas uitpakken komt morgen wel, drinken een biertje en liggen om half 8 in bed.

We hebben een paar dagen nodig om de bus in te ruimen, boodschappen te doen en enkele kleine reparaties uit te voeren; Kleine frutseldingen, een sluiting van een kastje, een nieuwe ventilator voor de badkamer, maar ook moet er een lager van de aandrijfas vervangen worden en een stuurkogel. Die onderdelen heb ik meegebracht uit Nederland.

Onze camping ligt aan een meer. Als we op de zondag van 5 oktober daarmee klaar zijn besluiten we een rondje om dat meer te lopen. 14 kilometer weekend: Langs het meer zijn talloze (wel meer dan 100 denk ik) restaurantjes. Ze serveren allemaal vis. Er heerst een drukte van belang. Veel gezinnen met kinderen. Er wordt gespeeld, geflaneerd, gewandeld, gefietst. Maar ook zie je gewoon iemand met een koe. Tsja, die moeten ook geweid worden. Weekend of niet. Ons valt op dat het hier nog echt weekend is. Door de week is hier werkelijk niets te doen. Wij eten net als iedereen een heerlijk gefrituurde Tilapia.

Al weer bijna 3 jaar geleden reden we, nou ja, eigenlijk ík, het dakraam kapot onder een covered bridge (een antieke overdekte brug) in Canada.

Covered bridge                                                                                                                                                                                                                                                            Wij zijn 3.05 m. hoog en er stond een bord van 3.00 m. Ik dacht ‘da gaat wel’. Nee dus. Tijdens ons verblijf in Nederland wisten we aan een nieuw raam te komen. De KLM wilde het niet meenemen (te kwetsbaar), DHL wel. De dag voor we vertrokken heb ik het pakket afgeleverd bij DHL Maastricht en een paar dagen later zou het, net als wij, aankomen in Quito.

Als we ons melden bij DHL Ibarra  blijkt het raam nog in Quito te liggen. Bij de douane… Moet nog ingeklaard worden. Douane heeft nog vragen en wil eerst in contact komen met de ontvanger en vanwege de protesten en wegblokkades kan niet worden gezegd wanneer een en ander, nou ja, vul de rest maar in….

Weer terug op de camping zie ik een Ecuadoraans nieuwsbericht dat de onlusten in het land toe nemen. Onderhandelingen tussen de protesterende partijen en de regering hebben niets opgeleverd. Standpunten zijn verhard en daarop heeft de president in  grote delen van het land de noodtoestand uitgeroepen. De overheid krijgt dan extra bevoegdheden en normale wet- en regelgeving kan tijdelijk buiten werking worden gesteld. Ook kunnen de grenzen worden gesloten. En dat zou slecht uitkomen. We zitten wel op een veilige plek maar kunnen geen kant op. We besluiten dan ook de volgende dag het land te verlaten. De weg naar de grens met Colombia is veilig. Er zijn geen protesten of blokkades. Maar ons raam dan? Nou we zien wel. We blijven een paar weken in het zuiden van Colombia en als het raam aankomt en vrijgegeven wordt (ik moet het nog zien), dan rijden we terug.  Als het er veilig is. Zo ver is het nou ook weer niet.

 We zijn dus een beetje gevlucht. Op de dag van vertrek vroeg wakker. Fietsen opgeladen, verder alles ingeladen, afscheid genomen van mede-overlanders waarvan sommigen al weken daar vastzitten, en gaan met die banaan. Bij de grens verloopt alles vlot. Het is er druk en “fixers”, jonge jongens die hun diensten willen aanbieden: je de weg wijzen, een parkeerplaats, geldwisselaars etc. en daarbij op luide toon en met woeste gebaren allerlei aanwijzingen geven zoals, rijden! Stop! Kom maar!,…. voel je’m al aankomen? Met het achteruitrijden trek ik bij een andere auto de bumper er van af. Oei.  Gelijk veel volk erbij. Mijn fout. D’as helder. Ik kom in gesprek met de eigenaar en die zegt, nadat hij met-weet-ik-wie heeft gebeld, voor 2 miljoen (!) schade te hebben. Gelukkig geen Euro’s maar Pesos. Iets meer dan 450 Euro. Ja en daar kun je als buitenlander lang over bakkeleien maar er zit maar één ding op: Betalen. Jammer geld maar het is niet anders. Is mijn eerste schade tijdens dit avontuur in 3,5 jaar tijd. En aan onze auto? Niets te zien.

Pas op

Aangekomen in Colombia zoeken we Ana weer op. Ze heeft plek om overlanders te ontvangen en een paar jaar geleden zijn we er ook geweest. We blijven er een paar dagen. In een nieuw land moeten er altijd een paar dingen eerst geregeld worden. Een WA verzekering voor de auto bijvoorbeeld, een simkaart en dat soort dingen. In de stad is weer in tegenstelling tot Ecuador veel straatleven. Veel handel op straat en op het trottoir: kleding, een tafeltje met je eigen sinaasappels, meloenen of mango’s. Later klim ik nog het dak op van onze bus. Het dakraam ziet er echt slecht uit. Het lekt niet maar bij de scharnieren is het ernstig gescheurd. Als ik er mee bezig ben komt Ana kijken. Die heeft een gouden tip om de scheur te repareren. “Hier gebruiken ze super glue (één secondelijm) en baking soda”. Je maakt de scheur schoon, beetje lijm erop en dan baking soda. Een beetje tussen je vingers zoals je zout op een eitje strooit”. Het werkt als een tierelier. Als ik de baking soda op lijm strooi begint het te roken en binnen een paar minuten is de scheur  gelijmd en keihard. Het werkt echt super. Voorlopig daar geen zorgen meer over.

Raam reparatieRaam reparatieBert op het dak

De volgende dag gaan we weer eens verder. Er staat een vulkaan op het programma. De wandeling naar de top is zwaar. Starten op 3300 m. en dan gedurende 8 km. 1200m. stijgen. Als we op de plaats van vertrek aankomen besluiten we een dagje te wachten. De afgelopen dagen waren we op plm. 2800m. Even acclimatiseren tegen hoogteziekte. Ter voorbereiding maken we op die dag een wandeling naar een nabijgelegen laguna. Onderweg komen we nog een mooi fenomeen tegen dat je hier vaak ziet. We zijn hier in een gebied waar uitsluitend indigenous people (oorspronkelijke inheemse bewoners) leven. Die leven hier eenvoudig. Ze hebben een koe of telen aardappels. Sommigen, waar we nu staan bijvoorbeeld, leven van het toerisme. De man op wiens erf we nu staan is morgen onze gids (die is hier verplicht vanwege veiligheid. De laatste uitbarsting is in 2012 geweest) bij de beklimming van de vulkaan. De centrale overheid heeft hier geen grote rol. De mensen regelen het zelf. Zo zagen we vanmorgen dat er wel 50 mensen met een schop een sleuf langs de weg aan het graven waren  voor het aanleggen van waterleiding. Het hele dorp is betrokken. Uit respect maken we dan geen foto’s. Maar die zouden wel mooi geweest zijn hoor!

Maar morgen de berg op. Vertrek morgenvroeg om 02.00 uur. Bijtijds, niet? Het is hier regentijd en dan is het meestal ’s morgens droog. Het is 5 uur op en 4 uur neer. Zijn we dus hopelijk voor de regen weer thuis.

Beklimming Volcan Combal.

Om 1.30 u gaat de wekker. We zetten koffie en maken thee om mee te nemen. Thee van coca-bladeren. Schijnt te werken tegen hoogteziekte en mensen kauwen hier ook op de bladeren. Krijgen ze energie van en stilt de honger. Ondanks het vroege uur zijn we klaar wakker. Als de gids arriveert gaan de zaklampen aan en gaan we op pad. Het miezert licht en doen onze regenbroeken vast aan. Het is niet koud en het restantje van de maan piept voorzichtig door de wolken. Misschien doet t’ie dat bij jullie ook wel. Het eerste stuk gaat door het dorp over een half verharde weg. Al snel lopen we het dorp uit en voert een pad ons door de Paramo: Dit is een eco-systeem in het hooggebergte rond de evenaar, boven de bosgrens. Het bestaat uit struikgewas, graslandvegetatie en een koud klimaat.  Ook een constante mist is een kenmerk van zulk een gebied. Je ziet aan deze omstandigheden aangepaste flora. Vetplanten, cactusachtigen en mossen die als sponzen fungeren om het water vast te houden en weer af te geven.

Fraille JonesTerugweg van de topFreijoles Jones

Het paadje waarop we lopen loopt langs een diepe geul waarin het water van de bergen af komt. Nou ja, paadje, eigenlijk is het niet meer dan een modderige richel. Het is 3 uur in de nacht en pikkedonker. En toch, met een zak- of hoofdlamp kun je goed zien waar je loopt. Je wordt ook niet afgeleid door wat je normaal overdag ziet in de omgeving. Modder, plassen, stenen, rotsblokken, alles komt voorbij. We lopen door diepe, door het water uitgesleten geulen. Zulke paadjes splitsen zich voortdurend maar komen op een gegeven moment toch allemaal weer uit op het hoofdpad. We lopen lekker door. Best vaak wordt er een opmerking gemaakt over onze leeftijd in combinatie met onze conditie. We zeggen dan altijd maar dat we dan ook lang hebben kunnen oefenen…. We verbazen ons wel over de conditie van jongeren hoor. Waar moet dat heen, waar moet dat heen.....(Ja, ik ben een ouwe l)

Vulcan CumbalBeklimming vulcan de Cumbal

Na een paar uur gaat de Paramo over in een nog steilere helling. Geen weide meer, geen bomen, geen taai struikgewas waaraan je je nog wel eens kunt vastgrijpen. Alleen stenen en puin. En steil! Van beneden (3500 m) naar boven (4723 m) is maar 8 km. 4 en half  uur lang klauteren we omhoog. We zitten al weer een paar weken in de bergen. Van hoogteziekte hebben we gelukkig geen last. Wel, toen we bijna bij de kraterrand waren, duizeligheid. Niet tijdens het lopen maar als je even stilstaat. Omdat het zo steil is, is dat best gevaarlijk. Aan touwen of reling doen ze hier niet. We ruiken de zwavel. Dan plots, een kratertje waar een sterke zwavellucht uitspuit. Dan zijn we boven. Lichte bewolking neemt het zicht op de krater weg maar het doel is bereikt. Het landschap rond de krater is ruig. Grote blokken lava maar ook gaten waar de krater zwavel uitspuit en daaromheen is het helemaal geel. Felgeel. Bizar om te zien. Het is er koud. Het is kwart over 7 in de ochtend. Na een half uurtje gaan we terug en zien dan eigenlijk pas hoe slecht het pad was dat we vanochtend in het donker hebben gelopen. Terug bij de bus waren we kapot. Wat gegeten en nog een paar uurtjes het mandje in.

Bijna bovenOp de top van de CumbalGeiser op de cumbal

’s Avonds ook weer zoiets moois. We overnachten bij een meer. Het is zondag en dan is het op zulke plekken altijd druk. Nou ja druk, er zijn wel 10 auto’s! Op zulke plekken zijn ook restaurantjes waar je voor een habbekrats lekker kunt eten. Wel eenvoudig maar da’s  juist leuk. We wandelen ergens een donker uit schroothout en golfplaten opgetrokken gebouwtje binnen. Er brand een groot vuur en een oude mevrouw – in vol ornaat- zit bij het vuur en roert in enorme ketels. We eten el menu del dia. Het menu van de dag. Hier bij het meer zal het elke dag hetzelfde zijn want hier gaat men uit vissen. We eten gefrituurde forel, rijst, wat groente en aardappelen. We zijn de enige gasten en het restaurant wordt gedreven door een familie bestaande uit man en vrouw en oma. Jawel, de dame bij de potten. We raken ermee aan de praat en moeten op de foto. Oma trekt haar vuile schort uit, doet haar hoedje af en poseert.

Laguna CumbalIn het restaurant van oma.

De volgende ochtend trekken we weer verder. Vandaag een rondje om een andere vulkaan. We zakken 1500 m. en komen in een totaal andere, beboste omgeving die aan het regenwoud doet denken. Bananen, koffie, avocado's, citrusvruchten. Alles komt voorbij. We staan in de tuin van Gloria. Prima, maar ze zou ons wel iets meer met rust kunnen laten. Dat we haar taal nog niet zo goed beheersen, dat doet haar niet zo veel. Ze ratelt maar door.

We kunnen hier ook de was doen. Ze hebben hier trommels die wel 2x zo groot zijn dan in Nederland. Daar gaat echt een berg in. We kleden ons uit boven de wasmand. Het programma duurt maar drie kwartier, het water is koud en de was is schoon. Wapperdewapper aan de waslijn en we kunnen er weer een paar weken tegen. De dagen dat we er staan komt Gloria ook nog van alles brengen: bananen in een servetje, héél slappe koffie, limonade. En ’s morgens maakt ze ontbijt. Bij de prijs inbegrepen. Als Marianne haar bij vertrek een visitekaartje geeft, neemt ze dat in ontvangst of het een goudstaaf is. Een traan biggelt over haar wangen.

Bij Gloria in de tuin

De volgende ochtend krijgen we een sms van de Rabobank. Onze creditcards zijn, zoals de Rabobank dat zegt “in de detectie gelopen”. Oei. Onze gegevens zijn mogelijk in verkeerde handen gevallen en onze kaarten zijn geblokkeerd en moeten worden vervangen. Fijn en niet-fijn natuurlijk maar voorlopig kunnen we ook met onze gewone pinpassen betalen en geld afhalen. Gelukkig hebben we lieve mensen gevonden in Nederland ( ja jullie, Ilse en Angelique!) die bereid zijn de nieuwe passen te ontvangen en op te sturen naar ons straks als we ergens in een grote stad zijn.

Intussen wachten we ook nog steeds op bericht van DHL. Ons nieuwe dakluik ligt nog steeds bij de douane in Quito. De douane wacht daar, het is 18 oktober,  op een document dat ik op 8 oktober al naar DHL heb gestuurd. Ik schrijf e-mails, ik app, maar het levert allemaal niets op. Er komt geen reactie. Als ik van de douane het bericht krijgt dat de zending “dreigt te worden vernietigd”, stuur ik ook dat bericht door naar DHL. Niets. Tot vandaag: Bericht van DHL: “de douane dreigt uw zending te vernietigen. Excuses voor het ongemak en als u vragen hebt, belt of mailt u gerust.”

Chat van DHL

Ik heb maar een klachtenbriefje geschreven. De zending is ook verzekerd. Maar of er ook uitbetaald gaat worden? Meestal is dat nou juist niet de bedoeling van verzekeringsmaatschappijen. Maar niet getreurd hoor, de reparatie met secondelijm en baking soda is super. Straks lijm ik er nog een polyester matje over en dan…., gaan als de brandweer. Als nieuw!

Omdat we nu verder opstomen naar het Noorden willen we niet dezelfde weg nemen als 2 jaar geleden toen we naar het zuiden reden. Maar dan moeten we over de beruchte “Trampoline del Muerte.” Ik lees over de weg op internet: Una carretera peligrossa entre Pasto y Mocoa que, por su estrechez y abismos, se asemeja  a una cama elástica. In mooi Nederlands: De springplank van de dood. Het is een gevaarlijke weg tussen Pasto en Mocoa die, vanwege zijn smalheid en afgronden op een trampoline lijkt. Maar gelukkig is er de laatste jaren flink aan de weg gewerkt. Hier en daar nog wel wat smal maar niet gevaarlijk. Wel opletten. Vangrail ontbreekt en waar die wel is, zie ik, is die op sommige plaatsen met een strooitouwke aan een weipaal gebonden.  Kortom, hier en daar wat uitdagingen maar goed te doen. Marianne heeft er ook nog een filmpje bij gemaakt. Staat in de galerij. 

Trampoline del muerte 2Mariabeeld in de kerkTrampoline del muerteTrampolina del muerte 1Binnen keek er eentje in alle kastjes

Als we uren later, 7 uur, 73 km., beneden komen (van 2950 m. naar 680 m.) valt het Amazone regenwoud als een warme deken over ons heen. We kunnen tot bedtijd buiten zitten en ontbijten de volgende ochtend lekker in de zon.

Het gebied dat we hier doorkruisen wordt hoofdzakelijk bewoond door “indiginous people”: Oorspronkelijke inheemse bewoners van het gebied voordat de kolonisten of de immigranten kwamen. Kenmerkend is hun unieke culturele identiteit (we zagen op zondagmiddag in een klein dorp een indiaan met een verentooi op zijn hoofd), en het in stand houden van tradities, gebruiken, heilige plekken en natuurlijke hulpbronnen. De centrale overheid is in zo’n gebied niet nadrukkelijk aanwezig. Enerzijds wordt dat door de oorspronkelijke bewoners niet gewenst, anderzijds levert dat ook weer spanningen op en voelen de oorspronkelijke bewoners zich achtergesteld op gebieden waar het gaat om goede infrastructuur: wegen, drinkwater, onderwijs, gezondheidszorg, telefoon en internet. Maar als toerist kun je hier, als je niet naar afgelegen gebieden gaat, veilig verblijven. Wel opletten. Met name in steden waar je niet kunt doorrijden. Fijne jongens, meestal met z’n tweeën op een brommer, gaan voor je rijden en gooien een “kraaienpoot” voor je wielen. Rij je je band kapot, dan bieden ze je uiterst vriendelijk aan je naar een bandenreparatiebedrijf te  brengen… De politie heeft hier weinig te vertellen, beter, je ziet ze niet. Maar een dag later, bijna weer het tegenovergestelde. We besluiten naar “Desierto Tatacoa” te gaan.  Deze woestijn ligt in het zuiden van Colombia, in het departement Huila. Ze strekt zich uit over zo’n 330 km². Ondanks de naam is het geen echte woestijn, maar een tropisch droog bos dat door miljoenen jaren van erosie is gevormd.

Tatacoa de rode rotsenDesierto de TatacoaRoute door de Tatacoa

Vroeger was het een vruchtbaar gebied vol vegetatie. Nu alleen nog wat geiten die hier en daar aan een paar doornige struiken staan te trekken. Maar blijkbaar hebben ze weinig nodig. Daar staan ze trouwens om bekend. Ze zien er goed uit hoor. Het landschap bestaat uit klei- en zandformaties die door wind en regen zijn uitgesleten tot een soort labyrint van canyons, kloven en pilaren. De kleuren, rood in het gebied Cuzco en grijs in Los Hoyos, komen van verschillende mineralen in de bodem. Het is er heet en droog. Overdag 37 graden, ’s nachts nog 30. Er zullen hier in het juiste seizoen vast veel toeristen komen. Nu is er geen hond. Aan de onverharde hoofdweg  vormt zich gebroederlijk naast elkaar een lang lint van restaurantjes. Maar er is niemand. Wij rijden er voorbij en zoeken een plekje wat verder weg. We komen aan bij een camping waar wel plek is voor 100 mensen in Cabañas (kleine huisjes), maar nu is er niemand. We staan moederziel alleen op een enorm terrein met een uitzicht van wat heb ik jou daar. We gaan weer lekker een stuk wandelen. Het is heet maar het zwembad brengt heerlijke verkoeling. Maar hier, in dit gebied, leeft alleen de inheemse bevolking. Er wil hier niemand anders wonen. Buiten het toerisme zijn er hier geen middelen van bestaan. We komen in gesprek met Vincentio. Hij is de beheerder van deze plek. Op mijn vraag vertelt hij dat het hier rustig is, iedereen kent elkaar, geen problemen met drugs of smokkelwaar in dit gebied. Kortom super veilig. Vanwege de hitte staan de deuren van de auto wagenwijd open als we, 200 meter verder, aan het zwembad zijn. Er is hier geen stroom. Wel zonnepanelen die het hele complex 24 volt leveren. Ook is er wifi.

Kampeerplek DesiertoMarianne op de hangmat.Regenboog

We boeken hier dan ook maar  de oversteek van Cartegena in het noorden van Colombia, naar Veracruz Mexico. We hebben een datum en hebben voor 1 december een plek op de ferry gereserveerd. We kunnen op ons dooie gemak Colombia verder ontdekken.

We zetten onze reis voort door het woestijn gebied. De inheemse bevolking hier ziet er anders uit. Ze zijn wat meer gedrongen en het hoofd is ronder. En iedereen rijdt op een brommer. Dat is hét vervoermiddel hier. De kleine dorpen waar we doorheen komen maken enerzijds een bedrijvige indruk: veel winkeltjes, restaurantjes, handel op de stoep, kleine vrachtautootjes en pick ups die van alles in- en uitladen, anderzijds wordt er ook veel gezeten: op een bankje voor het huis, op terrassen bij lege tafeltjes, op de hoek van de straat. Maar er zijn hier dan ook maar weinig mensen die voor een baas werken. Je moet je eigen broek ophouden. "Dagloners" zie je wel. 's Morgens vroeg zie je groepjes mannen wachten op de hoek van de straat of het dorpsplein op een eventuele klus. Ze hebben dan hun eigen gereedschap bij zich. Een boormachine, kettingzaag, lasso, schop of hak, bijl of grote hamer. Een dag werken levert ze dan ongeveer 10 euro op en één maaltijd.

26 okt. Beneden de 2000 meter is het lekker weer dus we blijven nog even beneden. Op I-Overlander zien we een plek waar nog, zo lijkt het,  niemand is geweest. De enige review is door de eigenaar zelf geschreven. Hij heet Hector en bevindt zich, als we aankomen, in een gebouwtje. Hij draagt militaire kleding en er zijn ook nog een paar andere militairen. Maar ook poppen in militaire kleding waaraan van alles ontbreekt: afgerukte benen, hevige wonden etc. Een beenprothese. Waar zijn we nou weer aangeland.  Wat blijkt, Hector is een oorlogsveteraan heeft ook in het Vreemdelingenlegioen in Frankrijk gezeten, heeft gevochten in Kameroen en Congo en geeft nu trainingen aan soldaten die betrokken zijn geweest bij oorlog, geweld en maten hebben zien sterven op het slagveld. Psychische steun. Hector heeft hier in Colombia 3 broers en zijn vader verloren in de oorlog in de periode (2010-1016) toen  de Farc, de ELN, de para militairen en het regeringsleger in een hevige guerrilla oorlog met elkaar overhoop lagen.

Het kamp van HectorOvernachten bij HectorLesmateriaalLesmateriaal 2

Het is een aardige man. Heeft een flinke rugzak maar maakt zich op deze wijze dienstbaar aan de samenleving. Hij woont op een mooie plek in de bergen. “Hier is het rustig ” vertelt hij als  we aan de praat raken. “Hier zijn geen coca plantages (te hoog), geen marihuana, geen smokkel of afpersingspraktijken.” Maar hoe kun je al dat leed met je meedragen, vraag ik. “Ik wandel veel met de honden hier in de omgeving en daarmee maak ik mijn hoofd leeg". Ontwikkelt Colombia zich?, vraag ik. “Het gaat wel beter” zegt hij “maar ik ben niet optimistisch. We zijn er nog lang niet. De drugswereld is machtig”. En de financiële belangen te groot, merk ik op. Dat beaamt hij. “Er gaat zoveel geld in om en regeringsleiders en ambtenaren pikken daar maar al te graag een graantje van mee en draaien daarvoor hun hoofd weg".

Net op het moment dat Marianne wil gaan koken komt hij ons uitnodigen voor het avondeten. Gaspitje dan maar weer uit. Het is eenvoudig maar prima. Wat een gastvrijheid.

Mee eten bij Hector

Als we de volgende dag op weg gaan naar Bogotá zitten we al snel midden in de drukte. Het is de hoofdstad van het land met zo’n 10 miljoen inwoners. De stad ligt 2640 m. boven zeeniveau. De naam van de stad stamt af van Bacatá, een verblijfplaats van de Muisca-Indianen. Tot 1940 groeide de stad langzaam maar vanaf toen trokken veel Colombianen naar de stad op zoek naar meer economische voorspoed. Nu is de stad het belangrijkste centrum van Colombia in zowel, financieel, politiek als cultureel opzicht. Het is een voortdurend groeiende wereldstad met in het centrum veel hoogbouw. Het is er relatief veilig maar sommige wijken moet je vermijden: nog maar 30 jaar geleden was de wijk El Cartoucho de gevaarlijkste wijk  in een van de meest gewelddadige steden van de wereld. Tijdens ons bezoek zijn er voor ons geen negatieve ervaringen. Op sommige straathoeken zie je wel particuliere beveiligers met gevaarlijk uitziende honden die de omgeving in de gaten houden.

Bewaker met hond.

Bij de regeringsgebouwen en kazernes ook veel militairen. Met hele grote geweren. Wij zijn, zoals altijd in de steden, op onze hoede. “Bij die twee is niks te halen” zullen ze wel denken als ze ons zien lopen. Houwen zo. We hebben de auto voor 5 dagen geparkeerd op een z.g. Parquedero. Dat is een bewaakte parkeerplaats en zelf hebben we intrek genomen in een leuk appartementje in de wijk La Candelaria.

Calle 10Onze wijk

Dit is het oudste deel van de stad. Doen we eigenlijk altijd. Het historisch centrum van de stad is altijd het meest interessant. Het is vlakbij het belangrijkste plein van de stad, Plaza de Bolivar, omgeven  door talloze ministeries en regeringsgebouwen. Het is een levendige wijk, vol herinneringen  aan de Spaanse koloniale ambities en bevolkt door studenten, ambtenaren, soldaten, kunstenaars en toeristen. De muurschilderingen zijn betoverend mooi. De Catedral Primada op het plein is prachtig. Gebouwd in 1823. De Spaanse architect was aanhanger van de Griekse en Romeinse bouwkunst. Vele tientallen meters hoge pilaren versierd met bladgoud, slingers en andere zwierige vormen. De Catedral beslaat maar liefst 5300 m2 en biedt plaats aan 2200 gelovigen. De glas-in-lood ramen zijn fantastisch mooi. En die lichtinval!

Plaza Bolivar met de Catedral Metropolitan In de Karmelitessen kerkNossa Senora do CarmenMuurschildering in de CandelariaWijk CandaleriaBogotáMuurversiering gemaakt van doppen

Ik heb al een paar dagen last van mijn rechteroor. Het wil niet “klaren”, en dat is lastig als je hier in de bergen bent. Je beweegt je van laag naar hoog en andersom en telkens blijft er de druk op je oren. Soms hoor je “plop”, is het even weg maar keert net zo snel weer terug. “We gaan een oorarts zoeken” zeg ik ’s morgens bij het wakker worden tegen Marianne en wij, na de koffie, op weg. De eerste, op loopafstand van ons hotel,  die volgens internet te vinden zou moeten zijn is spoorloos verdwenen.  Dan maar naar een grotere Clínica del Oido. Bij aankomst is het toegangshek gesloten en als we aanbellen verschijnt er een mevrouw: “Hebt u een afspraak?” Nee die hebben we niet maar toch gaat het hek open. Haar, in eerste instantie barse houding slaat in een oogwenk om in een heel vriendelijke en geïnteresseerde kennismaking. De kliniek ziet er modern uit. We doen de intake en nemen op een bankje plaats. Na een half uurtje wachten word ik geroepen en in het Spaans en met Google Translate leg ik uit wat ik voel. Als mevrouw in mijn oor kijkt is de diagnose snel gesteld. Mijn gehoorgang rechts maakt een ongebruikelijke bocht en dat verhindert de afvoer van overtollig oorsmeer. Limpio! Uitspuiten dus! Ja, bij ons uitspuiten. Hier niet. Een pulserende waterstraal spoelt mijn oor schoon en na een beetje gepeuter en opnieuw spoelen voel ik opeens verlichting. Ze toont me de oogst op een schaaltje. Prut, zo groot als een erwt. Heerlijk.

Oorarts

Op de terugweg doorkruisen we de stad. We komen weer door wijken waar de gehele straat hetzelfde verkoopt.

Winkelstraat 1Straathandel in Bogota 1Winkelstraat

We maken nog een ritje in een lekkere volle bus, we bezichtigen markten,

Fruitmarkt 4Fruitmarkt 2Fruitmarkt 3Fruitmarkt 1

komen nog in een kerkdienst terecht, passeren nog meer kerken, musea en begraafplaatsen om tenslotte weer te terug te komen in onze Casa.

Interieur van ons appartementjeCasa Aranjuez

Op verkiezingsdag zorgen we ervoor dat we om 3 uur ’s middags (bij jullie 21 uur) terug zijn in ons appartementje. We hebben wifi en de verkiezingsuitslagavond wil ik niet missen. Gelukkig kunnen we tevreden zijn met de uitslag. 2 Jaar geleden schaamden we ons nog rot. Dat is nu gelukkig nog maar een beetje.

Hartelijke groet, ook zeker namens Marianne,

Bert.

Zwaai

Foto’s

18 Reacties

  1. Jan:
    2 november 2025
    In die paar weken daar maak je weer meer mee als in 3 maanden hier. Goeie tip, secondenlijm met baking soda
  2. Ank:
    2 november 2025
    Wat een avonturen weer.....op naar meer! Dat ongetwijfeld goed komen.
  3. Monique:
    2 november 2025
    Weer helemaal in jullie element.
  4. Marianne en Piet:
    2 november 2025
    Wat geniet ik weer van jullie verslag. En ook vonden we het fijn jullie hier persoonlijk te hebben ontmoet.
  5. Margo:
    2 november 2025
    Dit is weer een ander leven dan in het rustige Holland. Nu weer genoeg spanning en avontuur. Leuk om te lezen op de vroege zondagmorgen.
  6. Hannie en Thijs:
    2 november 2025
    Nauwelijks bekomen van ons mooie samenzijn. Het avontuur weer spannend als weleer!
  7. Miranda:
    2 november 2025
    Was spannend en leuk om te lezen ! Wow...echt een avontuur hoor..
    Geniet van jullie reis en ik kijk alweer uit naar jullie volgende verslag. Groetjes Miranda Verwielen
  8. Peter:
    2 november 2025
    Okidoki! En wat fijn jullie weer op Wega te hebben gehad... 😁
  9. Nout:
    3 november 2025
    waaauwww, wat een avontuurlijke en spannende hervatting van jullie wereldreis.
    haast niet voor te stellen, dat jullie van dichtbij meemaken van wat wij hier af en toe
    zien voorbijkomen op tv of lezen in de krant. Overigens een dikke knuffel voor de wandeling van 1200 hoogtemeters. Geweldig. Met de conditie is niets mis.
    Heel veel plezier en belevenis op jullie verdere reis.
  10. Ineke:
    4 november 2025
    Wat een avonturen weer! Heel leuk te lezen hele veilige reis! Wij vonden colombia prachtig!
    Maar zoveel als jullie zien! Dan is onze reis schijntje. Liefs uit Schiedam
  11. Hoekie:
    4 november 2025
    Wat een spannend begin van jullie voortgezette reis, we kijken alweer uit naar jullie volgende verslag! Jammer dat het met het luik toch niet gelukt is. Zo leuk jullie van de zomer gezien te hebben! Lfs
  12. Thijs van Beem:
    7 november 2025
    De kop is er weer af, meteen weer volop in de belevenissen ! Genieten en pas een beetje op hè……
  13. Yvonne de Bie:
    9 november 2025
    Wat maken jullie veel mee! Ik ben onder de indruk. Geniet van de verdere reis!
  14. Lia:
    9 november 2025
    Yes! Meteen weer vol d'r in. Zo ken ik jullie!
  15. Flos Lutgerhorst:
    14 november 2025
    Mooi verhaal weer!
    Pff jammer van het dakraam. Goede tip van de backing soda.
    We waren zelf op een hele fijne camping bij Nederlanders in de buurt van San Gil (ten zuiden van Bucaramanga) Camping Barichada, staat op IOverlander. Goede reis!!
  16. Ron en Monique.:
    15 november 2025
    Ber ook wij verbazen ons vaak over de conditie van jongeren. Leuk geschreven artikel. Veel plezier op het vervolg van jullie reis
  17. Anja:
    24 november 2025
    Topverhaal weer...met het grootste gemak pakken jullie de draad weer op.
    Op naar Mexico!!
    Liefs
    Anja
  18. Els en Koen:
    26 november 2025
    Hey, wat leuk dat we jullie website gevonden hebben. Wij staan nu bij El Tambo langs Route del sol. Ze hadden het over een rode bus die hier een week geleden was. Via I-overlander vonden we jullie. Wij reizen in tegenovergestelde richting van Canada naar Argentinië. Mooie verhalen en wij halen er ook nuttige tips uit. Veel reisplezier Els en Koen (expedition overdrive (polarsteps))