Op de plaats rust.

29 maart 2025 - Tarapacá, Chili

Het is nu half maart en we staan moederziel alleen op het strand. In de verte zien we walvissen en de zeeleeuwen buitelen voor onze ogen over elkaar. Wat een lol hebben ze. Na 14 dagen vegen, poetsen, wassen en klein klungelwerk zijn we gister vertrokken bij Mark. Mark lijkt op Catweazle maar dan met dreadlocks. Zijn loopje en bewegingen precies hetzelfde. Kleine pasjes en een beetje brrrr. Hij “doet” in grote werktuigen zoals shovels, kranen en tractoren en heeft een opslag buiten de stad Iquique. Hij is autoliefhebber. Direkt al toont hij mij zijn collectie: een Ferrari, Porsche, een Subaru Empreza (4x4, wat wil je. Hij woont immers in de woestijn!) en diverse pick-ups en jeeps. Er is ook plek waar anderen hun auto kunnen opslaan of eraan kunnen werken. Op I-Overlander wordt de plaats aangemerkt als “Camping”, maar we hebben er geen enkel aspect kunnen ontdekken dat ons aan een camping doet denken. Maar eerlijk is eerlijk: het is een prima plek om aan je auto te werken. Het terrein is afgesloten, er is een wc en een douche. Ook geen watertekort maar wel 100.000 vliegen en 6 uit de kluiten gewassen honden, waarvan de grootste nog een kop groter is dan onze Babs was, die “hier en daar wel eens wat achterlaten”. Mark is een gedienstig man. Hij zou je het liefst de velletjes wc papier met 2 stuks tegelijk komen aanreiken op de wc. Gelukkig heeft hij al vrij snel door dat we inmiddels al wel wat hebben meegemaakt en onze eigen boontjes kunnen doppen.

We zijn hier neergestreken omdat we panne hebben aan de auto. Na een heftige wasbeurt door iemand met een nog heftiger hóóóóóógedrukreiniger, waarbij ook de onderkant flink onder handen wordt genomen, lichten er, als we weer gaan rijden, op het dashboard allemaal lichtjes op:” Werkstatt Aufsuchen”. ABS, ESP, Cruise control  storing en geen 4 x 4.

lampje op het dasboard

Maar verder rolt de auto gewoon als het hoort. En tsja, 15 jaar geleden had geen enkele auto ABS, ESP of cruise control. We besluiten door te rijden tot de volgende stad. Daar naar de garage en blijkt, zoals Marianne al in het vorige blog heeft geschreven, dat er een storing is in de communicatie met de hoofdcomputer. Ik citeer Marianne: “Het lijkt een neurologische aandoening waarbij de hersenpan de prikkels niet verwerkt”. Niet alleen mensen kunnen dus aan deze aandoening lijden. Een “stekkerdoos waarvan de draadjes los zitten” is de eerste diagnose.  Is er misschien tijdens de wasbeurt vocht ingekomen? Later blijkt er meer aan de hand te zijn en is er een probleem met de ABS\ESP pomp en tsja, die is hier in Chili niet voorhanden. Bestellen kan. Dat duurt 30 dagen. Maar, 40 kan ook. En niet het transport Duitsland – Chili maakt dat het zo lang duurt. Nee, het stuk moet door de douane en dat kan even duren…. We besluiten te wachten en de eerder verkondigde praatjes “oh, maar als we stukken hebben aan de auto kunnen we wachten hoor. We hebben immers geen haast” maar eens in de praktijk te brengen. En dat zijn we dus aan het doen. Na bijna 3 jaar voortdurend als nomaden onderweg te zijn geweest, leiden we voor nu even een sedentair leven. Even op de plek.

De plek van Mark bevindt zich plm. 15 kilometer buiten de stad Iquique.

Bij MarkBij Mark2Bij Mark 2

De stad ligt ingeklemd tussen de zee en de woestijn. Vrijwel meteen uit de zee rijst de woestijn hoog op zodat er maar een klein richeltje overblijft waarop de stad is gebouwd. Smal maar lang aan een gigantische boulevard. Uitbreiding van de stad is alleen in zuidelijke richting mogelijk. Noordelijk niet. Daar zijn alleen maar rotsen. Behalve poetsen, wassen etc. vermaken we ons ook met lezen, wandelen en fietsen. Prutsen en klussen aan de bus vind ik heerlijk. Meestal kleine dingetjes die door het gebruik kapotgaan. Een week of wat geleden heb ik een slijptol op accu gekocht. Een handig ding. Heb hem al een paar keer gebruikt. “Wat is het volgende?” vroeg Marianne. "Nou ik dacht zo aan een lasapparaat".

In de was zettenLekker klussen

 We hebben de fietsen afgeladen en hoewel de omgeving hier je niet en in geen enkel opzicht uitnodigt om te gaan fietsen, doe ik het toch. Ik heb er zin in. Vanuit de stad loopt er naar onze plek maar één weg. De Ruta 1. Een dubbelbaans autoweg.

De ene dag naar links, de andere dag naar rechtsFietsen op de snelweg

Die is niet druk. Hoewel er een bord staat waarop staat aangegeven dat het “verboden voor fietsers” is, zie ik er wel fietsers en ja, waarom ik dan niet. Een alternatief is er ook niet. Er is een brede vluchtstrook en automobilisten lijken het geen probleem te vinden. Het is er niet druk en de enkele bus of vrachtwagen geeft je de ruimte en wijkt zelfs uit. Zo gaat dat hier. De ene dag fiets ik naar het zuiden en terug, de andere dag naar het noorden en terug. 25 km. zoals ik dat ook in Nederland gewend was. Gister ben ik naar de stad gefietst. In mijn achterwiel zit een slag en die wil ik eruit hebben. Dat valt nog niet mee. Blijkt dat mijn velg een klap heeft gehad, krom is en niet te richten door de spaken te stellen. En ook een nieuwe velg, die is hier niet voorhanden. Mijn velg telt 32 spaken, die van hier 36. Maar ja, de fietsenmaker heeft er toch iets van gemaakt. Ik moet grinniken als hij met mijn wiel naar buiten loopt. Ik dacht wat gaat t’ie doen: Hij loopt naar de eerste lantaarnpaal en probeert zo de kromming uit mijn velg te drukken. Heb ik een fietsenmaker in Nederland nog nooit zo zien doen. Bij vertrek vanochtend voelt Marianne zich niet lekker. Bij terugkomst zit ze er beteuterd bij: een lus waaraan de hangmat opgehangen is, is los geschoten. Bam. Gelukkig niet hoog maar op haar stuitje in de stenen terecht gekomen en dat doet flink pijn. Een paar dagen last van gehad. En een blauwe kont.

Tijdens de wandelingen over het strand ontdekken we overal hopen alg.

Verzamelen van zeewierZeewier

Het wordt verzameld, gedroogd en dan verwerkt  in vele eindproducten zoals kunstmest, vezels voor textiel en farmaceutische producten. Het wordt ook gegeten. Het is immers puur proteïne. De mensen die  hiervan leven wonen op het strand. De dorpen (50 tot 70 mensen) zien er in onze ogen armzalig uit.

Dorp op het strand

Uit oud hout opgetrokken hutten. Pallets, roestige golfplaten, en veel plastic en doek. Misschien ook wel allemaal op het strand gevonden. “Dat hier mensen wonen” zeggen we vaak tegen elkaar. Ik heb er een filmpje van gemaakt. Staat in de galerij. De dorpen en gemeenschappen die op deze wijze zijn ontstaan zijn in wezen illegaal. Maar de overheid gedoogt het. Zodra het iets bijdraagt aan de gemeenschap kan de situatie zelfs gelegaliseerd worden en kunnen de mensen er blijven wonen. Maar ook als je een winkel(tje) begint bijvoorbeeld of je ruimt structureel de ontiegelijke bende (plastic, hout, flessen etc.) op het strand op. Of je houdt de hele omgeving schoon. Vaak begint het vanuit de illegaliteit. Maar draagt het bij of voegt het toe? Dan volgt legalisering. Zo zijn er ook mensen die de vogelpoep van de rotsen schrapen om die te kunnen verkopen aan de boeren in de oases in de woestijn. En zeker in de buurt van een grote stad is er wat te halen hoor: de meeuwen, gieren en pelikanen kunnen er wat van. Ook komen we langs een gigantisch groot dierenkerkhof. Wel een hectare of 2. Er zijn hier heel veel honden. Veel zelf getimmerde hondenhokken, kruizen en veel hondenspul. Kleren, botten en nog veel meer.

Hondenkerkhof1Hondenkerkhof

Na een dag of 10 vertrekken we bij Mark en pakken ons nomadenbestaan weer op. We zoeken een mooie plek aan het strand. Het is volle maan vannacht en dat zal mooi wezen. Alleen al als die bij opkomst zijn neus boven de duin uitsteekt. En wat ik nou zo intrigerend vind, en ik moet er elke volle maan aan denken, is dat dat dezelfde volle maan is die jullie een uur of wat eerder hebben gezien.

Volle maan

Als we er midden in de nacht uit gaan om te plassen is er zo veel licht…

Als ik de volgende dag ga fietsen, dit keer over de aangereden zandpaden in de duinen en aan het strand, kom ik weer opnieuw langs gemeenschappen waar mensen óp het strand wonen en ván het strand leven. Kom in een wat groter dorp en kijk mijn ogen uit. We zijn in Chili. Een land in Zuid Amerika waarvan gezegd wordt dat het qua levensstandaard het meest op Europa lijkt. Er wonen hier schat ik een paar duizend mensen. Maar ook hier alle huizen, winkels en hutten opgetrokken uit plastic, houten pallets, platen en oud ijzer. Wegen onverhard. Maar wel een school, bank, postkantoor, gemeenschapshuis, politiebureau, sportvelden en veel winkels.

YapeYape1

Het dorp ligt aan zee en ik wil vanavond graag vis eten. Toen ik het dorp binnen fietste dacht ik dat gaat lukken. Op diverse gevels en deuren zag ik een bordje met “Hay Pescado”, We hebben vis. Maar eerst koffie. Onze koffiebus is leeg en de reservevoorraad is op. Al een paar dagen kunnen we alleen Nescafé kopen. Als ik in winkels informeer is er geen koffie. En wat frappant is, en het gebeurt in deze cultuur telkens, dat mensen niet willen zeggen dat er hier geen koffie te koop is. Altijd word je doorgestuurd naar een volgende winkel: “Daar hebben ze wel koffie”. Wij Nederlanders zijn veel directer: "Nee, dat hebben we niet en zul je hier ook niet vinden". Maar goed, de vis dus. Ik leg me erbij neer de komende weken Nescafé te drinken en parkeer mijn fiets bij de eerste deur met het veel belovende bordje: We hebben vis! Niemand thuis. Volgende deur. Niemand thuis. Ik fiets richting haven en vraag een meneer die een kruiwagen met frisdrank voort duwt of hij weet waar ik verse vis kan kopen. Meneer maakt “roeibewegingen” en wijst naar de haven. Als ik zeg dat ik daar net vandaan kom en de poort gesloten is, wijst hij me op een klein deurtje naast de grote poort. “Die is open”. Als ik door het poortje kruip ontwaar ik op het uiterste puntje van de pier een tafeltje, emmers water en een paar mannen. Ja hoor. Een visser. Juist teruggekeerd van zee en maakt zijn handel schoon voor de verkoop. Ik koop heerlijke vis. Als ik zeg dat ik de prijs nogal fors vind verdubbelt hij de hoeveelheid vis en doet er dan nog eentje extra bij. Zo gaat dat hier. “Platta”, contant geld is belangrijker dan verse vis. Je moet immers ook brood kopen. En vis is er genoeg. Hij blij, wij blij.

Visser

Als we een dag of 5 op verschillende plekken op het strand gebivakkeerd hebben, trekken we weer verder en komen we uit in een oase. Het is er groen en er is water. Het is ongeveer 100 kilometer en onze auto gaat, a.g.v. het kapotte onderdeel, niet harder dan 55 km/h. We klimmen omhoog de woestijn in. De weg blijft maar stijgen. Na een kilometer of 15 en 1300 (!) meter hoger komen we op een soort plateau. Er is veel vrachtverkeer. Nou ja, wat is veel, 3 per uur? Maar goed, het is een mijngebied en er wordt nitraat gewonnen. “Open-mining”, d.w.z. afgravingen boven de grond. Vanaf de 19e eeuw tot het begin van de 20e eeuw was Chili de grootste exporteur ter wereld van nitraat dat wereldwijd werd gebruikt voor kunstmest en explosieven. Daarvoor worden grote veelheden ruw materiaal gewonnen die moeten worden getransporteerd naar een plek waar het (chili)nitraat uit de ruwe massa wordt gewonnen. Voor 100 kg. nitraat moet ongeveer 1000 kg. erts worden verwerkt. Het erts wordt vermalen en vervolgens in grote bassins met heet water opgelost. Onzuiverheden zakken naar de bodem en het nitraat lost op in water. Door verdamping blijft zuiver nitraat over. Inmiddels is er synthetisch nitraat en zakt de delving in. Sommige steden zijn nu verlaten en veranderd in spooksteden en ruïnes. We zien enorme afgravingen. In onze toeristen-oogjes tast het de schoonheid van de woestijn enorm aan. Bulten, kuilen. Als het werk klaar is en de laatste erts in de vrachtwagen zit, vertrek het bedrijf acuut. Bij ons moeten de bedrijven die bijvoorbeeld zand of grind onttrekken na afloop het gebied, wederom bijvoorbeeld, als natuurgebied opleveren. Maar goed. Hier gaat het anders.

Na een uur of 3 zien we in de verte een groene vlek.

Oase PicaWeg naar Pica

We zijn dan nog 16 kilometer van het stipje verwijderd. Maar we zien de oase Pica al liggen. Beneden ver voor ons in de woestijn. Als we dichterbij komen zien we de contrasten. Huizen, masten, bomen, plantages. Pica staat bekend om zijn warmwaterbronnen en citrusboomgaarden. Ondanks de droogte van de Atacama woestijn ( het regent hier nooit en het is de droogste woestijn ter aarde) heeft Pica toegang tot water dankzij verschillende natuurlijke bronnen. ChatGPT vertelt me: Ondergrondse waterbronnen (aquifers): de oase ligt op een geologische breuklijn waar water uit de Andes zich verzameld in ondergrondse reservoirs. Maar ook regen- en smeltwater komt in die reservoirs terecht. Dat water wordt vervolgens naar de oppervlakte gevoerd via bronnen en beken en door bemaling. Ook lees ik dat de ondergrondse kanalen ook wel door mensen werden gegraven. En ondergronds natuurlijk om verdamping tegen te gaan.

We kamperen bij René. Hij is zo’n citrusvruchtenboer.

Kampeerplek bij RenéVruchtbomen in de oase

Ook heeft hij bananen, guave en granaatappels. Zijn plantage is ongeveer 2 hectare. Er staan eenvoudige woonhuizen op en andere gebouwen. In het weekend komen hier ook mensen om de “fin de la semana” te vieren. Maar het blijft kleinschalig hoor. Op de 2e dag dat we hier zijn is hij met een lange stok de guave vruchten uit de boom aan het tikken. Als de kruiwagen vol is brengt hij die naar zijn vrouw en dochter. Die snijden ze in schijfjes en verpakken ze in zakjes van een 1 kilo. Nog dezelfde dag wordt de hele handel – in een vrieshuis in het dorp-  ingevroren en gaat later op transport naar de markten.

Guave oogst

Omdat het hier het hele jaar mooi weer is kan zo’n boom wel 2 x per jaar dragen. Bij gunstige omstandigheden en de juiste snoei soms wel 3 keer. De meeste rassen guavebomen blijven het hele jaar door groen. Granaatappels niet. Maar wel meerder oogsten per jaar. Ik zie een voor mij onbekend verschijnsel. Aan een granaatappelboom zie ik een bloem, half-was vruchten en oogstbare. Kijk maar eens naar de foto. Op de voorgrond de bloem, links daarnaast de halfwas vruchten en rechtsonder de appel klaar op te oogsten.

Granaatappel. Bloem-halfwas én oogstbare vrucht aan één boom

Ik ga ermee naar René. “Bij ons zie je dat nooit in het fruit. Je hebt de bloem en daarná de vrucht. Vaak pas maanden later". Hij lijkt mijn “probleem” niet te zien. Hier is het gewoon zó. Al eeuwen. Van de verschillende vruchten wordt hier ook likeur gemaakt. We hebben er een excursie gehad en maar een flesje gekocht.  De Picay Limoen-Likeur. De specialiteit van hier.

Picay DestilleerderijRondleiding in destilleerderij

Telkens al ik René weer bezig zie (het meest met het verslepen van de tuinslangen om de bomen te irrigeren) schiet ik hem aan. Hij heeft altijd tijd. Haast kent hij niet. “Hoe het zit met de bemesting bijvoorbeeld. De bomen staan hier immers in het zand. Geen vruchtbare aarde”. Behalve de toch aanwezige voedingsstoffen in de zandgrond ( de nitraten bijvoorbeeld) wordt de rest aangevoerd vanuit landbouwgebieden. Mest van koeien, geiten en kippenbedrijven. Naast voeding ook hoogstnoodzakelijk om humus in de grond te krijgen. Daarvoor voert hij bladafval aan dat in de parken bijeen wordt geveegd. Maar denk ook aan de vogelpoep die aan de kust verzameld wordt en waarover in eerder schreef. Groenten telen is hier niet mogelijk. Door de zonneschijn samen met de lage luchtvochtigheid is de verdamping zo groot dat er niets overblijft voor de plant. Er valt niet tegenop te irrigeren. De bomen bijvoorbeeld wortelen veel dieper en staan in een “kuiltje”. Daarom is René zo druk met de tuinslangen. Al die kuiltjes, 500 stuks, moeten elke week een flinke plens water.

Pica is een leuke stad. In de oase wonen ongeveer 3000 mensen en is zo groot als, tsja, in een paar uur fiets je er omheen. 10 bij 10 kilometer? Het centrum heeft zoals alle steden hier een Plaza. Dagelijks wordt het plein geveegd, geschrobd en ik zag ze zelfs vandaag ook dweilen. Meerdere mensen zijn hiermee dagelijks op zo’n plein  in de weer. We zaten daar gister een paar uur op een bankje, er is wifi, en iemand was daar met een tuinslang het gras aan het besproeien. Urenlang.

Lunchen op een plaza onderwegBeeld Pica

Alle straten worden er met de hand geveegd terwijl je moet uitkijken dat je je nek niet breekt in alle gaten, ontbrekende putdeksels en oneffenheden op de stoep als die er al is. Aan het plein ook bijna altijd de kerk. We nemen er een kijkje. Een sobere kerk dit maal. Geen goud, pracht of praal. Wel “Het laatste avondmaal” uitgebeeld met mensgrote houten beelden.

Het laatste avondmaal.

Er zijn ook warmwaterbronnen in de stad. Datzelfde water uit de bergen komt hier aan de oppervlakte. We gaan er lekker in liggen en hoewel het hier 32 graden is en het water misschien ook, is het toch verfrissend. Het bad is gevormd in een soort grot. Zachte steen met allemaal “kuiltjes” erin. Typisch, denk ik als ik er naar kijk. Later zie ik hoe ze ontstaan zijn. Veel badgasten krabben met een scherp steentje de alg van de rotsen en smeren die op de huid. Marianne probeert het ook. En warempel, álle rimpels verdwijnen acuut als sneeuw voor de zon….

De warmwaterbronnen

Het is vandaag zondag 23 maart. Het is nog donker als de wekker ons om half 7 wakker kletst. Ja zo gaat dat tegenwoordig: Hi Bert, goodmorning. It’s a beautifull day. No wind, 33 degrees. Have a nice day. Het is nu nog heerlijk koel en we gaan een flinke wandeling maken. Toen ik hier deze week rond fietste kwam ik uit in een enorm mooie kloof. Een kloof die uit de Andes komt en dus het water aanvoert zoals ik dat eerder beschreef. Op de kaart zie ik dat die kloof, de “Quebrada (ravijn) de Quisma” niet zo ver vanaf onze kampeerplek te vinden is. Ongeveer 4 kilometer. Hemelsbreed. Maar….er is geen weg of pad. We moeten dwars door de woestijn.

In de woestijn

Als de ochtend begint te gloren gaan we van start. Éen van de honden van René gaat met ons mee. Dat gebeurt trouwens vaak op een wandeling dat een hond aansluit en het gehele stuk bij je blijft. Vandaag maar een extra flesje water mee. Het zand in de woestijn is best wel hard. Er is goed te lopen. Als we na een uurtje over het puntje in de ravijn kijken geloof je niet dat je midden in de woestijn zit. Een prachtige kloof verschijnt als een groen lint onder ons.

Quebrada de QuismaQuedraba

Op hetzelfde moment piept links van ons de zon over de horizon. Hoe mooi wil je het hebben. We dalen af, wel 200 meter denk ik en daar is wel een soort pad. Er staat ook een pomp die het water naar de plantages pompt. Maar verder verlaten. Urenlang zien we niemand. Wat is dit mooi. We komen in een bos met mango bomen. Groot. Deze bomen zijn 80 jaar oud vertelt René me later. Hij is wel hoogst verbaasd dat we er te voet zijn heen geweest: “Dat doet echt niemand”. Hij zuchtte: “16 kilómetros con este calor”. (16 km. met deze hitte.) Straks gaat het biertje even in de vriezer. Hebben we weer verdient vandaag.

Als we wat langer op één plaats zitten, merken we dat we ons aanpassen aan de gebruiken en gewoonten hier. Niet dat dat heel opmerkelijk is, want dat maakt reizen juist zo interessant en daar doe je het voor. We eten bijvoorbeeld al een paar dagen warm ook om een uur of 3 ’s middags. Het is dan te warm om bijvoorbeeld buiten te werken. Om 6 uur, als het bij ons etenstijd is, is het juist weer aangenaam om buiten te werken. Op een plek waar we stonden vroegen mensen ons of ze wat zout mochten en een mes lenen. Met het mes sneden ze een citroen in tweeën, zout erop en dan uitknijpen boven het bier. Lekker als het warm is. Wij doen het nu ook. Probeer het ook maar eens.

Als we later aan de koffie zitten lijkt het of er een zware vrachtwagen dichter bij komt. De grond trilt. Een paar seconden later blijkt het geen vrachtwagen te zijn maar een aardbeving. We voelen de aarde bewegen en kijken elkaar aan. Een aardbeving! We zitten onder een afdakje van palmbladeren en hoeven niet bang te zijn dat we iets op de kop krijgen. Het duurt een tel of 20. En het geluid, ja hoe klonk dat. Nog nooit gehoord. Iets tussen donder en grommen in. Maar best eng hoor. Je weet nl. niet wat er nog komen gaat en hoe lang het duurt. Later lees ik dat het een beving was van 5.5. op de schaal van Richter. René vond hem “forte” (sterk) voor hier. Chili is een aardbeving gevoelig gebied. Het ligt in een zone met intense seismische en vulkanische activiteit rond de Stille Oceaan. Verschillende “platen” botsen hier tegen elkaar. Ik lees dat de “Nazca plaat” bijvoorbeeld wel ongeveer 7 a 8 cm. per jaar ónder de Zuid Amerikaanse plaat schuift. En dat veroorzaakt spanningen in de aardkorst die zich dan periodiek ontlaadt als een aardbeving. Chili heeft enkele van de zwaarste bevingen ter wereld gekend. De krachtigste was in 1960, 9.5. op de schaal van Richter. De jongste die een tsunami en veel schade veroorzaakte, in Centraal Chili, 2015. Gelukkig heeft Chili een van de beste waarschuwingssystemen en aardbeving bestendige bouwtechnieken ter wereld.

Bijna 10 dagen in Pica. We genieten en dat maakt het wachten helemaal niet erg. In tegendeel zelfs. Je gaat je thuis voelen, de mensen beginnen je te (her)kennen en je doet eens dingen waaraan je anders voorbij zou gaan. We hebben nieuwe zittingen in onze kampeerstoelen laten maken en zijn gister zelfs op zoek gegaan voor nieuwe gordijnen. Maar ook gaan we weer vertrekken. We pakken in, tanken water en nemen afscheid van onze gastheer en -vrouw.

Afscheid René en zijn vrouw

We rijden verder de woestijn in. Verder noordelijk zouden er geogliefen te vinden zijn: Geoglifos cerro Unita. Al een kilometer of 10 voor we er zijn zien we in de verte een berg. “Zal dat’m zijn”?  Aan de linkerzijde van de geïsoleerde heuvel bevindt zich de “Gigante de Tarapacá”: Een in steen uitgelegde figuur van 86 meter hoog tegen de berg op en 3000m2. Op andere hellingen zijn ook nog andere geometrische figuren “getekend”. De bouwtechniek is gemengd: het verzamelen van stenen om de figuren te maken maar ook het wegnemen van stenen. De grond kaal maken. Men neemt aan dat ze gemaakt zijn tussen 1000 en 1400 na Chr. om Goden te aanbidden. Als je op de link https://youtu.be/mAUmmKdBUjw?si=9xtA59Yp1t6h5BFf  klikt zie je een filmpje ervan. Tegen de avond zien we in de verte weer een nieuwe groene stip.

Oase

Op de kaart is aangegeven dat er weer een “Quebrada”, een ravijn is en dat betekent water. Ook hier willen we weer een paar dagen blijven en staan dan liever niet “wild”. We willen er immers te voet op uit om de omgeving te ontdekken en dan laat je de auto liever niet de hele dag onbeheerd. We komen uit bij Mozes en vinden weer een mooie plek onder een nog mooiere boom.

Bij Mozes in de tuin

Hier kunnen we het weer houden. Op kleine akkertjes wordt geboerd. We zien uien, luzerne en rijst. Alles ingebed in dijkjes om met ingenieuze hand-gegraven irrigatiesystemen het water bij het plantje te krijgen.

IrrigatiekanaalUitgedroogde aarde.Akkers in de oase

Onze Mozes heeft ook veel beesten. Naast de honden en katten zien we ook lama’s, geiten, paarden, ezels, varkens, kippen, konijnen en ganzen. De beesten staan in potstallen en zo te zien staan ze er al eventjes….

Bij Mozes in de stal

Maar goed, de stad en de omgeving. We zijn nog steeds in de Atacama woestijn, maar wel weer noordelijker. Aan de noordkant bijna tegen Peru aan, aan de oostkant tegen Bolivia. Ook hier weer een rijke geschiedenis van de Chili-salpeter winning en de 19e en vroeg 20e eeuw. Om dit gebied, vanwege de nitraat- en zilvermijnen, is flink gestreden. De “Salpeter Oorlog”, ons wellicht nog bekend uit de geschiedenisboekjes is hier gevoerd. Voor de komst van de Spanjaarden (16e eeuw) werd deze streek bewoond door inheemse volkeren zoals de Aymara en de Chinchorro. De Aymara ontwikkelden hier de landbouw en handel langs de woestijnoases  en hielden wel hun invloed toen de Inca’s in de 15e eeuw dit gebied binnentrokken.

Koloniale kerk op de PlazaPlein in TarapacaMooie deur

Als ik op het punt sta dit blog af te ronden roept Marianne “is het al gelukt met de aanvraag AOW”? Oja, da’s ook zoiets. Op internet las ik dat je normaal gesproken een maand of 4 voor je AOW datum je AOW moet aanvragen. Ja Móet, Waarom precies dat begrijp ik niet zo goed. Ik word vanzelf 67, we gebruiken dezelfde kalender en ik vind het wel een bietje mijn geld. Maar goed. De SVB stuurt je daarvoor een brief maar in mijn geval bleef de brief uit. Bij navraag blijkt dat ook de SVB denkt dat “wij in het Buitenland wonen” en dan krijg je de brief niet automatisch. Maar goed, weer een paar uurtjes achter de laptop. Je moet er wat voor doen maar dan krijg je straks (hopelijk) ook wat.

Voor iedereen een fijne lente en tot over een paar maandjes…

Bert met de groeten van Marianne.

Zwaai

Foto’s

13 Reacties

  1. Monique:
    29 maart 2025
    Het avontuur houd niet op, mooie verhalen weer. Wat is jullie plan, om Nederland te bezoeken?
  2. Bert en Marianne:
    1 april 2025
    Marianne antwoordt: ja het plan is om de zomer in Nederland te zijn. Ongeveer half juni t/m september.
  3. Mirjam:
    30 maart 2025
    Oh wat heb ik weer genoten van je vrolijke verhaal Bert.
    Je beschrijft het zodanig dat ik alles voor mij zie en mij ook echt in Chili waan.
    Met ons gaat alles goed. Mijn eerste week in het AVL is achter de rug en ik voel me nog prima. Het kost wel veel rijtijd en organiseren.
    Geniet verder van jullie reis en hoop jullie snel te zien.
    Liefs van ons.
  4. Jan:
    30 maart 2025
    Weer een mooi halfuurtje leesplezier gehad. Bedankt. Nu foto's en filmpje kijken.
  5. Piet:
    30 maart 2025
    Geweldig wat jullie mee maken, inmiddels genoeg voor een heel boek
  6. Ron en Monique.:
    30 maart 2025
    Bert en Marianne. Wat een geweldig interessant verhaal weer met mooie foto’s. Benieuwd naar jullie volgende belevenissen. Groet uit Limburg waar wij deze week de 20 graden gaan aantikken. Tot ergens dit jaar Ron en Monique.
  7. Martin:
    30 maart 2025
    Hoi B&M, Het is hartstikke leuk om jullie door het gebied te zien trekken waar wij enkele maanden geleden ook waren. En heel andere dingen hebben beleefd. één ding hebben we echter gemeen: de panne in noord Chili. Wij hebben wéken in Calama gewacht op onderdelen. Die hebben we uiteindelijk zelf in Iquique opgehaald. Daarna geen problemen meer.
    Inmiddels zijn we thuis en staat de vrachtwagen op de boot. Die om één of andere reden al dagen voor anker ligt voor de kust bij Montevideo. Zal wel weer goed komen... Veel plezier en geniet van het reizen!
  8. Bert en Marianne:
    1 april 2025
    Laat je me het weten Martin als je truck weer voor je deur staat?
  9. Roel:
    31 maart 2025
    Weer een prachtig verhaal. Vakantie in een soort vakantie, wie kan dat zeggen👍🏼😀. Gr. Roel
  10. Hannie en Thijs:
    1 april 2025
    Mijn fascinatie voor jullie en dito reis gaat onverminderd voort. Zo mooi om te volgen en verwonderd te blijven raken!
    Blij en trots met en op de vriendschap!
    Hopelijk tot snel en blijf sterk gaan!
  11. Thijs van Beem:
    3 april 2025
    Onder de Nederlandse lentezon heerlijk op ons eigen terras waande ik me ook even in Chili….Dankjewel weer !
  12. Lieneke:
    3 april 2025
    Weer genoten zoals altijd van je verhaal, ik zie je daar al helemaal fietsen, daar waar het eigenlijk niet mag!
    En Bert met dat pensioen gaat het vast goed komen!!
    Eind Mei zijn we aan de beurt!!👩‍🦳😘👨‍🦳
  13. Eli:
    6 april 2025
    Mooi, wat heb ik weer genoten van jullie ervaringen.